Belgische havensector houdt vast aan wet Major, maar kan afdwingen nog?

Havenarbeid

‘Het is nu duidelijk dat iedereen die aan de voorwaarden voor erkenning als havenarbeider voldoet erkend moet worden, zelfs al zijn er meer kandidaten dan nodig om een pool te vormen’, zegt professor Eric Van Hooydonk, expert in maritiem recht als reactie op de uitspraak van het Europese Hof van Justitie op de Belgische wet op de havenarbeid. ‘Zolang de Belgische wet niet is aangepast in de zin die het Hof vraagt kan hij niet meer worden afgedwongen. Elke erkenning of niet-erkenning kan juridisch worden aangevochten.’

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft een 38 bladzijden lang arrest geveld over de Belgische wet op de havenarbeid, de zogenaamde wet Major. Het acht die wet op een aantal punten strijdig met het Europese recht inzake vrije vestiging van bedrijven en vrijheid van werken binnen de Europese Unie. Vooral de huidige erkenningsprocedure van havenarbeiders, door een commissie waarin werkgevers organisaties en vakbonden de dienst uitmaken, ligt onder vuur. Belgische rechtbanken kunnen zich nu op dit Europees arrest baseren bij het behandelen van geschillen. Belgische politici zullen de wet (nogmaals) moeten aanpassen.

Kunnen havenbedrijven dan voortaan naar believen havenarbeiders aanwerven?

Van Hooydonk: ‘Ik geloof niet dat iemand de zaken op de spits wil drijven. Maar de lopende rechtszaken gaan wel gewoon verder. Het is nu afwachten wat de Raad van State en het Grondwettelijk Hof zullen beslissen in die zaken. Zij waren het die daarvoor een uitspraak hadden gevraagd van het Europees Hof.’

Carl Leeman, woordvoerder van Katoen Natie Bulkterminals, een van de bedrijven die wet Major aanvecht wat betreft de toepassing ervan in de logistiek. ‘Het is opvallend hoe voorzichtig de betrokken instanties reageren op het Europese arrest. Dat telt wel 38 bladzijden. Onze advocaten zijn het momenteel grondig aan het bestuderen. En we wachten op de uitspraken van het Grondwettelijk Hof en de Raad van State. Dan zal duidelijker worden wat en waar precies in de bestaande wet moet worden aangepast. Intussen zijn wij zeker niet van plan acties te ondernemen die de rust kunnen verstoren.’

Welke veranderingen aan de wet zijn sowieso nodig?

Van Hooydonk: ‘Momenteel verliezen havenarbeiders die buiten de pool worden aangeworven hun erkenning zodra hun arbeidscontract afloopt. Voor een eventuele volgende opdracht moeten ze de hele erkenningsprocedure opnieuw doorlopen. Het Europees Hof zegt duidelijk dat die eerste erkenning geldig moet blijven. Het stelt ook duidelijk dat de corporatische regeling van de erkenning, door een commissie met vertegenwoordigers van werkgevers en vakbonden, niet meer door de beugel kan.’

In 2016 had toenmalig federaal minister van economie Kris Peeters toch een koninklijk besluit uitgevaardigd dat de erkenning opende?

Van Hooydonk: ‘In de praktijk bleef dit dode letter.’

Bernard Moyson, voorzitter van Aflaport, de werkgeverskoepel van de Antwerpse haven: ‘Ik denk dat de Europese rechters een genuanceerd oordeel hebben geveld, dat rekening houdt met het zeer specifieke karakter van havenarbeid. Aan dat statuut wordt niet geraakt. Van werkgeverszijde was er nooit enige intentie om de wet Major af te schaffen. Ons pleidooi was altijd gericht op een correcte toepassing ervan, in de geest waarvoor hij oorspronkelijk was bedoeld: het veilig laden en lossen van schepen en de behandeling van goederen die een potentieel veiligheidsrisico kunnen inhouden.’

De Europese kritiek op de Belgische erkenningsprocedure van havenarbeiders is toch duidelijk?

Moyson blijft de actieve betrokkenheid van werkgevers en vakbonden bepleiten: ‘Dat kunnen we natuurlijk niet naast ons kunnen neerleggen. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat de sociale partners hiervoor de komende maanden samen een oplossing zullen uitwerken, die rekening houdt met zowel de opmerkingen van Europa als met de sociale evenwichten.’

Europese sociaal-democratisch parlementslid Kathleen Van Brempt zit op dezelfde lijn: ‘Het belangrijkste is dat de premisse van de wet Major, een sterke bescherming voor de havenarbeiders, overeind blijft. Daarvoor zullen we – in overleg met de sociale partners – blijven zorgen. Het verleden heeft aangetoond dat we in nauwe samenwerking met de sociale partners de nodige oplossingen kunnen formuleren om de bescherming van de havenarbeiders te garanderen. Havenarbeiders verrichten zeer moeilijk en zwaar werk, met erg specifieke noden en gespecialiseerde handelingen. Dat is geen arbeid zonder risico en kan bijgevolg niet zomaar door om het even wie worden verricht. Dit gaat over de veiligheid en de bescherming van iedereen die werkt in de haven.’

En de politici met uitvoerend mandaat?

De Waalse socialist Pierre-Yves Dermagne, de huidige federale minister van werk, liet weten dat hij binnenkort met de sociale partners zal samenkomen en dat ze een gezamenlijke analyse zullen uitvoeren. De sociale partners blijven de wet Major alvast in grote lijnen duidelijk verdedigen, wegens de sociale bescherming die hij biedt.

Van Hooydonk: ‘In buitenlandse havens, je hoeft niet verder te kijken dan Terneuzen of Vlissingen, zijn de havenarbeiders net zo goed beschermd. Door het gewone arbeidsrecht, niet door een regelgeving met trekjes van middeleeuws corporatisme. Deze rigide regelgeving zet ondernemingen ertoe aan zich liever niet in Belgische havengebieden te vestigen. Ze trekken naar het buitenland of naar Belgische gemeenten buiten de havengebieden, zoals Willebroek of het Albertkanaal. Vandaag moeten bedrijven daadwerkelijk de mogelijkheid hebben om rechtstreeks mensen in dienst te nemen, zonder dat die tot de pool van erkende havenarbeiders behoren.’

Lees ookEuropees Hof velt negatief oordeel over deel van Belgische Wet Major

Belgische havensector houdt vast aan wet Major, maar kan afdwingen nog? | NT

Belgische havensector houdt vast aan wet Major, maar kan afdwingen nog?

Havenarbeid

‘Het is nu duidelijk dat iedereen die aan de voorwaarden voor erkenning als havenarbeider voldoet erkend moet worden, zelfs al zijn er meer kandidaten dan nodig om een pool te vormen’, zegt professor Eric Van Hooydonk, expert in maritiem recht als reactie op de uitspraak van het Europese Hof van Justitie op de Belgische wet op de havenarbeid. ‘Zolang de Belgische wet niet is aangepast in de zin die het Hof vraagt kan hij niet meer worden afgedwongen. Elke erkenning of niet-erkenning kan juridisch worden aangevochten.’

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft een 38 bladzijden lang arrest geveld over de Belgische wet op de havenarbeid, de zogenaamde wet Major. Het acht die wet op een aantal punten strijdig met het Europese recht inzake vrije vestiging van bedrijven en vrijheid van werken binnen de Europese Unie. Vooral de huidige erkenningsprocedure van havenarbeiders, door een commissie waarin werkgevers organisaties en vakbonden de dienst uitmaken, ligt onder vuur. Belgische rechtbanken kunnen zich nu op dit Europees arrest baseren bij het behandelen van geschillen. Belgische politici zullen de wet (nogmaals) moeten aanpassen.

Kunnen havenbedrijven dan voortaan naar believen havenarbeiders aanwerven?

Van Hooydonk: ‘Ik geloof niet dat iemand de zaken op de spits wil drijven. Maar de lopende rechtszaken gaan wel gewoon verder. Het is nu afwachten wat de Raad van State en het Grondwettelijk Hof zullen beslissen in die zaken. Zij waren het die daarvoor een uitspraak hadden gevraagd van het Europees Hof.’

Carl Leeman, woordvoerder van Katoen Natie Bulkterminals, een van de bedrijven die wet Major aanvecht wat betreft de toepassing ervan in de logistiek. ‘Het is opvallend hoe voorzichtig de betrokken instanties reageren op het Europese arrest. Dat telt wel 38 bladzijden. Onze advocaten zijn het momenteel grondig aan het bestuderen. En we wachten op de uitspraken van het Grondwettelijk Hof en de Raad van State. Dan zal duidelijker worden wat en waar precies in de bestaande wet moet worden aangepast. Intussen zijn wij zeker niet van plan acties te ondernemen die de rust kunnen verstoren.’

Welke veranderingen aan de wet zijn sowieso nodig?

Van Hooydonk: ‘Momenteel verliezen havenarbeiders die buiten de pool worden aangeworven hun erkenning zodra hun arbeidscontract afloopt. Voor een eventuele volgende opdracht moeten ze de hele erkenningsprocedure opnieuw doorlopen. Het Europees Hof zegt duidelijk dat die eerste erkenning geldig moet blijven. Het stelt ook duidelijk dat de corporatische regeling van de erkenning, door een commissie met vertegenwoordigers van werkgevers en vakbonden, niet meer door de beugel kan.’

In 2016 had toenmalig federaal minister van economie Kris Peeters toch een koninklijk besluit uitgevaardigd dat de erkenning opende?

Van Hooydonk: ‘In de praktijk bleef dit dode letter.’

Bernard Moyson, voorzitter van Aflaport, de werkgeverskoepel van de Antwerpse haven: ‘Ik denk dat de Europese rechters een genuanceerd oordeel hebben geveld, dat rekening houdt met het zeer specifieke karakter van havenarbeid. Aan dat statuut wordt niet geraakt. Van werkgeverszijde was er nooit enige intentie om de wet Major af te schaffen. Ons pleidooi was altijd gericht op een correcte toepassing ervan, in de geest waarvoor hij oorspronkelijk was bedoeld: het veilig laden en lossen van schepen en de behandeling van goederen die een potentieel veiligheidsrisico kunnen inhouden.’

De Europese kritiek op de Belgische erkenningsprocedure van havenarbeiders is toch duidelijk?

Moyson blijft de actieve betrokkenheid van werkgevers en vakbonden bepleiten: ‘Dat kunnen we natuurlijk niet naast ons kunnen neerleggen. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat de sociale partners hiervoor de komende maanden samen een oplossing zullen uitwerken, die rekening houdt met zowel de opmerkingen van Europa als met de sociale evenwichten.’

Europese sociaal-democratisch parlementslid Kathleen Van Brempt zit op dezelfde lijn: ‘Het belangrijkste is dat de premisse van de wet Major, een sterke bescherming voor de havenarbeiders, overeind blijft. Daarvoor zullen we – in overleg met de sociale partners – blijven zorgen. Het verleden heeft aangetoond dat we in nauwe samenwerking met de sociale partners de nodige oplossingen kunnen formuleren om de bescherming van de havenarbeiders te garanderen. Havenarbeiders verrichten zeer moeilijk en zwaar werk, met erg specifieke noden en gespecialiseerde handelingen. Dat is geen arbeid zonder risico en kan bijgevolg niet zomaar door om het even wie worden verricht. Dit gaat over de veiligheid en de bescherming van iedereen die werkt in de haven.’

En de politici met uitvoerend mandaat?

De Waalse socialist Pierre-Yves Dermagne, de huidige federale minister van werk, liet weten dat hij binnenkort met de sociale partners zal samenkomen en dat ze een gezamenlijke analyse zullen uitvoeren. De sociale partners blijven de wet Major alvast in grote lijnen duidelijk verdedigen, wegens de sociale bescherming die hij biedt.

Van Hooydonk: ‘In buitenlandse havens, je hoeft niet verder te kijken dan Terneuzen of Vlissingen, zijn de havenarbeiders net zo goed beschermd. Door het gewone arbeidsrecht, niet door een regelgeving met trekjes van middeleeuws corporatisme. Deze rigide regelgeving zet ondernemingen ertoe aan zich liever niet in Belgische havengebieden te vestigen. Ze trekken naar het buitenland of naar Belgische gemeenten buiten de havengebieden, zoals Willebroek of het Albertkanaal. Vandaag moeten bedrijven daadwerkelijk de mogelijkheid hebben om rechtstreeks mensen in dienst te nemen, zonder dat die tot de pool van erkende havenarbeiders behoren.’

Lees ookEuropees Hof velt negatief oordeel over deel van Belgische Wet Major