De NBB presenteerde donderdag het tweejaarlijkse havenrapport. De bank blikte tijdens de presentatie terug op de prestaties van de havens Brussel, Antwerpen, Gent, Oostende, Zeebrugge en Luik in de jaren 2018 en 2019. Maar daarnaast werd tegen de tradities in nog een jaar uitgelicht: het coronajaar 2020. Volgens de directeur van de NBB Steven Vanackere kon het ‘fameuze covidjaar’ niet onbesproken blijven.

Coronacrisis

De omzetdaling van 10,5% is onder andere het gevolg van een daling in de export (-5%) en import (-4%) die grotendeels veroorzaakt werd door de coronacrisis. De strenge lockdown die de Belgische overheden half maart 2020 oplegden, met een geleidelijke versoepeling in mei en juni, leidde tot een scherpe daling van de totale omzetcijfers in april en mei 2020, met een verandering op jaarbasis van respectievelijk -19% en -28%.

De tweede lockdown die eind oktober 2020 werd afgekondigd, leidde in november 2020 tot een nieuwe daling van de totale inkomsten, hoewel die beperkter was met een herstel in december, aangezien bedrijven zich dankzij hun ervaring met de eerste lockdown makkelijker aanpasten aan de opnieuw opgelegde beperkingen. De grootste impact op de handelsstromen, zowel import als export, zag het NBB bij de landen met het hoogste aantal coronadoden.

Het volume van goederenoverslag in alle Belgische havens bij elkaar is met 3,4% gedaald in 2020, vergeleken met het jaar daarvoor. Alle havens laten dalingen zien, behalve de haven van Zeebrugge. Vanackere verklaart de lichte stijging: ‘De groei van de containertrafiek, liquide en droge bulk heeft de val van de autohandel en roro ruimschoots gecompenseerd en zelfs meer dan dat.’

Wat Vanackere opviel, was dat gevestigde handelsstromen zijn afgenomen, maar dat het aangaan van nieuwe maritieme transportrelaties met partners buiten Europa in 2020 beter gelukt is dan voorgaande jaren.

Slachtoffers

Het grootste slachtoffer van de coronacrisis was volgens Vanackere de automobielsector met een gemiddelde omzetdaling van 86% in de maand april. De brandstoffensector kon in diezelfde maand ook een behoorlijke (gemiddelde) daling van de omzet noteren: 46%. De omvang van de schok in 2020 was heterogener in de scheepsbouw en -reparatie en in handelsondernemingen en het kleinst in de voedingsindustrie.

Uit het rapport is ook naar voren gekomen dat de havenondernemingen minder hard getroffen zijn dan het gemiddelde van alle ondernemingen in België bij elkaar. Onder deze ondernemingen vallen bijvoorbeeld kappers en restaurants die door coronamaatregelen soms hun deuren moesten sluiten. Terwijl de havens altijd operationeel zijn gebleven. Dat zou een logische reden kunnen zijn voor dit verschil. De omzet van de havenondernemingen is met 14% gedaald en de omzet van de algehele Belgische economie met 32%.

Toegevoegde waarde

Naast de cijfers van 2020 zijn de prestaties van de havens in de jaren 2018 en 2019 tegen het licht gehouden. De toegevoegde waarde van de Belgische havens is in 2019 gegroeid met 0,6% tot 32,2 miljard euro. Dat komt neer op 6,8% van het Belgische bbp. De directe toegevoegde waarde verhoogde in alle Belgische havens. De relatief duidelijkere stijging in de havens van Antwerpen en Luik was toe te schrijven aan de grotere capaciteit van de kerncentrales.

In de haven van Antwerpen genereerden scheepvaartmaatschappijen ook een hogere toegevoegde waarde dankzij de stijging van de chartertarieven, terwijl in de chemische industrie een scherpe vermindering werd opgetekend als gevolg van de forse daling van de bedrijfswinst van het grootste chemiebedrijf.

In de binnenhaven van Brussel was de groei van de toegevoegde waarde te danken aan overige logistieke diensten en handel. De haven van Zeebrugge zag haar toegevoegde waarde ook stijgen, vooral dankzij de energiesector en de vrachtafhandeling. De energiesector profiteerde van een hogere nettovergoeding voor uitbreidingsinvesteringen in installaties voor vloeibaar aardgas.

De groei van de toegevoegde waarde in de haven van Oostende was volledig te danken aan de metaalbewerkingsindustrie, de bouwnijverheid en overige logistieke diensten, terwijl die in de North Sea Port Flanders toe te schrijven was aan de handel en autoproductie. Met North Sea Port Flanders wordt de haven van Gent bedoeld, die onderdeel uitmaakt van het havengebied North Sea Port (fusie tussen de Belgische zeehaven Gent en de Nederlandse zeehavens Terneuzen en Vlissingen).

Investeringen

De investeringen van de Belgische havens zijn met 23% naar beneden gekelderd: 4,8 miljard euro in 2019. In 2018 was dit nog 6,2 miljard. De daling is onder andere het gevolg van lagere investeringen in de chemische industrie, energiesector, vrachtafhandeling, overige logistieke diensten en brandstofproductie. Maar de terugval in 2019 is ook ‘te wijten aan’ een hoog investeringsniveau in 2018 door de fusie tussen tankvaartmaatschappij Euronav en de in de VS gevestigde rederij Gener8 Maritime voor ruwe olie.

In 2017 en de drie jaren daarvoor schommelde het investeringsniveau tussen de 4 en 5 miljard, ongeveer gelijk aan de 4,8 miljard in 2019. Omdat Euronav gevestigd is in de haven van Antwerpen, daalden de investeringen in Antwerpen het hardst (27,2%). Daarnaast liepen de investeringen ook terug in Luik en Oostende. Daarentegen noteerde North Sea Port Flanders een sterke investeringsgroei dankzij grote investeringen in de metaalbewerking, chemische industrie en vrachtafhandeling, zo valt te lezen in het rapport.

Werkgelegenheid

De werkgelegenheid is gegroeid met 2% tot 254.009 FTE in 2019; goed voor 5,9% van de Belgische binnenlandse werkgelegenheid. In alle Belgische havens kwamen extra banen vrij, behalve in Brussel. De haven van Antwerpen droeg met 1,1% het meest bij aan de totale groei van 2% in werkgelegenheid. Dat is niet verwonderlijk aangezien de haven van Antwerpen de grootste Belgische haven is, zo staat geschreven in het rapport.

De toename van de directe werkgelegenheid was vooral te danken aan de extra banen in vrachtafhandeling. Andere bedrijfstakken creëerden ook nieuwe banen. In de haven van Antwerpen nam de werkgelegenheid ook toe in de chemische industrie en overige logistieke diensten.

Bij North Sea Port Flanders nam de werkgelegenheid toe in de autoproductie, terwijl dit in Oostende en Luik het geval was in de metaalbewerkingsindustrie en overige logistieke diensten. In de haven van Zeebrugge werden extra banen gecreëerd in de overige logistieke diensten, de handel en bij de ‘scheepsagenten en expediteurs’.

Goederenverkeer

In 2019 is het goederenverkeer gestegen met 2,6% tot 339 miljoen ton, vooral dankzij de havens van Zeebrugge en Antwerpen, zo staat geschreven in het rapport. De overslag van goederen in de haven van Zeebrugge groeide in de sectoren ‘vloeibaar aardgas’, ‘containers’ en ‘roro’. De haven van Antwerpen realiseerde in 2019 een recordvolume van trafiek voor de zevende jaar op rij met containers en droge bulk als belangrijkste drijfveren.

Vanackere benadrukte tijdens de presentatie de belangrijke functie van de havens voor de economie van België. ‘De waterweg is de belangrijkste route om landen buiten Europa te bereiken. 90% van de goederen in België komen binnen of gaan naar buiten via het water.’

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding