Gerben Dijksterhuis, de burgemeester van het Zeeuwse Borsele, en Martijn Mol, projectleider van Taskforce-RIEC, vertellen over de aanpak van de criminaliteit in de zeehavens van Zeeland en West-Brabant. Taskforce-RIEC (Regionaal Informatie en Expertise Centrum) ondersteunt partijen om georganiseerde criminaliteit tegen te gaan.

De georganiseerde criminaliteit gaat verder dan drugshandel. Ook illegale afvoer van afvalstoffen, illegaal verblijf op haventerreinen, mensensmokkel, arbeidsuitbuiting, smokkel van goederen en het witwassen van criminele opbrengsten maken deel uit van het ‘criminele aanbod’ in de havens.

Dijksterhuis is, naast de burgemeester van Borsele, voorzitter van de Havendriehoek: de burgemeesters van Borsele, Terneuzen, Vlissingen en Moerdijk werken samen met de havenbedrijven, politie, douane, justitie en Taskforce-RIEC om georganiseerde criminaliteit te beteugelen. De burgemeester heeft overigens niet de illusie dat de georganiseerde criminaliteit ooit stopt.

Kwetsbaar

Op verzoek van de Havendriehoek heeft TNO eind 2019 onderzoek gedaan naar criminaliteit in de Zeeuwse havens. Dijksterhuis: ‘De hoofdconclusie is dat de Zeeuwse havens kwetsbaar zijn voor ondermijning. De toezicht en handhaving is onder de maat.’ Volgens Dijksterhuis staan de Zeeuwse havens op de onderste helft van de ladder wat betreft politiecapaciteit. ‘Die mag steviger en daar mag meer in geïnvesteerd worden. Dat erkent de politie zelf ook.’

Dat toezicht en handhaving in de Zeeuwse havens onder de maat is, is volgens Dijksterhuis de verantwoordelijkheid van politiek Den Haag. ‘Op de ministeries maken ze de keuzes op welke plekken politie en douane worden ingezet. De politiebezetting is met name in de randstad sterk, omdat er veel wordt ingezet op stedelijke omgevingen.’

Volgens Dijksterhuis hebben Zeeland en Moerdijk als probleem dat de gebieden redelijk uitgestrekt zijn en over een lage bevolkingsdichtheid beschikken en tegelijkertijd een grote industrie en zeehaven bestieren. Doordat Rotterdam en Antwerpen hoog scoren op handhaving, ziet Dijksterhuis dat criminelen uitwijken naar andere logistieke knooppunten, zoals de kleinere zeehavens.

Dijksterhuis: ‘De Rotterdamse haven is een voorbeeld voor ons. Maar dat zij het zo goed voor elkaar hebben, is ook een gevolg van de extra hoeveelheid mensen en middelen die de haven tot zijn beschikking heeft.’ Volgens Dijksterhuis zou het ‘enorm helpen als de Zeeuwse havens in de toekomst worden aangewezen als mainport. Dan zijn de havens gekenmerkt als belangrijke doorvoerhavens waarbij een bepaalde capaciteit voor het uitvoeren van controles past.’

De bal ligt volgens Dijksterhuis nu bij de ministers en de Tweede Kamer, want ‘daar vindt de prioriteitstelling plaats.’

Daarnaast pleit de burgemeester voor een structurele funding en daarmee bedoelt hij niet alleen geld, maar ook de extra inzet van mensen. ‘Nu zijn we elke keer afhankelijk van een incidentele financiering. Daarmee kunnen we de ondermijning niet structureel aanpakken.’

‘Het probleem is groot’, aldus Dijksterhuis. Vorig jaar werd er 7000 kilo coke in de Zeeuwse havens in beslag genomen. ‘En dat is drugs die getraceerd is. Maar je weet niet wat je niet ziet. Dus het probleem is hoogstwaarschijnlijk nog groter.’ Ook zegt de burgemeester dat de prijs van coke op straat niet verandert. Dat betekent dat er nog voldoende aanbod is, anders zou de prijs wel oplopen. ‘Er is dus nog een grote drugsstroom in omloop die niet tegengehouden kan worden.’

De criminaliteit wordt volgens Mol momenteel aangepakt door controles van de douane en onderzoeken door de politie. Ook zijn beide partijen momenteel aan het experimenteren met drones om de veiligheid te bevorderen. ‘Maar waar je tegenaan loopt, is dat het aanbod vele malen groter is dan dat er capaciteit is om de problematiek tegen te gaan.’

Hogere hekken

Er worden verschillende acties op touw gezet door de partijen, zoals het plaatsen van hogere hekken rondom bedrijventerreinen. Volgens Dijksterhuis moet ook de meldingsbereidheid omhoog, in de vorm van een meldpunt zoals Meld Misdaad Anoniem. ‘Het moet makkelijk gemaakt worden om een melding te maken van een verdachte situatie. En anoniem, omdat in veel gevallen bedreiging in het spel is.’

Mol werkt daarnaast vanuit Taskforce-RIEC aan interventies in de havens in Zeeland en West-Brabant. Maar ook preventie is volgens hem belangrijk. Door de samenwerking aan te gaan met ondernemers hoopt Mol het criminelen lastiger te maken. ‘Als ondernemers opvallende dingen zien, mogen zij contact opnemen met Taskforce-RIEC. Ondanks de mindere capaciteit is het belangrijk om de ondernemers in te laten zien waar ze op moeten letten.’

Ook moet volgens Mol inzichtelijk worden hoe het legale logistieke proces van A tot Z in elkaar zit voordat duidelijk in kaart kan worden gebracht van welke punten de criminelen misbruik maken. ‘Om het legale proces goed te kunnen begrijpen, hebben we ook de ondernemers nodig.’ Daarom wordt er een information sharing centrum opgezet. Dat is een samenwerkingsverband tussen ondernemers en overheid.

In dit centrum kunnen de mensen die werkzaam zijn in de haven met elkaar delen welke criminele activiteiten zij opmerken. Bijvoorbeeld de securitymanagers, de wijkagenten van de haven. Die kennis wordt vervolgens door de overheid gebruikt om interventies te kunnen doen.

Maar er is ook een belangrijke rol weggelegd voor vrachtwagenchauffeurs, met wie Mol al de nodige kopjes koffie heeft gedronken. Dan hoort hij de verhalen, dat bijna elke vrachtwagenchauffeur of collega een situatie met verdovende middelen heeft meegemaakt. ‘De mensen op de werkvloer zien wat er gebeurt. Die informatie is voor ons heel belangrijk.’

Na zo’n gesprek geeft Mol de chauffeur een mok met een QR-code erop. De code verwijst naar een filmpje waarin tips staan om criminaliteit te herkennen. Ook is Mol bezig met een serious game, om signalen van ondermijning op te merken, die wordt geïmplementeerd in de trainingen voor vrachtwagenchauffeurs.

Daarbij is de chauffeur behoorlijk kwetsbaar, volgens Dijksterhuis. ‘Zo kan een chauffeur een behoorlijk bedrag, denk aan duizenden euro’s, krijgen om de crimineel drugs te laten verstoppen tussen zijn lading.’ De chauffeur is volgens Dijksterhuis een centraal figuur in dit soort zaken. ‘En wanneer de chauffeur een keer meewerkt, is hij daarna afpersbaar door de crimineel, waardoor het lastig wordt voor de chauffeur om ermee te stoppen.’

Dijksterhuis benadrukt dat criminaliteit zoals drugshandel niet alleen de havens raakt, maar ook de samenleving. Bij criminele activiteiten in de logistieke sector zijn volgens Mol vaak personen uit de omgeving betrokken. ‘Dit heeft bijvoorbeeld ook veel impact op woonwijken waar criminelen wonen. Er kan geweld, veelal met wapens, bij komen kijken als iemand wordt opgepakt of wanneer criminelen onderling een ruzie uitvechten.’

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding