Alle havens zijn aan het nadenken over de inrichting van een nieuwe energieinfrastructuur, zoals pijpleidingen met waterstof. Het lijkt onvermijdelijk dat de havens, die geografisch relatief dicht bij elkaar in de buurt liggen, daarbij gaan samenwerken om het netwerk op elkaar af te stemmen.

Castelein, ceo van havenbedrijf Rotterdam: ‘Het is niet zo dat er slechts één point-to-point systeem gebouwd gaat worden. Je ziet dat er veel verknopingen plaatsvinden met meerdere connecties. Dat is noodzakelijk om het zo efficiënt mogelijk te maken tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.’

Volgens ceo Koen Overtoom van havenbedrijf Amsterdam zou een partij als Gasunie of Fluxys hierbij een leidende rol moeten spelen. ‘Havens proberen zo goed mogelijk op de landelijke backbone aan te sluiten. Dat moet je regionaal bekijken, zoals wij bijvoorbeeld dat doen met Tata Steel. Maar je ziet dat de fasering nooit helemaal tegelijk is. En daarvoor heb je een masterplan nodig.’

Complexe zaak

‘Belangrijk is dat we daarvoor zoveel mogelijk bestaande assets gebruiken’, vindt de Antwerpse ceo Jacques Vandermeiren. ‘Nieuwe infrastructuur bouwen is vaak moeilijk en duur, alles is al vol gebouwd. Je kunt beter bestaande infrastructuur inpassen in het masterplan. We hebben het echter al druk genoeg om dit te verzorgen in ons eigen havengebied, daarom zitten we als verschillende havenbedrijven hiervoor niet altijd samen.’

‘Zo moeten we proberen om Zeebrugge, Antwerpen en Gent in één systeem op elkaar te laten aansluiten. Het is een complexe zaak die je niet in de schoenen van de havenbedrijven moet schuiven. Het zijn vooral de nationale infrastructuurbeheerders en overheden die hierbij een rol spelen. Maar alles op zijn tijd’, aldus Vermeiren.

Tom Hautekiet, ceo van Zeebrugge, is dat volmondig met hem eens: ‘We moeten eerst in onze eigen achtertuin kijken wat werkt en vervolgens pas opschalen.’

Waterstof-import

Vrijwel alle zeehavens denken al na over het opzetten van eigen waterstof-import terminals. De Benelux zal immers niet zelfstandig in staat zijn om voldoende eigen groene waterstof te maken om in de energievraag te voorzien. Maar is dat iets om te combineren of gaan de havens hierin hun eigen weg?

Vandermeiren: ‘Het is belangrijk dat we in voldoende energie kunnen voorzien, anders dreigt onze chemische industrie te vertrekken. Ze verwachten vroeg of laat groene waterstof. Er zijn plaatsen op de wereld waar bijvoorbeeld veel meer zon schijnt waardoor het drie keer goedkoper is om daar je groene waterstof te maken. Het is onze taak om die import te verzorgen. De helft van de waterstof zal straks van elders komen. De vraag via welke havens dat precies gaat is voor mij minder belangrijk dan de enorme uitdaging om überhaupt voldoende energie binnen te krijgen.’

Overtoom: ‘Je gaat eerst lokaal experimenteren met elektrolysers. Maar als het grootschalig wordt, moet je met elkaar de discussie voeren of dat in alle vier de havens het beste gaat of misschien ook niet. Daarvoor is samenwerking nodig.’

Concurrentie

Toch zien de havens elkaar op ladinggebied nog altijd als elkaars voornaamste concurrenten. Zo strijden Rotterdam en Antwerpen regelmatig om aanlopen van rederijen. Maar volgens Overtoom is het eigenlijk in ieder zijn belang om de zeehavens richting China sterker en gezamenlijk te presenteren als één grote deltaregio. ‘Zo zouden we op het gebied van infrastructuur beter kunnen samenwerken. Net zoals we in het verleden met Rotterdam hebben samengewerkt om de aanleg van de Betuwelijn te bewerkstelligen.’

Vandermeiren: ‘Onze overheden zijn veelvuldig met elkaar in gesprek over dit soort zaken. Al kijkt iedereen ook naar wat er voor hem in zit, het moet geen kruideniersoefening worden waarin kijkt dat er voor iedereen evenveel in zit. Er is sprake van eigen belangen, we blijven immers nationale entiteiten. Deze evenwichtsoefening is niet eenvoudig. Maar zaken als de energietransitie en het waterpeil zorgen voor een andere dynamiek. Al blijven het complexe zaken die wij als havenbedrijven graag overlaten aan de diplomatie van de betrokken landen. Infrastructuur is in onze dichtbevolkte landen altijd een moeilijke kwestie.’

Hautekiet: ‘Vanuit Shanghai is de hele Deltaregio slechts één puntje op de kaart. Dus laten we vooral kijken waarin we daar elkaar kunnen vinden, zoals bijvoorbeeld het regelgevend kader op elkaar afstemmen. Zo is estuaire vaart een moeilijk thema, maar dat is belangrijk voor ons allemaal. Hoe beter we de infrastructuur op elkaar afstemmen, hoe beter voor de hele regio.

Gelijk speelveld

Castelein: ‘Het is wel essentieel dat het speelveld gelijk is. Wij zorgen niet voor de waterstof waardeketen, dat zijn de fabrieken en bedrijven. Het is onze taak om hen te faciliteren. Nu zijn er verschillen op het gebied van veiligheid, milieu en financiële structuren. Al trekt Brussel steeds meer naar zich toe. Zo gaat het Fit-for-55 ons allemaal aan. Maar het zou ongewenst zijn als Nederland dat pakket wel omarmt en België niet. Dat maakt het lastig voor bedrijven om gelijkwaardig op diverse locaties te opereren. Zo zijn er bedrijven die hun fabrieken in zowel Antwerpen als Rotterdam aansturen als één unit. Voor hen is dat gelijke speelveld essentieel.’

Vandermeiren is het daarmee eens. ‘Al kun je niet af en toe doen alsof je één regio bent en vervolgens op een ander terrein elkaar keihard uitspelen. Dus samenwerken waar het kan, maar zeker niet altijd en overal.’

Digitale infrastructuur

Eén vlak waar de havens volgens Overtoom zouden moeten samenwerken is de digitale infrastructuur. ‘Ik vind dat het nu suboptimaal werkt. In het verleden hebben we ons Port Community Systeem gekoppeld aan die van Rotterdam. De Vlaams-Nederlandse Delta is zo aan elkaar geknoopt, dat het bijna een no-brainer is om dit ook voor de hele regio te doen. Je moet over de emotie van ‘Portbase of Nxtport is beter’ heenstappen en daar naar toe werken.’

Al vindt Hautekiet niet dat we hier niet in één stap naar toe kunnen. ‘We zijn nu vanwege onze fusie met Antwerpen aan het kijken hoe we Nxtport kunnen integreren zonder ons eigen systeem helemaal overboord te gooien. Het één sluit het ander namelijk helemaal niet uit. Binnen onze landsgrenzen moeten we eerst een ‘single-gateway to government’ maken. Eén systeem voor de hele deltaregio is nog wel ver weg.’

Castelein: ‘Vroeger werd de haveninfrastructuur bepaald door beton en kademuren. Digitaal is de nieuwe infrastructuur van een haven. Net zoals we allemaal beton kunnen bouwen, kunnen we allemaal een digitale infrastructuur bouwen. Maar er zitten veel partijen aan vast. Samenwerken is een kort woord, maar betreft veel complexe processen. Dus het is niet alleen een kwestie van willen, maar ook dat alle partijen er voordeel uit kunnen halen. Er komt een moment dat je systemen moet vervangen en we begrijpen de nut en logica van één systeem.’

Techsector

Vandermeiren: ‘Het gaat ooit gebeuren. Maar de vraag is of we erbij gebaat zijn om dat proces te versnellen. Het moet ook rijpen. Data delen wordt makkelijk uitgesproken, maar bedrijven willen het vaak voor zichzelf houden of verkopen. Er moet eerst een evolutie plaatsvinden. Ook de douanes spelen hierin een belangrijke rol. Die moeten eerst zaken afstemmen met elkaar. Het proces loopt en havenbedrijven hebben belang om dit te sturen en niet aan de techsector over te laten. Maar eerst stappen en dan pas lopen. Als iemand van ons een goed neutraal systeem heeft, zoals het Rotterdamse Routescanner, waarom zouden we dat dan niet allemaal gebruiken? Dat is een mooie eerste stap.’

Overigens is de eerste prioriteit op korte termijn voor de havens het omgaan met de wereldwijde disrupties in de containervaart. En dat gaat nog wel even duren, verwacht Castelein. ‘Als je kijkt naar de lange wachtrijen bij de haven van Long Beach doen wij het niet eens zo slecht. Maar de wereldwijde problemen zouden zomaar pas eind volgend jaar opgelost kunnen zijn.’

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding