De sleutelprojecten zijn aangewezen in de eerste editie van de Cluster Energie Strategie Rotterdam-Moerdijk, afgekort CES 2021, die in september is gepubliceerd. Het is de bedoeling dat er elke twee jaar een geactualiseerde versie verschijnt die dient als routekaart voor wat er in de regio moet gebeuren om succesvol over te schakelen ‘van fossiel naar duurzaam’. Dat is nogal een opgave, want in de huidige situatie komt in de havens in de regio Rotterdam-Moerdijk jaarlijks drie keer het Nederlandse energieverbruik aan olie, kolen en dergelijke binnen, ofwel 13% van de energievraag in de Europese Unie.

Desastreus

Belangrijkste actoren in CES-verband zijn Havenbedrijf Rotterdam (tevens voorzitter van de betreffende werkgroep), Deltalinqs, de provincie Zuid-Holland, Havenbedrijf Moerdijk en Stedin, de regionale beheerder van het stroom en gasnet. Centraal staat de vraag welke energiestromen er in de toekomst nodig zijn en wat er voor nodig is om die te accommoderen. De antwoorden op die vraag worden vervolgens vertaald in concrete projecten, in de meeste gevallen compleet met kostenraming, tijdpad en een opsomming van de betrokken partijen.

Volgens de CES-partners staat er nogal wat op het spel. Enerzijds kan tijdige uitvoering van de ‘geïdentificeerde’ projecten ertoe leiden dat het havengebied zijn prominente rol in de Europese energievoorziening kan vasthouden en waarschijnlijk kan versterken. Vertraging daarentegen pakt volgens de auteurs ‘desastreus’ uit voor de regio, die goed is voor 385.000 banen en met een economische waarde van 45,5 miljard euro ruim 6% van het bruto binnenlands product genereert.

Het aardige van het CES-rapport is dat het voor het grootste deel om concrete projecten gaat, die deels al in de uitvoeringsfase zitten en waarvan in de meeste gevallen ongeveer bekend is wat ze gaan kosten en wie ervoor verantwoordelijk is. Om maar met de pegulanten te beginnen: voor vier van de zes projecten is samen richting de twee miljard euro nodig. Van twee projecten worden geen bedragen genoemd. Wat ook amper genoemd wordt, is welk bedrag aan overheidssteun nodig is om alle projecten voor elkaar te krijgen. Het woord ‘subsidie’ komt welgeteld vier keer voor in het vijftig pagina’s tellende rapport, en dan alleen voor die gevallen waarin die al is toegezegd.

Wat verder opvalt, is de korte termijn waarbinnen volgens de CES-groep knopen moeten worden doorgehakt. Bij vier van de zes projecten is dat al dit of volgend jaar, bij de andere twee uiterlijk in 2023. Ook moeten de meeste al binnen een paar jaar operationeel zijn. Slechts voor twee projecten wordt gemikt op ingebruikneming na 2025.

Cruciale schakel

Dan de projecten zelf in vogelvlucht, in de volgorde zoals die in het rapport wordt aangehouden. Het meest vergevorderde project lijkt HyTransPort.RTM van Havenbedrijf Rotterdam en de Gasunie, dat voorziet in de openbare waterstofleiding tussen de Maasvlakte en Pernis. Die wordt beschouwd als een cruciale schakel in de toekomstige waterstof-infrastructuur in het havengebied. De leiding krijgt een diameter van 24 inch (ruim 60 centimeter) en moet een nog te bouwen ‘conversiepark’ op de Maasvlakte enerzijds en bedrijven als Shell en Uniper anderzijds met elkaar verbinden. Het investeringsbesluit zou nog dit jaar moeten worden genomen en in 2024 moet de buis operationeel zijn. Geschatte kosten, met een marge van 40%: 100 miljoen euro.

Sleutelproject 2 behelst eveneens de aanleg van pijpleidingen. Onder de noemer ‘Versterking west-oost infra verbinding’ zou er vanaf 2025/26 een pijpleidingbundel tussen Rotterdam/Geertruidenberg via Moerdijk naar Geleen/Duitsland moeten liggen. Daar moet niet alleen waterstof doorheen, maar ook CO2, propaan en lpg. Die moet een capaciteit van vele miljoenen tonnen per jaar krijgen en vergt naar verwachting een investering van rond een miljard euro, eveneens met een bandbreedte van 40%. Belangrijkste projectpartners zijn het Havenbedrijf en de Rotterdam-Rijn Pijpleiding Maatschappij, die de bestaande verbinding naar het Ruhrgebied exploiteert.

Windpark

Het volgende project behelst het aan land brengen van enorme hoeveelheden offshore windstroom via de Maasvlakte en het verzwaren en het uitbreiden van het elektriciteits­net in de regio. Dat moet minstens twee gigawatt aan stroom extra kunnen verwerken, grofweg de productie van drie in aanbouw zijnde windparken. Het investeringsbesluit staat voor dit jaar op het programma en de eerste fase, windpark Hollandse Kust Zuid, komt volgend jaar al in bedrijf. Tennet, dat volledig voor dit project verantwoordelijk is, geeft geen raming van de verwachte investeringskosten. Wel zegt het stroombedrijf dat het project jaarlijks 2,5 miljoen ton CO2-uitstoot bespaart.

Het bekendste project in het rijtje is waarschijnlijk Porthos, waar het Havenbedrijf, Gasunie en Energie Beheer Nederland al jaren aan werken. Het voorziet in het transport en de opslag van afgevangen CO2 van de havenindustrie in een uitgeproduceerd gasveld in de Noordzeebodem. Met een geschatte investering van een half miljard euro, +/- 25%, is dit het duurste project van het zestal. De reeds verleende subsidie van maximaal 2,1 miljard euro voor de gebruikers komt daar nog bij. Het moet een reductie van de CO2-uitstoot van 2,5 miljoen ton per jaar opleveren, na 2030 oplopend tot 10 miljoen ton per jaar. Het investeringsbesluit staat voor volgend jaar op de agenda, twee jaar later moet de leiding er liggen.

Stikstofruimte

Wederom een pijpleiding-project is WarmtelinQ voor het transport van industriële restwarmte vanuit het havengebied naar onder meer Den Haag. De investeringsbeslissing zou dit jaar genomen moeten worden en het systeem zou uiterlijk in 2026 beschikbaar moeten zijn. De twee partners, Havenbedrijf Rotterdam en Gasunie, noemen het investeringsbedrag ‘vertrouwelijk’. Wel ligt er al een subsidietoezegging van het Rijk van 90 tot 100 miljoen euro. Volgens de CES-groep is de aanleg van groot belang omdat er geen alternatieven zijn voor het gebruik van warmte uit de haven, die nu nog verloren gaat.

Eveneens een groot project is H-Vision, dat gericht is op de bouw van minstens twee waterstoffabrieken, vooral voor de industrie. De benodigde investering wordt geschat op 150 tot 250 miljoen euro en het besluit zou dit of volgend jaar genomen moeten worden. Vier jaar daarna moet de eerste koolstofarme waterstof beschikbaar zijn. Projectpartners zijn naast Havenbedrijf Rotterdam ruim tien industriële bedrijven, waaronder BP, Shell en Exxon. Het moet in totaal een kleine 3 miljoen ton aan CO2-reductie per jaar opleveren. Dit project lijkt nog met de meeste onzekerheden omgeven te zijn, getuige de opmerking onder het kopje risico’s:  ‘Het rond rekenen van de business case vraagt nog om aanvullend beleid, beschikbaarheid van bestaande CO2-opslag en stikstofruimte om te bouwen’. Dat klinkt als een serieuze uitdaging.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding