Minister Barbara Visser van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft recentelijk een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waaruit blijkt dat natuur- en milieu­organisaties het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) via een handhavingsverzoek hebben gevraagd om de natuurcompensatie in de zogenoemde Voordelta nu eindelijk te regelen. Gebeurt dat niet, dan zijn juridische stappen niet uitgesloten, zo laat de minister weten.

De Voordelta beslaat een strook van 92.000 hectare Noordzee direct ten zuidoosten van de Maasvlakte. Die grenst aan de kust van de Zuid-Hollandse en Zeeuwse kustlijn tot en met Walcheren. In het noordelijk deel ervan heeft zo’n 25.000 hectare de status van beschermd bodemgebied, met rustgebieden voor vogels. Dat is onder meer van belang voor de populaties van eider- en zwarte zee-eenden. Havenbedrijf Rotterdam, opdrachtgever voor de bouw van Maasvlakte 2, betitelde de natuurcompensatie in de Voordelta indertijd als de aanleg van een ‘zeereservaat’.

Natura 2000

Die natuurcompensatie was verplicht omdat Maasvlakte 2 is aangelegd in een Natura 2000-gebied, waar de strenge Europese vogel- en habitat-regelgeving geldt. Door de aanleg van het nieuwe havengebied is ten zuidwesten daarvan een zogenoemde ontgrondingskuil van meer dan twintig meter onder NAP ontstaan. Die verstoort het leefgebied van onder meer de genoemde eenden. Afgesproken was dat de kuil in de tien jaar na de aanleg vanaf 2008 maximaal 470 hectare groot mocht worden. Volgens Havenbedrijf Rotterdam zit de kuil nog steeds ruim binnen die grens, al groeit de oppervlakte wel gestaag.

Het probleem van die diepte is dat een bepaald type leefomgeving (voor de kenners: permanent overstroomde zandbanken, habitat 1110B) zich daarbij niet kan handhaven. En dat brengt een hele reeks onderwatersoorten met allerlei onwaarschijnlijke namen in het gedrang. Te denken valt aan het kniksprietkreeftje, het harnasmannetje, de schurftvis, de vijfdradige meun en, niet te vergeten, de glanzende tepelhoorn.

De aanleg van Maasvlakte 2 was het belangrijkste onderdeel van het Project Mainportontwikkeling Rotterdam, kortweg PMR. De twee andere elementen daarvan waren een betere benutting van het bestaande havengebied (Bestaand Rotterdams Gebied) en de ontwikkeling van 750 hectare nieuwe natuur- en recreatiegebieden op Midden-IJsselmonde en ten noorden van Rotterdam. De ontwikkeling van het ‘zeereservaat’ staat daar los van, omdat die wettelijk verplicht was. De nieuwe natuur- en recreatiegebieden waren een ‘extraatje’ in het kader van de ‘dubbele doelstelling’ van PMR: ruimte voor groei van de haven en gelijktijdige verbetering van de leefbaarheid in de regio Rijnmond.

Verhoudingen veranderd

Een in 2009 opgerichte ‘Tafel van Borging’ moet in de gaten houden of het goed komt met die dubbele doelstelling, met name de verbetering van de leefkwaliteit. Daarin zitten zo’n beetje alle betrokken partijen: Rijk, provincie, gemeente, Deltalinqs, VNO-NCW, NMZH, Natuurmonumenten, Zuid-Hollands Landschap en de Stichting Duinbehoud. Ze komen twee keer per jaar bijeen en sturen jaarlijks een ‘monitoringsrapportage’ naar de regering en de Tweede Kamer.

Wie boven water probeert te krijgen wat er concreet moet gebeuren in de Voordelta, verdrinkt al gauw in een zee van overlegorganen, adviesaanvragen, informatie-overdrachten en beleidsstukken. De coördinatie van het overleg blijkt in handen te zijn gelegd van het ingenieursbureau WesselinkVanZijst in opdracht van twee ministeries (IenW en LNV) en Havenbedrijf Rotterdam. Het bureau moest proberen om steun te vinden bij de natuur- en milieuorganisaties, nmo’s in het jargon, en de visserij. Er is een website gemaakt (www.natuurcompensatie-voordelta.nl) waarop tientallen rapporten, evaluaties, monitoring-verslagen, wijzigingsbesluiten en wat niet al te vinden zijn. Maar wat nu de laatste stand van zaken is, valt voor een buitenstaander nauwelijks te ontwarren.

Volgens minister Visser hebben de nmo’s het handhavingsverzoek ingediend ‘om ervoor zorg te dragen dat de beoogde natuurcompensatie alsnog gerealiseerd wordt’. Volgens haar worden de gesprekken met de omgevingspartijen gewoon voortgezet, ook met de natuur- en milieuorganisaties. ‘Maar’, schrijft ze, ‘gezien het lopende verzoek met mogelijk juridische consequenties zijn de verhoudingen veranderd, waarmee rekening gehouden moet worden bij de vervolgstappen’.

Gevoelig

Volgens Visser staat de compensatie an sich niet ter discussie, maar moet nu eerst de reactie op het handhavingsverzoek worden afgewacht. Het ministerie van LNV had daar in principe acht weken de tijd voor, maar het is niet helemaal duidelijk wanneer die termijn afloopt. Als een reactie uitblijft, kunnen de indieners het ministerie in gebreke stellen, wat een voorportaal van een juridische procedure kan zijn.

Volgens de website van een van de betrokken nmo’s, de Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland (NMZH), is de totstandkoming van het ‘zeereservaat’ al in 2010 afgerond. Toch is die een bron van zorg ‘omdat de afgesproken natuurdoelen niet lijken te worden behaald’. Volgens de milieuvereniging wordt met het ministerie van LNV gesproken over aanvullende maatregelen om die doelen alsnog te halen. Welke die zijn, is niet duidelijk. Een telefoontje naar NMZH leert dat de zaak gevoelig ligt. Directeur Alex Ouwehand wil er, na intern beraad, inhoudelijk niets over kwijt.

Een veel kleiner project, de compensatie van het verlies van duingebied als gevolg van de aanleg van Maasvlakte 2, is in de tussentijd overigens wel grotendeels gerealiseerd. Tussen Hoek van Holland en Monster is een 40 hectare groot nieuw duingebied aangelegd, het Spanjaards Duin. De benodigde 6 miljoen kubieke meter zand is al in 2009 gestort, vlak na de start van de aanleg van Maasvlakte 2 in 2008 dus.

De bedoeling is dat in dit gebied vochtige duinvallei en kalkrijk grijs duingrasland ontstaat, waarin onder meer de groenknolorchis het naar zijn zin heeft. Dat doel zou rond 2033 bereikt moeten zijn. Dit wordt eveneens in de gaten gehouden door een ingenieursbureau, in dit geval Deltares. Die volgt onder meer het grondwater, de zanddynamiek en de vegetatieontwikkeling en noemt het spannend ‘of de natuur zich ook houdt aan de afspraken die we als mens hebben gemaakt’.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement