Dat heeft opdrachtgever Rijkswaterstaat aangekondigd. Daarmee wordt het Amsterdamse havengebied toegankelijk via ‘s werelds grootste zeesluis. De sluiskolk, oftewel de waterbak, is 500 meter lang, zeventig meter breed en achttien meter diep. Daarmee is de sluis twee meter breder dan de vorige recordhouder. Dat is de vijf jaar geleden opgeleverde Kieldrechtsluis in Antwerpen, die wel even lang en breed als de nieuwe sluis is.

Het aannemersconsortium OpenIJ van BAM, VolkerWessels en de financiers DIF Capital en PGGM heeft de bouwwerkzaamheden in augustus vorig jaar afgerond. De bouw ervan is al in 2016 begonnen en heeft door een reeks tegenvallers twee jaar langer geduurd dan de bedoeling was.

Rijkswaterstaat is nog druk bezig met de planning van het evenement en is in overleg met onder andere de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland, die samen zo’n honderd miljoen euro aan het project hebben bijgedragen. Ook is er overleg gaande met de gemeente Velsen en Port of Amsterdam. Volgens een woordvoerder van RWS is nog niet duidelijk wie de officiële openingshandeling gaat verrichten.

Terugvaloptie

De woordvoerder bevestigt dat de huidige Noordersluis, die al sinds 1929 de belangrijkste toegangspoort tot het Amsterdamse havengebied vormt, in elk geval nog drie jaar in gebruik blijft als ‘terugvaloptie’ voor de nieuwe sluis. Dan pas is de zogenoemde ‘constructie voor onttrekking van zout water’ klaar, die gebouwd wordt door Van Hattum en Blankevoort.

Die is nodig omdat er zonder maatregelen per schutting 10.000 ton zout het Noordzeekanaal instroomt. Voor de Noordersluis is dat 6000 ton. De onttrekkingsconstructie, in feite een grote en zeer diepe bak, moet ervoor zorgen dat het zoute water wordt opgevangen en kan worden afgevoerd. Dat gebeurt onder meer via het spui-gemaal van het sluizencomplex.

Van Hattum en Blankevoort heeft pas medio vorig jaar opdracht gekregen voor de bouw van de onttrekkingsconstructie, omdat de bouw ervan veel complexer bleek dan gedacht. Het project valt met een totale kostprijs van 120 miljoen euro drie keer zo duur uit dan aanvankelijk begroot. De overschrijding van tachtig miljoen komt ten laste van de begroting van Rijkswaterstaat.

Daarmee valt dit project buiten het budget van 850 miljoen voor de bouw van de sluis zelf. Het aannemersconsortium OpenIJ kreeg tijdens de bouw een strop van ruim 200 miljoen te verwerken door een reeks tegenvallers, waaronder een te licht ontwerp van de sluisdeuren. Op grond van het contract met Rijkswaterstaat lagen de risico’s voor kostenoverschrijding bij de aannemer.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement