De rechtbank veroordeelde het duo tot een jaar gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk en met aftrek van voorarrest. De derde verdachte is vrijgesproken omdat volgens de rechter niet bewezen is dat hij wist dat hij door de neef in een fraudezaak betrokken was geraakt.

Oom Youssef H., indertijd IT-manager bij het Havenbedrijf, heeft dertien spookfacturen voor in totaal 457.319 euro goedgekeurd. Die waren afkomstig van het bedrijf FMS van zijn neef Redouan el Y., die daarvoor geen enkele tegenprestatie had geleverd. H. had het systeem om de facturen goed te keuren en uit laten betalen eigenhandig opgezet, onder meer met vervalste handtekeningen.

‘Louter financieel gewin’

De rechter constateerde dat het duo ‘uit louter financieel gewin’ heeft gehandeld. De fraude ging ongeveer een jaar lang door. De rechter zei ‘sterk de indruk dat de hebzucht van de verdachten groter werd naarmate zij merkten dat er bij het Havenbedrijf nog geen alarmbellen afgingen’, omdat de gedeclareerde bedragen steeds groter werden. Uiteindelijk incasseerden ze met de laatste factuur in één klap 108.900 euro.

Volgens  de rechtbank hebben ze zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte, oplichting en ‘gewoontewiswassen’. Dat laatste baseert de rechtbank op het feit dat de fraude een jaar lang door ging en dat het geld contant is gemaakt door het te gebruiken voor het afbetalen van een schuld, het betalen van de huur en voor secundaire en tertiaire levensbehoeften.

Terugbetalen

Het Openbaar Ministerie had gevangenisstraffen van zeventien maanden tegen de oom en van negentien maanden tegen de neef geëist. Maar de rechtbank vindt het feit dat de twee op grond van een uitspraak in een civiele zaak nog ‘een zeer een lange periode’ nodig zullen hebben om de schade terug te betalen een verzachtende omstandigheid en verlaagde de straf daarom. ‘Daardoor kunnen ze ook eerder betaald werk verrichten’, aldus de rechtbank. 

Havenbedrijf Rotterdam had de rechtbank in deze strafzaak gevraagd de twee ook te veroordelen tot betaling van in totaal 1,3 miljoen euro voor de geleden schade en bijkomende onderzoeks- en juridische kosten. Daarnaast vroeg het om een zogenoemde schadevergoedingsmaatregel, waarbij de staat de invordering ten gunste van het Havenbedrijf overneemt.

De rechtbank wees die eisen af, omdat de twee drie jaar geleden in een civiele procedure al tot terugbetaling verplicht werden. Ook stelde de rechter dat het Havenbedrijf een professioneel bedrijf is, dat voldoende mogelijkheden heeft om incassoprocedures te voeren. Tot op heden hebben de twee overigens nog geen cent terugbetaald.

Katvanger

De derde verdachte, A. A., fungeerde in de zaak als katvanger. Hij werd begin 2018 eigenaar van FMS, toen het de andere twee al duidelijk was dat de alarmbellen bij het Havenbedrijf inmiddels wel waren afgegaan. Hij kreeg daar ‘als beloning’ 10.000 euro voor. Hoewel hij ‘een raar onderbuikgevoel’ kreeg bij de gang van zaken – zo moest hij verschillende keren 10.000 euro uit geldautomaten pinnen terwijl neef el Y. in de auto bleef wachten – achtte de rechtbank niet bewezen dat hij wist dat het geld crimineel was verkregen en sprak hem daarom vrij.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement