Pijler 1: Efficiency & infrastructuur

‘Energiebesparing is een goede manier om CO2 te besparen. Toch zien we, ondanks een toenemende efficiency, de energiebehoefte eerder toe- dan afnemen’, zegt Weterings. ‘Dat vraagt om nieuwe infrastructuur, zoals een CO2-leiding voor Carbon Capture and Storage (CCS, red.). We organiseren dat via een open access-infrastructuur, zodat alle partijen er op kunnen aanhaken. En samen met TenneT en Stedin zijn we bezig met de uitbreiding en verzwaring van het stroomnetwerk. Het spanningsniveau moet omhoog en er zijn extra stations nodig. Die worden opgeleverd tussen 2024 en 2030. Gelukkig zijn we op tijd gestart met dit programma, maar de elektrificatie gaat zo snel dat ook wij op sommige plekken problemen krijgen met de capaciteit van het net.’

Pijler 2: Een nieuw energiesysteem

In deze pijler speelt offshore wind een belangrijke rol. ‘Voor 2030 heeft TenneT 7,4 GW aan offshore windparken gepland die gekoppeld worden met de haven’, legt Weterings uit. Als alle plannen gerealiseerd worden, dan wordt een derde van deze stroom gebruikt voor de productie van groene waterstof.

‘In termen van gigawatt is dat veel. En in termen van waterstofproductie is het significant, maar nog wel relatief weinig’, legt Weterings uit. ‘We hebben met het bedrijfsleven aan Frans Timmermans aangeboden 4,6 miljoen ton waterstof te kunnen leveren in 2030. Ongeveer 0,3 miljoen ton kunnen we met die groene stroom zelf produceren. Ter vergelijking: nu produceren we tussen de 0,3 en 0,5 miljoen ton grijze waterstof.’

Het investeringsbesluit over de eerste 200 MW-elektrolyser zal binnen enkele weken worden genomen, verwacht Weterings. Verder heeft een aantal grote raffinaderijen in Rotterdam nog het project H-vision opgestart, dat voor 2027 gepland staat. Hierbij worden koolwaterstofgassen die vrijkomen bij het raffinageproces van ruwe olie afgevangen en omgezet in waterstof. De vrijgekomen CO2 wordt opgeslagen via de Porthos-leiding. ‘Het waterstofproduct lijkt op blauwe waterstof, maar dit is een restproduct en kost geen aardgas.’

De import van groene waterstof is belangrijker voor Port of Rotterdam dan de productie. ‘Import is noodzakelijk. Al zouden we de hele Noordzee vol zetten met windmolens, en dat gaan we als Nederland ook redelijk doen, dan hebben we nog steeds veel te weinig energie beschikbaar’, weet Weterings. ‘We zullen altijd energie moeten importeren, en dat gaan we doen via waterstof. We zijn met een honderdtal projecten wereldwijd in gesprek om hun waterstof hiernaartoe te krijgen.’

Artikel gaat verder onder de afbeelding.

Er moeten nog wel allerlei beslissingen genomen worden op dat vlak. Zo zijn er op dit moment drie opties als drager van waterstof. Weterings: ‘De eerste is vloeibare waterstof, dat is mogelijk richting 2030. Het tweede is ammoniak. Die drager kunnen we nu al verwerken, we hebben reeds een ammoniakterminal die wordt uitgebreid en er komen nieuwe bij. Ammoniak is een giftig product, dus niet echt geschikt voor gebruik in een gebouwde omgeving. Maar de industrie in de Botlek weet hoe ze daar mee om moet gaan.’

De derde optie is LOHC: vloeibare organische waterstofdragers. ‘Dat lijkt een beetje op olieproducten, waardoor de bestaande infrastructuur ingezet kan worden. Uiteindelijk zullen we een combinatie van alle drie gaan gebruiken, afhankelijk van de toepassing.’

De infrastructuur voor waterstof wordt overigens niet alleen bepaald door de keuzes van Rotterdam, maar ook door waar het achterland behoefte aan heeft. ‘Hier komt 13% van de totale energiebehoefte in Europa binnen, slechts 5% is bedoeld voor Rotterdam. Ook met waterstof moeten we rekening met anderen houden, bijvoorbeeld met de behoefte van Chemelot en Nordrhein-Westfalen. Daarvoor moeten nieuwe leidingen komen. En dat gaat verder dan waterstof. We kijken ook naar CO2-transport van de industrie aldaar naar Rotterdam.’

Pijler 3: Nieuwe grond- & brandstoffen

Onder de derde pijler valt de circulaire economie. Weterings: ‘Zo gaat Vopak een fabriek bouwen in Europoort om plastic te recyclen als grondstof voor de chemie. Nederland heeft de ambitie om in 2050 geen nieuwe grondstoffen meer te gebruiken, alles moet dan circulair geproduceerd zijn. Die ambitie gaat ver, maar wordt toch nog wel eens over het hoofd gezien. De focus ligt op dit moment vooral op het energiesysteem. Maar je ziet in deze pijler diverse projecten op het gebied van recycling op basis van afval. Ook als het gaat om biobrandstoffen. Zo bouwt Shell een bioraffinaderij waar bijvoorbeeld frituurvet en ander organisch afval zal worden hergebruikt. Neste heeft plannen de productiecapaciteit in Rotterdam te verdubbelen. Vanwege de bestaande infrastructuur zijn we daarvoor een aantrekkelijke vestigingslocatie.’

Pijler 4: Duurzaam transport

Port of Rotterdam is partner in het ZES-project, waarbij binnenvaartschepen varen middels batterijcontainers. ‘Ook werken we mee aan het HYtrucks-consortium om in 2025 duizend waterstoftrucks op de weg te hebben tussen Rotterdam, Antwerpen en Duisburg. Bij dergelijke projecten zijn veel partijen betrokken die allemaal tegelijk stappen moeten zetten waar ze zelf ook iets aan willen hebben. Dat maakt het complex en vereist een hoop afstemming.’

Stikstof

Weterings benadrukt dat de stikstofproblematiek een remmende invloed heeft op de energietransitie. ‘Zo heeft het Porthos-project een bouwvrijstelling. Maar het principe van die vrijstelling is aangevochten, de zaak ligt nu bij de Raad van State. Die doet binnenkort uitspraak en dan weten we pas of die vrijstelling stand houdt. We worden geremd, terwijl de tijdlijn kort is en we in 2030 echt grootschalige impact moeten hebben. Grote projecten vragen veel tijd. 2030, dat is al bijna morgen.’

Dit is deel 8/9 in een serie interviews over de rol die Nederlandse en Vlaamse havens spelen in de energietransitie. Meer weten? Kom naar de Vlaams-Nederlandse Havendag op 30 juni 2022 in Rotterdam. Port of Rotterdam is gastheer van deze dag.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement