‘Havens zijn het startpunt’, betoogt Biebuyck. De door hem geleide Clean Hydrogen Joint Undertaking is een publiek-private samenwerking ter ondersteuning van onderzoeks- en innovatieactiviteiten op het gebied van waterstoftechnologieën in de Europese Unie. De industriële hubs rondom havens draaien nu nog vooral op fossiele brandstoffen. ‘Vooral voor warmte-intensieve industrieën zoals de petrochemische sector is waterstof eigenlijk het enige alternatief.’

Quota’s nodig

Europa wil dat de 27 lidstaten in 2030 in totaal 10 miljoen ton waterstof zelf produceren en 10 miljoen ton waterstof importeren uit de rest van de wereld. ‘Die opgave is immens. 10 miljoen ton waterstof is vergelijkbaar met bijna vijf keer het totale elektriciteitsverbruik in Nederland’, zo heeft Biebuyck berekend.

In de Europese Green Deal werd eerst nog gesproken van 5,6 miljoen ton waterstof, maar vanwege de energiecrisis is die doelstelling nu verviervoudigd. ‘Kunnen we het doen? Ja, maar dat zal een enorme inspanning vragen van de maatschappij. Daartoe zijn quota’s nodig met een verplichting tot gebruik van waterstof en CFD’s waarbij de prijs van waterstof wordt gereguleerd, anders vind je geen investeerders. En dan nog mag er niet veel tegen zitten’, zegt Biebuyck.

Opschaling

De technologie zelf is er volgens hem klaar voor, maar het toverwoord in deze waterstofrevolutie is opschaling. ‘Om voldoende groene waterstof te maken, moeten we over 150 tot 200 GW aan elektrolyse-capaciteit beschikken. De grootste elektrolyser die we op dit moment hebben gebouwd in Europa heeft een capaciteit van 10 MW. De uitdaging is dus gigantisch. Bijkomend probleem is dat de huidige elektrolyser-fabrieken in Europa slechts 2 GW per jaar kunnen produceren. Dan zou het 75 jaar duren voordat we de huidige doelstelling kunnen waarmaken.’

Om de grote opschalingsslag te kunnen maken, heeft het partnerschap van Biebuyck sinds 2008 al 2 miljard euro in onderzoek en ontwikkeling gestoken. ‘Dat bedrag gaan we de komende vijf jaar nog eens investeren om de technologie verder te ontwikkelen. We moeten de kosten omlaag brengen, standaardiseren en kijken naar gebruik van andere materialen om de elektrolysers te bouwen.’

De havengebieden zijn primair in beeld als productiehubs. En niet alleen omdat ze een goede aanlandingsplek zijn voor de stroom uit offshore windparken. ‘Vrijwel alle transportmodaliteiten komen er samen. De scheepvaart zal straks een belangrijke gebruiker zijn via bijvoorbeeld methanol en ammoniak, beide gebaseerd op waterstof. Pure waterstof is prima te gebruiken door de binnenvaart en het wegvervoer. Er vertrekken pijpleidingen vanuit de havens naar de industrieclusters. En de havens nemen straks de import van waterstof voor hun rekening. Daarom proberen we vanuit die havens de verschillende sectoren aan elkaar te koppelen, in één nieuw ecosysteem met overal dezelfde standaarden. Net zoals we nu één stroom- of aardgasnetwerk hebben.’

Rotterdam en Antwerpen

Rotterdam en Antwerpen, die op dit gebied leidend zijn in Europa, moeten volgens Biebuyck innig samenwerken om zo snel mogelijk de infrastructuur te regelen en dat vervolgens samen naar het achterland uit te bouwen.

‘Dit kan via het realiseren van een hydrogen valley die de beide havens omvat. De Benelux kan daarbij een belangrijke rol spelen omdat die qua wetgeving verder kan gaan dan de EU. Bijvoorbeeld als het gaat om grensoverschrijdende handel en certificatie van waterstof. Havens zijn het startpunt, net zoals nu het geval is bij olie en gas, en vervolgens ga je het vanuit de havens verder uitrollen binnen Europa. Dat moet binnen vijf jaar klaar zijn.’

Dit is deel 9/9 in een serie interviews over de rol die Nederlandse en Vlaamse havens spelen in de energietransitie. Meer weten? Kom naar de Vlaams-Nederlandse Havendag op 30 juni 2022 in Rotterdam.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement