Rechter oordeelt: vervoerder draait op voor waarde gestolen lading

60.000 euro aan aluminium profielen

Een internationaal geschil over een gestolen vrachtwagenlading aluminium profielen eindigde voor de Rotterdamse rechter. Die oordeelde dat de vervoerder de 60.000 euro die de vracht waard was moet vergoeden, ondanks het feit dat een onderaannemer het transport verzorgde.

Omdat hier de internationale conventie voor grensoverschrijdend wegvervoer van kracht is, boog de rechtbank in Rotterdam zich over kwestie. Foto: Shutterstock

Het Poolse transportbedrijf Gruber kreeg eind 2021 van Matrans Rotterdam Terminal de opdracht om namens de Finse producent Hydro een lading van bijna 24 ton aan aluminium extrusieprofielen naar een klant in Polen te vervoeren. Gruber nam Gabriel Transped uit Roemenië in de arm om deze vervoersopdracht uit te voeren.

De zending werd op 15 december geladen bij Matrans, maar deze kwam niet zoals gepland twee dagen later bij de klant aan. Ook in de dagen en weken daarna vond er geen aflevering plaats. Gruber deed daarom aangifte tegen Transped.

In goede en complete staat

Hydro en zijn verzekeraar IF stapten uiteindelijk naar de rechter om van Gruber bijna 60.000 euro te eisen voor de verdwenen lading. Gruber had immers de opdracht gekregen om de zending te vervoeren en had er niet voor gezorgd dat die in dezelfde goede en complete staat werd afgeleverd als waarin deze was ontvangen. Dat Gruber zelf ook weer een vervoerder inschakelde, doet aan die verantwoordelijkheid volgens de gedupeerden niets af.

Gruber betwijfelde op zijn beurt of Hydro en IF überhaupt geld mochten vorderen. De vervoerder zette vraagtekens bij de vermeende waarde van de vracht en legde bovendien de bal voor een flink deel bij Matrans. Twee dagen voor de zending in deze zaak, op 13 december, werd bij Matrans namelijk een vrachtwagencombinatie met hetzelfde kenteken geladen. Die zou op de 14de in Tsjechië moeten arriveren, maar dat gebeurde niet. Dat Matrans op 15 december weer een vrachtwagencombinatie met datzelfde kenteken laadde, zou het bedrijf volgens Gruber op zijn minst medeschuldig maken aan de diefstal van de aluminium profielen.

Vrachtbrief bevestigt rolverdeling

Omdat in dit geval de internationale conventie voor grensoverschrijdend wegvervoer (CMR) van kracht is, mocht de rechtbank in Rotterdam zich over de kwestie buigen. In de CMR-vrachtbrief stond Hydro als afzender vermeld, Matrans als expediteur en Gruber als vervoerder. Op basis van die rolverdeling is voor de rechter duidelijk dat Hydro en IF in deze zaak vorderingsbevoegd zijn en dat Gruber de verantwoordelijke vervoerder is.

Ook is niet aangetoond dat Matrans bij het laden van de aluminium profielen op 15 december wist dat een zending van twee dagen eerder niet was afgeleverd door een vrachtwagen met hetzelfde kenteken. Daar komt nog bij dat er op 13 december sprake was van een andere chauffeur dan op 15 december. Matrans is dus niet schuldig of medeschuldig aan de diefstal van de lading, aldus de rechter.

Volledig aansprakelijk

En dus blijft er maar één aansprakelijke partij over in deze zaak. De lading is gestolen door Gabriel Transped, of een partij die zich als dat bedrijf voordeed. Maar dat verandert niets aan het feit dat Gruber volgens de CMR-regels volledig aansprakelijk is voor de schade als gevolg van die diefstal.

Hydro en IF hebben volgens de rechter bovendien aangetoond dat de lading 59.796,96 euro waard is. Gruber moet dat bedrag betalen én aantonen dat dit is gebeurd. Daar komt nog 5% CMR-rente bovenop vanaf de dag dat de schadevergoeding is ingediend en dat gebeurde eind 2022. Gruber draait verder op voor de meer dan 6.000 euro aan proceskosten van Hydro.

Rechter oordeelt: vervoerder draait op voor waarde gestolen lading | NT

Rechter oordeelt: vervoerder draait op voor waarde gestolen lading

60.000 euro aan aluminium profielen

Een internationaal geschil over een gestolen vrachtwagenlading aluminium profielen eindigde voor de Rotterdamse rechter. Die oordeelde dat de vervoerder de 60.000 euro die de vracht waard was moet vergoeden, ondanks het feit dat een onderaannemer het transport verzorgde.

Omdat hier de internationale conventie voor grensoverschrijdend wegvervoer van kracht is, boog de rechtbank in Rotterdam zich over kwestie. Foto: Shutterstock

Het Poolse transportbedrijf Gruber kreeg eind 2021 van Matrans Rotterdam Terminal de opdracht om namens de Finse producent Hydro een lading van bijna 24 ton aan aluminium extrusieprofielen naar een klant in Polen te vervoeren. Gruber nam Gabriel Transped uit Roemenië in de arm om deze vervoersopdracht uit te voeren.

De zending werd op 15 december geladen bij Matrans, maar deze kwam niet zoals gepland twee dagen later bij de klant aan. Ook in de dagen en weken daarna vond er geen aflevering plaats. Gruber deed daarom aangifte tegen Transped.

In goede en complete staat

Hydro en zijn verzekeraar IF stapten uiteindelijk naar de rechter om van Gruber bijna 60.000 euro te eisen voor de verdwenen lading. Gruber had immers de opdracht gekregen om de zending te vervoeren en had er niet voor gezorgd dat die in dezelfde goede en complete staat werd afgeleverd als waarin deze was ontvangen. Dat Gruber zelf ook weer een vervoerder inschakelde, doet aan die verantwoordelijkheid volgens de gedupeerden niets af.

Gruber betwijfelde op zijn beurt of Hydro en IF überhaupt geld mochten vorderen. De vervoerder zette vraagtekens bij de vermeende waarde van de vracht en legde bovendien de bal voor een flink deel bij Matrans. Twee dagen voor de zending in deze zaak, op 13 december, werd bij Matrans namelijk een vrachtwagencombinatie met hetzelfde kenteken geladen. Die zou op de 14de in Tsjechië moeten arriveren, maar dat gebeurde niet. Dat Matrans op 15 december weer een vrachtwagencombinatie met datzelfde kenteken laadde, zou het bedrijf volgens Gruber op zijn minst medeschuldig maken aan de diefstal van de aluminium profielen.

Vrachtbrief bevestigt rolverdeling

Omdat in dit geval de internationale conventie voor grensoverschrijdend wegvervoer (CMR) van kracht is, mocht de rechtbank in Rotterdam zich over de kwestie buigen. In de CMR-vrachtbrief stond Hydro als afzender vermeld, Matrans als expediteur en Gruber als vervoerder. Op basis van die rolverdeling is voor de rechter duidelijk dat Hydro en IF in deze zaak vorderingsbevoegd zijn en dat Gruber de verantwoordelijke vervoerder is.

Ook is niet aangetoond dat Matrans bij het laden van de aluminium profielen op 15 december wist dat een zending van twee dagen eerder niet was afgeleverd door een vrachtwagen met hetzelfde kenteken. Daar komt nog bij dat er op 13 december sprake was van een andere chauffeur dan op 15 december. Matrans is dus niet schuldig of medeschuldig aan de diefstal van de lading, aldus de rechter.

Volledig aansprakelijk

En dus blijft er maar één aansprakelijke partij over in deze zaak. De lading is gestolen door Gabriel Transped, of een partij die zich als dat bedrijf voordeed. Maar dat verandert niets aan het feit dat Gruber volgens de CMR-regels volledig aansprakelijk is voor de schade als gevolg van die diefstal.

Hydro en IF hebben volgens de rechter bovendien aangetoond dat de lading 59.796,96 euro waard is. Gruber moet dat bedrag betalen én aantonen dat dit is gebeurd. Daar komt nog 5% CMR-rente bovenop vanaf de dag dat de schadevergoeding is ingediend en dat gebeurde eind 2022. Gruber draait verder op voor de meer dan 6.000 euro aan proceskosten van Hydro.