De Taskforce Arbeidsmarkt Zeevarenden (TAZ), een samenwerkingsverband tussen rederijen, onderwijsinstellingen en werknemers, stelde onlangs een plan op om het aantal nautische studenten te vergroten en de uitval te verkleinen. Eén van de conclusies van de Taskforce was dat het allemaal wel wat moderner en spannender kan op de zeevaartscholen. ‘Boeken van dertig jaar oud komen helaas voor’, sprak TAZ-voorzitter Tineke Netelenbos tijdens de presentatie van het plan. ‘Onzin. Wij hebben hier het nieuwste van het nieuwste’, reageert Ton van Essen, directeur van het Scheepvaart en Transport College (STC) in Rotterdam. ‘Wij hebben de negen andere zeevaartscholen in Nederland voorgesteld om te gaan samenwerken, maar daar voelden ze niks voor. De Taskforce moest ergens mee komen. Het redmiddel uit de hoge hoed is een nieuw boek.’ Met het ‘nieuwe boek’ doelt Van Essen op de ontwikkeling van nieuwer lesmateriaal.

Het STC hoor je niet klagen. Van de 1900 nautische studenten die ons land telt, gaan er 900 in Rotterdam naar school. Voor de overige duizend zijn er negen onderwijsinstellingen in Nederland. De tweede verdieping van het Rotterdamse STC is ingericht met een zestal simulatoren, die zeevaartstudenten – maar ook havenwerkers en baggeraars – klaarstomen voor de praktijk. Neem de brugsimulator: de kamer is zo’n vijftien vierkante meter groot. In het midden staat een paneel, met daarop een radar, een roer en communicatieappa ratuur. Rondom de kamer hangen schermen waarop de zee wordt geprojecteerd. Een bulkcarrier zet over rustig water koers naar de haven van Kaapstad. Plotseling steekt een storm op en worden de golven hoger. Met een volgende druk op de knop komt de boeg van een coaster in beeld.

Een docent vertelt hoe hij ‘s avonds na werktijd nog een stukje gaat ‘varen’ op de simulator. Als de nood aan de man komt, zouden de gebruikers van die simulatoren zonder werkervaring een schip kunnen bedienen. Met een boek kom je er tegenwoordig niet meer, aldus Van Essen. ‘Studenten moeten nu sneller klaar zijn voor de praktijk dan vroeger. De simulatoren zijn hierbij onmisbaar geworden. Er is een groot tekort aan Nederlandse zeevarenden, waardoor je niet meer in de luwte kunt leren en groeien. Een 22-jarige staat soms al alleen op de brug op een schip als de Emma Maersk, die inclusief lading een waarde van misschien wel een miljard euro vertegenwoordigt. Promotie tot kapitein gaat tegenwoordig binnen tien jaar.’

Niet alle zeevaartscholen zijn zo rijkelijk bedeeld, vertelt Tjitso Westra, onderwijsdeskundige bij de Nederlandse redersvereniging KVNR. ‘Er zijn onderwijsinstellingen waar het allemaal niet zo modern is als in Rotterdam. Rotterdam heeft meer geld te besteden dan de andere scholen die onder een ROC of Hogeschool vallen en die geld krijgen naar rato van het aantal studenten.’

STC-directeur Van Essen beaamt dat het STC ruim bij kas zit. ‘Wij bieden ook commerciële cursussen aan, bijscholing van zeevarenden en cursussen voor mensen uit het bedrijfsleven.’ De buitenschoolse cursussen leveren het STC jaarlijks zo’n twaalf miljoen euro aan omzet op, geld dat onder andere in nieuw lesmateriaal gestoken wordt.

Alle moderne technieken van het STC ten spijt, de reders zeggen geen verschil te merken tussen de studenten van de verschillende zeevaartopleidingen in Nederland. ‘Geen verschil’, zegt het hoofd Personeelszaken van Wagenborg uit Delfzijl. ‘We hebben er onderzoek naar gedaan.’ Ook de Amsterdamse rederij Spliethoff merkt geen verschil. ‘Het onderwijs is uniform, er zijn internationale eisen gesteld’, aldus Dirk Seeleman van deze rederij. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat stelde twee jaar geleden een norm voor de simulatoren vast. Alle onderwijsinstellingen voldoen hieraan, maar verschil is er wel degelijk.

‘Je hebt een full mission simulator, waarbij de hele ruimte de realiteit nabootst. Ook kun je op een computerscherm simuleren. Hier tussenin zijn allerlei varianten mogelijk.’ Westra en de rederijen stellen dat de zeevaartopleidingen zeker niet slecht zijn. Rederijen staat te springen om Nederlandse zeevarende jongeren. Vooral daarom is modernisering van het lesmateriaal belangrijk, aldus Westra. ‘Zo kunnen we meer studenten aantrekken. Verschillende technische opleidingen proberen dezelfde jongeren binnen te krijgen. Als deze scholen hun lesmethoden vernieuwen, moeten wij als zeevaartscholen ook meedoen anders krijgen we die jongeren niet.’