Götze-Rohen is zelf sinds 2003 eigenaar van www.Bargelink.com, oneerbiedig gezegd een online prikbord voor schepen en ladingen. De site is na een aarzelende start in de eerste jaren na de eeuwwisseling de afgelopen jaren snel gegroeid. Vooral vorig jaar ging het snel: de aangemelde scheepstonnage sprong van 3 naar 4 miljoen ton draagvermogen.

Het principe van Bargelink is simpel: schippers zetten hun schip erop met de voornaamste gegevens, zoals tonnenmaat en de plaats en de tijd dat ze beschikbaar zijn, en verladers hun ladingen, eveneens voorzien van essentialia als ladingsoort, hoeveelheid en bestemming. De schepen komen terecht op de pagina Vracht-Scout, de ladingen op de Barge-Scout.

In hoeverre die twee tot elkaar komen, is iets wat langs de sitebeheerder heen gaat. “Daar bemoeien we ons op geen enkele manier mee”, zegt Götze-Rohen. “Wij bieden slechts een volstrekt neutraal platform, dat een overzicht van vraag en aanbod geeft. Het is aan partijen om met elkaar in contact te komen en overeenkomsten af te sluiten.” De site vermeldt dan ook geen vrachttarieven.
Toch vindt de Duitser dat Bargelink een behoorlijk representatief beeld van de markt biedt, althans in de droge lading, zoals agribulk, kunstmest, teelaarde en speciale ertsen. Die aangemelde vier miljoen ton scheepsruimte komt volgens hem overeen met ruwweg de helft van de West-Europese droge ladingcapaciteit. “Daarmee is het de grootste marktplaats in de binnenvaart. Als je het op Bargelink niet kunt vinden, is het er waarschijnlijk niet”, zegt Götze-Rohen. Hij verwacht dat het aantal aanmeldingen nog wel even zal doorgroeien. “Vijf à zes miljoen ton moet haalbaar zijn.”

De roep om meer transparantie vanuit de Nederlandse binnenvaart baarde hem wel enige zorgen. “Het kan niet zo zijn dat er met overheidsgeld één of ander concurrerend sys­teem opgezet zou worden”, vindt hij. Concrete aanwijzingen dat dat gebeurt, heeft hij overigens niet. “Wij volgen dat uiteraard op de voet en we hebben tot nu toe niet de indruk dat er daadwerkelijk initiatieven zijn ondernomen.”

Volledige transparantie van de binnenvaartmarkt is volgens hem bovendien een illusie. “Partijen laten zien, wat ze willen laten zien. Je kunt belanghebbenden niet verplichten om informatie te delen”, is zijn overtuiging. Goed voorbeeld daarvan is de scheve verhouding tussen scheepsruimte en lading; gemiddeld zijn er op Bargelink vier keer meer schepen op zoek naar een vrachtje dan er ladingen worden aangeboden. Wat natuurlijk niet betekent dat er ook vier keer meer schepen dan ladingen zijn. Götze-Rohen: “Ladingbelanghebbenden, verladers en bevrachters kunnen allerlei commerciële redenen hebben om hun lading niet aan te melden en je kunt ze niet verplichten om dat wel te doen. Dat werkt misschien in Noord-Korea, maar niet hier.”

Het succes van Bargelink, dat nu zo’n beetje het rijk alleen heeft, is niet onopgemerkt gebleven. In september vorig jaar zijn er twee nieuwe sites gelanceerd, die eveneens trachten om schip en lading bij elkaar te brengen: Beurs aan Boord en Shipport. Götze-Rohen volgt die initiatieven ook op de voet: “We leven in een vrije economie en het staat iedereen vrij om met een concurrerend alternatief te komen, zolang daar maar geen belastinggeld aan te pas komt. Dat zullen we scherp in de gaten houden.”