Volgens het adviesorgaan heeft de overheid te weinig grip op de verspreiding van gevaarlijke stoffen, met onvoorziene risico’s tot gevolg. Mengelingen van stoffen kunnen ‘minstens zo schadelijk’ zijn voor de gezondheid en het milieu als blootstelling aan een hogere dosis van één stof. De Rli wijst op de risico’s van bijvoorbeeld microplastics, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten en chemische stoffen die onder de noemer pfas vallen.

Dankzij Europese regelgeving is de vervuiling door tal van gevaarlijke stoffen jarenlang afgenomen. Het huidige beleid lijkt echter ‘niet toereikend om de ontwikkelingen van vandaag de dag te beteugelen’, schrijven de onderzoekers.

Te weinig aangesproken

Bedrijven worden te weinig aangesproken op hun zorgplicht, vindt de raad. Volgens de wet is het bij twijfel aan hen om aan te tonen dat hun producten veilig zijn. Zeker als er vermoedens zijn over risico’s. In de praktijk worden bedrijven echter ‘onvoldoende gestimuleerd’ tot nader onderzoek of een keuze voor een veiliger alternatief.

Een ‘hardnekkig probleem’ is dat stoffen die zijn verboden, worden vervangen door stoffen die nog wel zijn toegestaan, maar nauwelijks minder gevaarlijk zijn. Er zijn ook amper financiële prikkels: bedrijven worden bij schade zelden aansprakelijk gesteld en consumenten hebben meestal geen idee welke stoffen in een product zitten.

Aanbeveling

De eerste aanbeveling van de Rli is om bedrijven die werken met zeer zorgwekkende stoffen te verplichten heel nauwkeurig bij te houden waar die stoffen zich in een productieketen bevinden. De raad stelt daartoe een track-and-tracesysteem voor.

Milieuvergunningen zouden alleen nog tijdelijk verleend moeten worden, ‘zodat bedrijven beter kunnen worden aangesproken op hun zorgplicht’. Overheden zouden ook kritischer moeten omgaan met vergunningaanvragen en meer gebruik moeten maken van contra-expertise. De Rli pleit verder voor investeringen in kennis en capaciteit van handhavers en toezichthouders.

Materiaalpaspoort

Een ander plan is te onderzoeken of het mogelijk is een ‘materiaalpaspoort’ in te voeren. Daarin zou dan precies de chemische samenstelling van producten moeten staan.

Een groeiend probleem is dat allerlei stoffen die in kleine hoeveelheden vrijkomen, zich kunnen opstapelen en schade kunnen toebrengen. Ook daar wordt nauwelijks rekening mee gehouden in risicobeoordelingen. Die zijn doorgaans gebaseerd op afzonderlijke stoffen.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement