Capgemini publiceerde in het rapport de bevindingen van een enquête die het heeft gehouden onder meer dan vierhonderd supply chain managers van verladende bedrijven uit elf verschillende landen. Het betrof voor de helft producenten van consumentengoederen en voor de andere helft retailbedrijven, allemaal met een jaaromzet van meer dan een miljard euro. Veel Amerikaanse managers deden mee (18% van de geënquêteerden) en ook een behoorlijk aantal Nederlanders (7%). Ook onder anderen Noorse, Duitse, Franse, Britse, Indiase en Chinese managers droegen hun steentje bij aan het onderzoek.

Nearshoring

Van alle ondervraagde producenten van consumentenproducten gaf 72% te kennen dat ze als gevolg van de coronacrisis ‘actief aan het investeren zijn in het regionaler en lokaler organiseren van hun productiefundament’. Ze doen, met andere woorden, aan ‘nearshoring’ van hun productie. Van de retailbedrijven zei eveneens een meerderheid, 58%, hiermee bezig te zijn.

De vraag of de bedrijven bovendien meer met regionale en lokale toeleveranciers willen werken, werd bij zowel de producten als de retailers door 65% met ‘ja’ beantwoord.

Capgemini citeert als voorbeeld James Quincey, ceo van Coca-Cola, die door de coronacrisis plotseling veel meer cola naar de winkels moest brengen en de colastroom richting restaurants en sportstadions zag opdrogen. ‘De supply chain kraakt wereldwijd in zijn voegen’, aldus Quincey, die spreekt van logistieke ‘brandhaarden’ waar het lastiger werd om tijdig aan voldoende ingrediënten te komen.

Robots

De grote bedrijven willen er geen gras over laten groeien om hun bevoorradingsketens crisisbestendiger te maken, blijkt uit de enquête. Twee derde van de bedrijven wil binnen nu en drie jaar spijkers met koppen slaan en werkelijk gaan ‘nearshoren’. Zowel de consumentengoederenproducenten als de retailers streven ernaar dat over drie jaar nog maar 17% van de productie ‘global’ is. Ongeveer een derde van de productie zou dan ‘regionaal’ moeten zijn’ en de helft ‘lokaal’.

Het is overigens zeker niet zo dat momenteel nog álle spullen uit China komen. Die ‘global’ productie van consumentengoederen die over drie jaar 17% zou moeten zijn, is nu bijvoorbeeld 26%; bepaald geen 100%. Maar als het inderdaad lukt om binnen drie jaar 9% aan goederen dichterbij huis te produceren, zou dat wel degelijk een enorme verhuizingsoperatie betekenen.

Bij de toeleveranciers zullen volgens de grote bedrijven vergelijkbare verschuivingen plaatsvinden, al zal het aandeel ‘global’ daar wat hoger blijven, circa 25%, en zal het aandeel ‘lokaal’ niet de helft zijn, maar 41 à 43%.

Rituals

Een meerderheid van de ondervraagde verladers – 61% van de consumentengoederenproducenten en 67% van de retailers – zegt ook extra werk te maken van automatisering en het gebruik van robots bij het productiewerk en in de warehouses. Als lichtend voorbeeld noemt Capgemini het Nederlandse cosmeticabedrijf Rituals dat in Gennep (bij logistiek dienstverlener Arvato) een van de grootste AutoStore opslagsystemen van Europe heeft, inclusief 36 robots, met een geïntegreerde oplossing voor gevaarlijke stoffen, waardoor producten als deodorant en nagellak door hetzelfde geautomatiseerde systeem verwerkt kunnen worden als de ‘veilige’ producten. Het eind 2019 in gebruik genomen systeem, gebouwd met het oog op groeiende online verkopen, was achteraf gezien perfect getimed, gezien de hausse van online winkelen die de coronacrisis teweeg heeft gebracht.

In Nederland steeg het percentage van consumenten die ‘een hoge interactie met online retail kanalen’ hebben in een vloek en een zucht van 29% (april 2020) naar 42% (november 2020), een ontwikkeling die in lijn was met veel andere landen. Wereldkampioen webwinkelen is beslist India. Daar steeg de groep consumenten met ‘hoge interactie’ naar 72%. Ook in China (62%) en bij onze Britse overburen (54%) wordt sinds de coronapandemie extra veel op het internet geshopt. Alleen Amerikaanse shoppers vertoonden geen grote gedragsverandering: de groep fanatieke webwinkelaars groeide daar zuinigjes van 47% naar 48%.

Hema

Als goed voorbeeld van een bedrijf dat snel op de nieuwe winkelwerkelijkheid wist in te spelen, noemt Capgemini de Hema. Niet de Hollandse Hema met de rookworst en de rompertjes, maar de Chinese supermarktketen Hema (letterlijke betekenis: ‘Nijlpaard’), eigendom van webgigant Alibaba. Tienduizenden restaurantmedewerkers dreigden in China brodeloos te worden door coronalockdowns, maar doordat Hema veel mensen nodig had om het toenemende aantal onlineklanten te beleveren, konden veel van hen toch aan het werk blijven.

Als het straks gelukt is om het coronavirus klein te krijgen, hoeven bedrijven volgens Capgemini niet bang te zijn dat de consumenten uitgeshopt raken. Het maken van toeristische reizen staat weliswaar bovenaan het lijstje van genoegens waarin consumenten na de pandemie hun geld in willen steken (52% van de consumenten), met restaurantbezoeken als goede tweede (47%), terwijl ook behoorlijk wat mensen staan te popelen om weer werkgerelateerde reizen te mogen maken (41%), maar verder willen de mensen na de pandemie graag nog méér spullen kopen dan ze de afgelopen tijd al hebben gedaan. Van persoonlijke verzorgingsproducten tot meubels en elektronica. Ook flinke investeringen in tabak (31%) en alcoholische dranken (30%) zijn door velen alvast op het post-corona-programma gezet.

Veerkracht

Capgemini destilleert uit haar enquête drie prioriteiten waarop bedrijven zich volgens de consultant het beste kunnen focussen om de veerkracht van hun supply chains te verhogen, zodat ze kunnen inspelen op die stormachtige coronakooplust en in de toekomst bovendien beter voorbereid zullen zijn op nieuwe alarmtoestanden. Want zoals de titel van het rapport van het Franse consultancybedrijf predikt: de coronacrisis kan worden gezien als een ‘wake-up call voor de logistiek. Volgens de consultants is het afgelopen jaar gebleken dat de bevoorradingsketens toe zijn aan een opknapbeurt, en is het nu het aangewezen moment om ze die make-over te geven.

Prioriteit nummer één volgens de Capgemini-adviseurs: realign (‘pas aan’). Twee: automate (‘automatiseer’). En drie: overhaul (‘herzie’). Die eerste prioriteit, aanpassing, betekent volgens Capgemini een overgang van ‘demand planning’ naar ‘demand sensing’. Tijdens de coronacrisis is volgens de onderzoekers en de geënquêteerde bedrijven gebleken dat de bestaande methoden om de consumentenvraag te voorspellen, niet toereikend zijn. Bedrijven moeten hun oor beter te luisteren leggen in de samenleving en meer gevarieerde data gebruiken om de waarschijnlijke vraag naar producten te kunnen voorzien. Om het uitzicht op de supply chain verder te vergroten, moeten bedrijven volgens de experts ‘control towers’ inrichten waar alle informatie samen wordt gebracht.

Dat advies sluit aan op de tweede prioriteit: bedrijven doen er volgens Capgemini verstandig aan hun warehouses verder te automatiseren, logistieke processen te digitaliseren en vaart te zetten achter de introductie van geautomatiseerde voertuigen in de distributie. Kortom: ‘Voer automatisering door in de volledige bevoorradingsketen’.

Last mile

Met distributie, ofwel de ‘last mile delivery’, is meteen de derde prioriteit genoemd. De grote doorbraak van het webwinkelen vergt een nieuwe benadering van het fysieke winkelen, aldus Capgemini. Bedrijven kunnen volgens het consultancybedrijf in overweging nemen om winkels om te vormen tot ‘fulfilment centra’ waar online bestellingen en retourzendingen worden verwerkt, waarmee winkels dan ophouden om gastvrije plekken te zijn waar consumenten voor hun plezier kunnen komen rondneuzen.

De schommelingen in consumentenvraag vragen volgens Capgemini verder om meer flexibiliteit bij de inzet van arbeid. Voor 72% van de retailbedrijven was het tijdens de coronacrisis een ‘uitdaging’ om het personeelsbestand steeds goed af te stemmen op de wispelturige marktvraag, aldus het rapport. Volgens de Franse consultant helpt de inzet van meer freelancers, in plaats van vaste medewerkers, in de logistiek om steeds flexibel in te kunnen spelen op veranderingen in de economie. Een meerderheid van de consumenten maakt het geen snars uit of een pakketje wordt bezorgd door een winkelmedewerker, een professionele koerier of een bijklussende particulier, aldus Capgemini.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding