Wat heeft Maersk te zoeken in de e-commerce?

Analyse

Dat de Deense containerreus met de overname van B2C Europe in het e-commerce pakketvervoer stapt, lijkt op het eerste oog wat vreemd. E-commerce-bedrijven vullen nauwelijks zeecontainers en shoppen voor hun tijdgevoelige zendingen liever bij luchtvaartmaatschappijen en koeriers.

Maersk heeft voor een onbekend bedrag B2C Europe Holding (Almere) en de Amerikaanse branchegenoot Visible SCM (Salt Lake City) overgenomen. De twee logistieke specialisten in de e-commerce worden door Maersk gewaardeerd op 924 miljoen dollar, waarbij B2C Europe een ondernemingswaarde van 86 miljoen dollar wordt toegedicht.

Er lijken zich in beginsel twee verklaringen aan te dienen voor de kooplust van de Denen in de e-commerce. Allereerst klotst het geld bij de rederij tegen de plinten aan door de recente monsterwinsten. De nettowinst van het Deense transportconcern sprong in het tweede kwartaal alleen al naar 3,7 miljard dollar. In hetzelfde kwartaal van 2020 was die winst 427 miljoen dollar. Dat geld moet ergens naartoe, en met het kopen van nieuwe containerschepen ben je op een gegeven moment even klaar.

Last mile

De tweede reden komt van topman Søren Skou van A.P. Moller-Maersk zelf. Hij stelt dat de Deense rederij dankzij de twee overnames meer technologie en meer capaciteit in huis krijgt voor de zogeheten ‘last mile’-bezorging van zendingen uit de e-commerce-markt, een segment dat al jaren sterk groeit en daarom voor een grote logistieke partij als Maersk zeker interessant is. Daarbij rekent Skou zich al enigszins rijk. ‘Het zal niet zo lang duren voordat we logistieke handel met een jaarlijkse omzet van 10 miljard dollar met deze twee acquisities binnenhalen’, stelt hij in een toelichting op de overnames. Grootspraak? Nog niet zo lang geleden mislukte de poging van Maersk om via Damco een rol van betekenis te spelen in de expeditiemarkt. Dat fiasco heeft de Denen er klaarblijkelijk niet van afgeschrikt om voor een volgend avontuur in een nieuwe transportniche te gaan.

Samen met de logistieke onderdelen, die vanuit het sterfhuis van Damco zijn overgeheveld naar ­Maersk Logistics, wil de rederij bouwen aan een ‘one-stop-shop’-vehikel voor de mondiale klantenrelaties. Zo passen de overnames van B2C Europe en Visible in de strategie van Maersk om behalve containervervoer ook andere transportalternatieven op het land en in de lucht aan te bieden, inclusief de ‘last mile’ voor grote verladers. Het kijkt daarbij speciaal naar grote partijen als Puma en het Amerikaanse Walmart. In die context kan de markt de komende tijd nog meer acquisities verwachten in de luchtvracht, warehousing en distributie in Europa en Zuid-Amerika, stelt Skou. Hij denkt daarbij specifiek aan kleine tot middelgrote spelers.

Apex

Maersk is nog niet uitgewinkeld, ook niet in de e-commerce, want met de twee specialisten in Almere en Salt Lake City heb je nog geen wereldomspannend netwerk in de pakketmarkt. Daarom is het ook enigszins verrassend dat Maersk niet eerder heeft toegeslagen in de pakketmarkt en niet de Chinese e-commerce-specialist Apex Logistics heeft overgenomen. Deze grote speler in de logistiek rond e-commerce kwam begin van dit jaar na een langdurig overnameproces in handen van de Zwitserse expeditiereus K+N. Ook voor de Zwitsers ging het om het in huis halen van de noodzakelijke logistieke expertise in een groeimarkt om zo verladers van a tot z te kunnen bedienen. Het heeft daarbij gekozen voor een grote speler met een grootschalig netwerk in China, het vertrekpunt van de meeste e-commerce-artikelen in de wereld.

B2C Europe, opgericht in 2000, is qua omvang niet te vergelijken met Apex Logistics. Het Nederlandse bedrijf telt zo’n 180 medewerkers, waarvan 65 in Nederland. Ter vergelijking: Apex heeft een personeelsbestand van 1.600 medewerkers en was in 2020 goed voor een omzet van 2 miljard euro en een nettowinst van 115 miljoen euro. B2C Europe kende vorig jaar blijkens de gedeponeerde jaarrekening een brutobedrijfsresultaat van 7,4 miljoen euro en een bescheiden nettowinst van 807.780 euro. Het Nederlandse bedrijf is gespecialiseerd in de inkoop voor webwinkels van transportcapaciteit bij pakketvervoerders als DPD, GLS en DHL, maar verricht zelf geen vervoer. Het is wat dat betreft eerder een manager van vervoersstromen tot aan de deur van de consument. Behalve in Nederland bezit B2C Europe onder meer ook filialen in Duitsland, Frankrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. De eigenaars waren tot aan de verkoop aan Maersk de investeringsbank NIBC en de oprichters, oud-managers van PostNL

Winstverwachting

Het Amerikaanse Visible SCM is voor Maersk een grotere vangst. Dat blijkt al uit de geschatte bedrijfswaarde van 836 miljoen dollar in de boeken van de containerrederij. Voor de prognose van het lopende boekjaar wordt daarbij door de Denen uitgegaan van een jaaromzet van 550 miljoen euro en een bedrijfswinst (ebitda) van rond de 65 miljoen dollar. Voor de Nederlandse dochter B2C Europe voorziet ­Maersk voor dit jaar een ebitda resultaat van 8 miljoen bij een omzet van 140 miljoen euro. Als gekeken wordt naar de jaarcijfers van 2020 heeft het bedrijf nog een lange weg te gaan.

Wat heeft Maersk te zoeken in de e-commerce? | NT

Wat heeft Maersk te zoeken in de e-commerce?

Analyse

Dat de Deense containerreus met de overname van B2C Europe in het e-commerce pakketvervoer stapt, lijkt op het eerste oog wat vreemd. E-commerce-bedrijven vullen nauwelijks zeecontainers en shoppen voor hun tijdgevoelige zendingen liever bij luchtvaartmaatschappijen en koeriers.

Maersk heeft voor een onbekend bedrag B2C Europe Holding (Almere) en de Amerikaanse branchegenoot Visible SCM (Salt Lake City) overgenomen. De twee logistieke specialisten in de e-commerce worden door Maersk gewaardeerd op 924 miljoen dollar, waarbij B2C Europe een ondernemingswaarde van 86 miljoen dollar wordt toegedicht.

Er lijken zich in beginsel twee verklaringen aan te dienen voor de kooplust van de Denen in de e-commerce. Allereerst klotst het geld bij de rederij tegen de plinten aan door de recente monsterwinsten. De nettowinst van het Deense transportconcern sprong in het tweede kwartaal alleen al naar 3,7 miljard dollar. In hetzelfde kwartaal van 2020 was die winst 427 miljoen dollar. Dat geld moet ergens naartoe, en met het kopen van nieuwe containerschepen ben je op een gegeven moment even klaar.

Last mile

De tweede reden komt van topman Søren Skou van A.P. Moller-Maersk zelf. Hij stelt dat de Deense rederij dankzij de twee overnames meer technologie en meer capaciteit in huis krijgt voor de zogeheten ‘last mile’-bezorging van zendingen uit de e-commerce-markt, een segment dat al jaren sterk groeit en daarom voor een grote logistieke partij als Maersk zeker interessant is. Daarbij rekent Skou zich al enigszins rijk. ‘Het zal niet zo lang duren voordat we logistieke handel met een jaarlijkse omzet van 10 miljard dollar met deze twee acquisities binnenhalen’, stelt hij in een toelichting op de overnames. Grootspraak? Nog niet zo lang geleden mislukte de poging van Maersk om via Damco een rol van betekenis te spelen in de expeditiemarkt. Dat fiasco heeft de Denen er klaarblijkelijk niet van afgeschrikt om voor een volgend avontuur in een nieuwe transportniche te gaan.

Samen met de logistieke onderdelen, die vanuit het sterfhuis van Damco zijn overgeheveld naar ­Maersk Logistics, wil de rederij bouwen aan een ‘one-stop-shop’-vehikel voor de mondiale klantenrelaties. Zo passen de overnames van B2C Europe en Visible in de strategie van Maersk om behalve containervervoer ook andere transportalternatieven op het land en in de lucht aan te bieden, inclusief de ‘last mile’ voor grote verladers. Het kijkt daarbij speciaal naar grote partijen als Puma en het Amerikaanse Walmart. In die context kan de markt de komende tijd nog meer acquisities verwachten in de luchtvracht, warehousing en distributie in Europa en Zuid-Amerika, stelt Skou. Hij denkt daarbij specifiek aan kleine tot middelgrote spelers.

Apex

Maersk is nog niet uitgewinkeld, ook niet in de e-commerce, want met de twee specialisten in Almere en Salt Lake City heb je nog geen wereldomspannend netwerk in de pakketmarkt. Daarom is het ook enigszins verrassend dat Maersk niet eerder heeft toegeslagen in de pakketmarkt en niet de Chinese e-commerce-specialist Apex Logistics heeft overgenomen. Deze grote speler in de logistiek rond e-commerce kwam begin van dit jaar na een langdurig overnameproces in handen van de Zwitserse expeditiereus K+N. Ook voor de Zwitsers ging het om het in huis halen van de noodzakelijke logistieke expertise in een groeimarkt om zo verladers van a tot z te kunnen bedienen. Het heeft daarbij gekozen voor een grote speler met een grootschalig netwerk in China, het vertrekpunt van de meeste e-commerce-artikelen in de wereld.

B2C Europe, opgericht in 2000, is qua omvang niet te vergelijken met Apex Logistics. Het Nederlandse bedrijf telt zo’n 180 medewerkers, waarvan 65 in Nederland. Ter vergelijking: Apex heeft een personeelsbestand van 1.600 medewerkers en was in 2020 goed voor een omzet van 2 miljard euro en een nettowinst van 115 miljoen euro. B2C Europe kende vorig jaar blijkens de gedeponeerde jaarrekening een brutobedrijfsresultaat van 7,4 miljoen euro en een bescheiden nettowinst van 807.780 euro. Het Nederlandse bedrijf is gespecialiseerd in de inkoop voor webwinkels van transportcapaciteit bij pakketvervoerders als DPD, GLS en DHL, maar verricht zelf geen vervoer. Het is wat dat betreft eerder een manager van vervoersstromen tot aan de deur van de consument. Behalve in Nederland bezit B2C Europe onder meer ook filialen in Duitsland, Frankrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. De eigenaars waren tot aan de verkoop aan Maersk de investeringsbank NIBC en de oprichters, oud-managers van PostNL

Winstverwachting

Het Amerikaanse Visible SCM is voor Maersk een grotere vangst. Dat blijkt al uit de geschatte bedrijfswaarde van 836 miljoen dollar in de boeken van de containerrederij. Voor de prognose van het lopende boekjaar wordt daarbij door de Denen uitgegaan van een jaaromzet van 550 miljoen euro en een bedrijfswinst (ebitda) van rond de 65 miljoen dollar. Voor de Nederlandse dochter B2C Europe voorziet ­Maersk voor dit jaar een ebitda resultaat van 8 miljoen bij een omzet van 140 miljoen euro. Als gekeken wordt naar de jaarcijfers van 2020 heeft het bedrijf nog een lange weg te gaan.