De zaak betrof het vervoer en de levering van twee partijen e-bikes van een producent in China aan een Nederlandse importeur. Het ging om in totaal zeven containers, waarbij in de eerste drie containers 486 e-bikes zaten en in de tweede zending 648 stuks.

De Chinese fietsenfabriek schakelde voor het vervoer het Chinese transportbemiddelaar IFL International Freight Lines in Hong Kong in. Dat liet ze met een containerschip van APL naar Rotterdam brengen. Daar regelde logistiek dienstverlener Rapid Logistics uit Haarlemmermeer het natransport. Rapid schakelde op haar beurt Van Berkel Logistics in. De eerste drie containers gingen per binnenvaartschip naar de Inland Terminal Cuijk (ICT) van Van Berkel en vervolgens over de weg naar de vesting van geadresseerde E-Bike in Cuijk.

Cognossement

Het was geen toeval dat IFL voor het natransport bij Rapid Logistics uitkwam. Zusterbedrijf IFB in Singapore had sinds 2015 een vaste relatie met Rapid. In een samenwerkingscontract was vastgelegd dat Rapid in Nederland en Duitsland als agent voor het bedrijf zou optreden. In de overeenkomst was onder meer zwart-op-wit vastgelegd dat beide partijen ladingen alleen mochten afgeven tegen overhandiging van het originele cognossement (Bill of Lading). Nadrukkelijk stond er in het contract dat als een van de twee zich niet aan deze voorwaarde zou houden deze partij verantwoordelijk zou zijn voor de claims en verliezen ‘die uit deze vorm van nalatigheid voortvloeien’.

Nadat de containers met e-bikes in de haven van Xingang in China aan boord van het zeeschip waren gebracht, heeft IFL via e-mails van 15 en 28 juni 2017 kopieën van de cognossementen en de ‘sea waybills’ voor de zendingen A en B opgestuurd. Met daarbij nog eens de instructie: ‘Lading vrijgeven tegen overlegging van de originele cognossementen.’

Kennelijk hadden de medewerkers bij Rapid daar overheen gelezen. Want bij aflevering van de eerste drie containers vroeg niemand van Rapid aan ontvanger E-Bike om het bijbehorende cognossement of een ‘telex release’. En dat terwijl afgifte van lading zonder presentatie van het bijbehorende cognossement/Bill of Lading sowieso al geldt als doodzonde.

Verbaasd

De handel in e-bikes bloeit in het voorjaar van 2017. De vele dealers in het land zitten te springen om nieuwe voorraad, zeker nu het fietsseizoen begonnen is. Dus kunnen de medewerkers van E-bike niet wachten om hun eerste levering van 486 gloednieuwe elektrische fietsen uit te laden. Maar dan volgt een teleurstelling. Bij inspectie blijkt dat de fietsen gebreken vertonen. Zonder reparatie zijn ze niet te verkopen, vinden ze bij E-bike.

Het bedrijf neemt daarom contact op met de fabriek in China. Daar reageert men verbaasd: hoe kan het dat de partij al geleverd is terwijl het originele cognossement nog bij ons op kantoor ligt? Ondertussen komt ook de tweede partij van 648 fietsen aan in Rotterdam. Rapid doet wat gevraagd is en laat ook deze vier containers per binnenschip naar de Inland Terminal Cuijk vervoeren. Omdat ontvanger E-bike de fietsen vanwege de gebreken niet meer wil hebben worden de containers niet bij E-bike afgeleverd maar gestald op het terrein van de inland terminal.

Conflict

Na het conflict over kwaliteit van de fietsen stapt de Chinese fietsenfabriek naar de rechter. Nu de containers geleverd zijn zonder dat in ruil het originele cognossement is overhandigd wil het bedrijf schadevergoeding. De rechters in China zijn het daar mee eens. Het Tianjin Maritime Court wijst de vordering van de fietsenfabriek toe: IFL moet de waarde vergoeden. Het gaat om een bedrag van 447.120 dollar voor de eerste zending en 596.160 dollar voor de tweede zending, plus kosten.

Al met al moet IFL een bedrag van ruim 1,1 miljoen dollar naar haar klant overmaken. IFL vindt dat de fout bij Rapid ligt en stapt naar de rechter in Rotterdam. Die oordeelt dat Rapid aansprakelijk is voor de gemaakte fout met het cognossement. E-Bike was ook aangeklaagd, maar dit bedrijf treft geen blaam, vindt de rechter. De importeur heeft slechts de containers aangenomen. Dat geldt ook voor partij B die op de containerterminal in Cuijk was gestald. De containers waren weliswaar niet bij E-Bike zelf afgeleverd. Maar omdat E-Bike er op de terminal over kon beschikken en bovendien de rekening van de stalling betaalde, was ook dit deel van de order geleverd, zegt de rechter.

Teruggehaald

De schade die Rapid moet vergoeden valt wel lager uit dan de claim van IFL. De Nederlandse rechter gaat uit van de waarde volgens de ‘commercial invoices’, terwijl de rechtbank in China was uitgegaan van een hogere waarde die de fietsenfabriek had opgegeven. Al met al moet Rapid 645.584 dollar schadevergoeding voor de lading en 74.163 dollar aan kosten voor de gerechtelijke procedure in China betalen. Samen 719.747 dollar. Rapid heeft daarna de zeven containers met fietsen teruggehaald maar naar verluidt nog niet verkocht.

Een betrokkene zegt dat de eigenaresse van de fietsenfabriek mogelijk vuil spel heeft gespeeld door de originele cognossementen in China achter te houden terwijl de containers al onderweg waren. Het opzetje zou zijn geweest dat de transporteur bij de aflevering een fout zou maken door niet om een cognossement te vragen. Toen dat inderdaad gebeurde kon de fietsenfabriek daarvan profiteren door bij de Chinese maritieme rechtbank een veel te hoge waarde voor de fietsen te claimen. Rapid kan nog hoger beroep gaan tegen de uitspraak van de rechter in Rotterdam. Bij het bedrijf was niemand bereikbaar voor commentaar.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding