Dat stelt de Europese Rekenkamer in een nieuwe analyse over de grote vertragingen die bouwprojecten op de grote transportcorridors binnen de EU steevast oplopen. Qua kostenoverschrijdingen spreekt de Rekenkamer van een gemiddeld percentage van 47% (grofweg 2 miljard euro) dat de bouwsom boven de oorspronkelijk geraamde kosten komt. Dat ligt niet ver af van het mondiale gemiddelde, stelt de Rekenkamer.

Prioriteiten

Dat grote transportprojecten in de de EU in vergelijking met de andere landen  zo’n enorme vertraging oplopen, wijt de rekenkamer aan de verschillende en soms tegenstrijdige prioriteiten die EU-instituten en lidstaten erop nahouden. Daardoor wordt er eerder gekeken naar nationale belangen dan naar het Europese grensoverschrijdende belang. Als voorbeeld noemen de onderzoekers de Brennerbasistunnel. Brussel heeft daar samen Oostenrijk en Italië sinds 1986 zwaar in geïnvesteerd, maar lidstaat Duitsland heeft de noodzakelijke infrastructurele aanpassingen aan de noordelijke railverbindingen nooit geprioriteerd.

Volgens de Rekenkamer kan op het gebied van de tijdige oplevering van grote infrastructurele projecten veel worden geleerd van landen als de VS en Zwitserland, waar de centrale controle en coördinatie veel beter is geregeld. De Europese Commissie kijkt daarentegen maar beperkt mee hoe de gesubsidieerde bouwprojecten verlopen en heeft daardoor nauwelijks regie op de oplevertermijn.

Bij het onderzoek heeft de Rekenkamer gekeken naar zes grote EU-verkeersprojecten: de Brennerbasistunnel, de Fehmarnbelt-verbinding, de spoorlijn Lyon – Turijn, Rail Baltica, het Baskische Y-project in Spanje en het Seine-Nord-Kanaal.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement