Het gaat om Ton B., directeur van DSV Multi-Channel Fulfilment Moerdijk (DSV MCF), die al jaren bij het bedrijf S&H werkte en in 2018 als eindverantwoordelijke voor het fulfilment in dienst kwam bij DSV na een overname van S&H.

Hij was verantwoordelijk voor de aansturing van de werkzaamheden in het warehouse en verantwoordelijk voor het onderhoud van klantrelaties. Daarnaast moest hij ervoor zorgen dat de richtlijnen en gedragsregels van het bedrijf werden opgevolgd, iets waar hij zelf in faalde.

B. stuurde een team van honderd medewerkers aan. Daarbij ging hij verschillende keren over de schreef, aldus de klachten die verschillende vrouwen over hem indienden.

Aanranding

In september 2021 kreeg DSV MCF een klachtenbrief van een medewerkster die stelde dat B. autoritair handelde en seksueel grensoverschrijdend gedrag had vertoond. Het ging hierbij zelfs om aanranding, hij had ongevraagd op haar verjaardag in 2019 zijn handen op haar ‘bips’ gelegd. De klachtenlijst is lang. Zo had de directeur gevraagd wat voor soort onderbroeken ze droeg, had hij met een bikini in zijn handen gevraagd naar haar cupmaat en kwam hij ongewild steeds dichter bij haar staan, nadat hij vroeg hoe ze daarop zou reageren.

Ook andere vrouwen zijn lastig gevallen, bleek bij de rechtszaak. Zo zegt een medewerkster dat B. desinfecterende handgel op zijn hand pompte, die gel tussen zijn vingers bewoog en vroeg waar het op leek. Toen zij aangaf niet te weten wat hij bedoelde, ritste hij zijn gulp naar beneden met de tekst ‘zullen we het even vergelijken.’

Tegen diezelfde medewerker had hij toen ze gebukt bij een pallet stond ook gezegd ‘dat hij geen mooier uitzicht kon wensen’. Nadat ze hem erop aansprak dat hij te dichtbij stond dreigde hij. Ze kon beter ‘op haar woorden letten, aangezien ze geen hoge ogen bij hem scoorde’. Ook vroeg hij een keer aan haar hoe haar seksleven was. ‘Ben je iemand die in bed op je rug ligt of zit je bovenop?’ en versperde hij de weg op smalle plekken bij de kluisjes zodat ze zich langs hem moest wurmen waarbij er lichaamscontact was.

Niet veilig

Zelfs in bijzijn van klanten was de vrouw niet veilig. Hij pakte haar om haar middel, toen er twee klanten bij waren en zei met een knipoog naar de klanten ‘dit is mijn sterspeler’. Toen ze zich los wist te maken, zei hij dat ze ‘vast haar periode had’, verwijzend naar haar menstruatie.

Bij een andere vrouw maakte hij, in februari 2019, verschillende opmerkingen over haar uiterlijk. Het waren complimenten volgens B., maar de medewerkster vond ze totaal ongepast en voelde zich niet op haar gemak. Bovendien keek hij bij één op één gesprekken vaak naar haar borsten. Dat stopte pas toen ze het bij enkele medewerkers van het bedrijf meldde.

Tegen weer een andere werkneemster zei hij dat hij ‘geen seks met haar zou durven te hebben omdat hij bang was dat ze zou breken’.

Bij de rechtszaak stelde B. dat hij regelmatig grappen maakte, ook seksueel getinte grappen. Hij zou zich echter totaal niet herkennen in de klachten van de vrouwen. Volgens B ging het om een hetze tegen hem en hadden de vrouwen valse verklaringen gegeven.

Ernst

De kantonrechter stelt niet dat dit zo is. Omdat er meerdere klachten zijn van een ‘grote groep personen uit verschillende lagen van de organisatie’, meent de rechter dat er wel degelijk sprak was van seksueel grensoverschrijdend gedrag. B. mag dus ontslagen worden, want zijn gedrag is in strijd met de code of conduct van DSV. De rechter keek hierbij ook naar de ‘ernst van de gedragingen’ en woog mee dat de werkneemsters een afhankelijkheidsrelatie met de directeur hadden.

De vraag of er ook sprak was van autoritair leiderschap, mismanagement in verzuimbeheer en mismanagement in de afhandeling van klachten van klanten, zoals DSV stelde, werd daarom bij de rechtszaak niet besproken.

B., die als directeur bij DSV MCF 7.673 euro per maand verdiende, had een ontslagvergoeding van bijna 100.000 euro geëist. Hij zou naar eigen zeggen ook niet kunnen terugkeren bij het bedrijf, vanwege de ‘hetze’. Hij wilde daarom verder een miljoen euro als extra vergoeding omdat zijn oude werkgever hem door de zaak reputatieschade had toegebracht.

Concurrentiebeding

Deze eisen worden geen van allen ingewilligd, wel is het concurrentiebeding van de baan, zo heeft de rechter bepaald. B. draait bovendien op voor de kosten van de rechtszaak. Onduidelijk is of hij in hoger beroep gaat, B. reageerde niet direct op vragen daarover van Nieuwsblad Transport.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement