In hoeverre moet de transportsector zich nog verder voorbereiden op een verslechtering van de omstandigheden door de oorlog in Oekraïne?

Die oorlog heeft inderdaad grote consequenties, ook voor de transportsector. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de brandstofprijs. De regering heeft dat wat verzacht door een accijnsverhoging toe te passen. Het tweede probleem zijn de gesloten handelsroutes.

Daarover bestaat nog steeds onduidelijkheid. Kunnen we nu met een goederentrein door Rusland?

Ja, dat kan, omdat het spoor ook een toegangsroute is tot China. Maar in de praktijk zijn veel grensovergangen tussen Oekraïne en Rusland gesloten. De route via Belarus gebruiken gaat ook niet door Amerikaanse sancties. Dus officieel kan het, maar officieus is het nog best lastig. De middenroute via de wat meer zuidelijke landen gaat nog wel, maar die capaciteit is niet zo groot.

En het vervoer over water?

Russische schepen mogen niet meer naar de Europese havens, op een paar uitzonderingen na, zoals energie. Rotterdam is voor 13% afhankelijk van Russische lading. De impact is dus aanzienlijk.

De oorlog in Oekraïne is hopelijk snel afgelopen. Iets waar transporteurs zich op de lange termijn wellicht meer zorgen over maken, is de energietransitie. Er dreigt een groot gebrek aan laadpalen.

Een modaliteit die zich niet weet te verduurzamen, heeft geen toekomst. Op dit moment zijn tweehonderd trucks emissieloos, dat moeten er vijftienduizend zijn in 2030. De grote merken beginnen met de serieproductie. We staan aan de vooravond van een grote opschaling. Nederland is koploper als het gaat om laadinfrastructuur bij auto’s, maar voor trucks staat dat nog in de kinderschoenen. Daar gaan we dus gas geven. Op Europees niveau is er een regeling voor bedacht. We willen in 2025 zestigduizend laadpunten hebben voor het zware vervoer.

En wat doen we hier dan precies?

Dit jaar begint Rijkswaterstaat met de aanbesteding van laadpleinen voor trucks. Volgend jaar gaan we de basisinfrastructuur vaststellen. Daarin staat waar het publieke netwerk precies moet komen.

De rijksoverheid ziet de aanleg van die laadinfrastructuur als een publieke taak?

Het basisnetwerk is publiek inderdaad. Dat gaan we organiseren. Maar het volledige netwerk wordt een combinatie van publiek-privaat.

Plaatsen van laadpalen is één. Maar congestie op het net is misschien nog wel een grotere uitdaging. Dc’s wachten vaak jaren op een zwaardere stroomaansluiting.

Er zijn inderdaad hier en daar knelpunten. Maar minister Jetten is druk bezig om ervoor te zorgen dat er voldoende energie beschikbaar is voor de laadpunten. Want die zekerheid en robuustheid moet er zijn in het net. De transportsector moet daar op kunnen vertrouwen. Daarmee is het nog niet opgelost, maar de problemen zijn in beeld en daar wordt hard aan gewerkt.

Ziet u nog kansen voor de modal shift in de verduurzaming?

Jazeker. De hoeveelheid ruimte in Nederland is beperkt. Op de weg is het druk. Op het spoor en de waterwegen is nog veel ruimte. Door de verduurzamingsopgave wordt er opnieuw gekeken naar manieren waarop goederen worden getransporteerd. We zetten bij de modal shift nu steeds meer in op het overtuigen van verladers. Zo heeft de voormalige Suiker Unie een pilot gedraaid en vervolgens besloten vijftienduizend ritten op het water over te zetten. Dat is 8% van hun transportvolume.

Hoe gaat dat in zijn werk, het overtuigen van verladers?

We spreken bedrijven via logistieke makelaars rechtstreeks aan en vragen hen een pilot te doen. We verleiden en enthousiasmeren hen om te kijken wat de impact van modal shift is op hun business case. Daarvoor stellen we ook subsidies beschikbaar.

U zegt dat er nog voldoende ruimte is op het spoor. Toch klaagt de spoorgoederenvervoersector regelmatig over capaciteitsgebrek.

Op de Betuwelijn is nog veel ruimte, zeker op het Nederlandse deel. De aansluiting met Duitsland wordt de komende jaren flink verbeterd. Maar inderdaad, ook daar zijn nog de nodige onderhoudswerkzaamheden. Dus de sector moet flexibel blijven.

Wat is uw boodschap nu aan de sector? Wat moet er bovenaan de agenda komen?

De logistieke sector is een topsector, we zijn er hartstikke goed in. 9% van het bruto nationaal product wordt door hen verdiend. De sector mag het belang daarvan wat meer laten zien. Transport lijkt soms water uit de kraan, het is er altijd. Maar het is topsport. We zijn de gateway to Europe, dat moeten we behouden. Daar zet het ministerie zich ook voor in.

Bekijk hier het interview:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement