De klimaatministers, verenigd in de Europese Raad, werden het woensdag in de vroege uurtjes eens over de plannen om in 2030 55% minder broeikasgassen uit te stoten ten opzichte van 1990.

De Raad bereikte onder meer een akkoord over uitbreiding van het systeem voor emissiehandel naar de scheepvaart, volgens de Nederlandse minister Rob Jetten een ‘historisch moment’. Omdat sommige lidstaten hierdoor harder getroffen worden dan andere, komt er een herverdeling van de uitstootrechten. Een groep landen die meer afhankelijk is van zeetransport ontvangt 3,5% extra CO2-rechten.

Wegtransport

Ook schaarden de ministers zich achter het plan voor een separaat ETS-systeem voor het wegtransport en gebouwen. Wel wil de Raad dat deze heffing op alle fossiele brandstoffen brandstoffen pas een jaar later wordt ingevoerd dan in het voorstel van de Europese Commissie. De verkoop van emissierechten zou dan in 2027 beginnen. Ook de luchtvaart zal geleidelijk moeten gaan betalen voor CO2-emissies, zo verklaarden de ministers na de 16 uur durende onderhandelingen.

Om kwetsbare huishoudens  in de EU-landen te niet al te veel op kosten te jagen komt er als het aan de Raad ligt verder een Sociaal Klimaatfonds met een omvang van 59 miljard euro. Dat is 13 miljard minder dan de commissie had voorgesteld.

Trots

Minister Rob Jetten noemt het akkoord ‘iets om trots op te zijn. De EU maakt hiermee nogmaals duidelijk dat Europa de mondiale klimaatkoploper is en voorlopig ook blijft’, zei hij midden in de nacht na afloop. ‘Dit pakket biedt een evenwichtige mix van subsidiëring, normering en beprijzing en maakt het bovendien makkelijker om onze nationale klimaatdoelen te halen.’

De lidstaten moeten nu gaan onderhandelen met het Europees Parlement over de definitieve wetten. De parlementariërs kwamen vorige week al tot een compromis over het pakket, waardoor het nu vooral gaat over afstemming van de precieze invulling.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement