Security: Scepsis over nut certificaat Authorised Economic Operator

In 2008 zijn nog geen 40 bedrijven gecertificeerd als Authorised Economic Operator. Dat is veel minder dan de douane had gehoopt. De belangstelling valt tegen omdat bedrijven wel fors moeten investeren om een AEO-certificaat te bemachtigen maar weinig duidelijkheid hebben over de voordelen. Betrokkenen spreken geruststellende woorden: ‘Het project zal niet mislukken’.

De belangstelling voor een AEO-certificaat valt flink tegen. Scepsis over de voordelen en de hoge kosten zijn hier debet aan.

De verwachtingen waren hooggespannen. Het eerste jaar zouden meer dan duizend aanvragen voor een AEO-status binnenkomen, zo dacht de douane. De dienst peinsde zelfs over de wijze waarop ze met een reguliere bezetting de ‘big bang’ kon verwerken. Een jaar later weten we wel beter. De invoering van de Authorised Economic Operator staat onder druk door gebrek aan belangstelling. De teller staat op 370 aanvragen en 34 afgegeven certificaten. Eind dit jaar zullen dat er waarschijnlijk ongeveer zeventig zijn. Zo’n certificaat geldt als bewijs dat een bedrijf zich heeft beveiligd tegen terrorisme en criminaliteit. Daardoor krijgen goederen voorrang bij de douane, zowel qua procedures als controles. Het betreft Europese regelgeving.

De verklaringen voor het gebrek aan animo lopen uiteen, zo bleek uit een rondgang op het Nationaal Douanecongres. Bedrijven zien niet in wat de voordelen zijn, de kosten zouden hoger zijn dan de baten en een wederzijdse erkenning met het Amerikaanse Customs-Trade Partnership Against Terrorism (C-TPAT) blijft uit. Over de twijfels over doelmatigheid en noodzaak van de AEO werden eerder al Kamervragen gesteld door CDA en PvdA.

Volgens Bram van Breukelen, senior adviseur bij adviesbureau Customs Knowledge, zijn bedrijven sceptisch over de voordelen. De goederen van gecertificeerde bedrijven zouden sneller langs de diverse grensposten gaan. ‘De douane verwacht dat straks bijna iedereen in de keten gecertificeerd is. Maar als iedereen een AEOstatus heeft, dan krijgt iedereen voorrang. Dan is het voordeel van de voorkeursbehandeling weg.’

Volgens Godfried Smit van verladersorganisatie EVO zijn vooral de hoge kosten een struikelblok. Bij een AEO-aanvraag is het lastig een goede afweging te maken tussen investeringskosten en return on investment. ‘De voordelen zijn niet duidelijk te berekenen. De investering is dat wel. Bedrijven zijn minimaal vijfduizend euro kwijt aan een self assessment. Dan moeten ze vaak nog maatregelen nemen, zoals hekken en camera’s plaatsen en personeel opleiden. Bij grote dienstverleners loopt de investering in de tonnen. Diverse bedrijven hebben de douane op bezoek gehad en daarna besloten van een aanvraag af te zien.’

Fenex-directeur Liesbeth Slappendel denkt niet dat de invoering van de AEO zal mislukken. ‘Het is een groeiproces. Het is niet zo eenvoudig om die status te krijgen. Je moet er veel werk voor verrichten en het moet ook nog gecontroleerd worden door de douane.’

Volgens Slappendel vloeien de voordelen die aan de AEO-status verbonden zijn voort uit Europese regelgeving. De Fenex-directeur: ‘Omdat Nederland een goed functionerende douane heeft, zijn die voordelen minder groot dan in landen die dat niet hebben. Daarom moet je het meer op de lange termijn bekijken. Op termijn denk ik dat het vanwege internationale afspraken met bijvoorbeeld de Verenigde Staten heel belangrijk is om die status te hebben.’

Op de site van de Europese Unie staat een overzicht van uitgereikte AEO-certificaten per land. Daaruit blijkt dat in België vijf certificaten zijn toegekend en in het Verenigd Koninkrijk 28.

Duitsland is koploper met 87 certificaten. In Zweden waren op 10 oktober 71 AEO-certificaten uitgereikt en stonden er nog 155 aanvragen open. Volgens woordvoerster Monica Magnusson is dat zo ongeveer wat de douane had verwacht. ‘In sommige Europese landen had men op meer gerekend, maar wij waren wat gematigder. Wel denken we dat het aantal aanvragen in het komende jaar sterk zal gaan toenemen.’

Douaneadvocaat Tim Hesselink van bureau Bird & Bird denkt dat bedrijven de kat uit de boom kijken. ‘Ze vrezen dat vroege aanvragers extra streng beoordeeld worden. De douane is immers zelf nog zoekende naar de beste manier voor certificering. Het project zal echter niet mislukken. De Europese douanewet wordt momenteel gemoderniseerd en in die nieuwe wet neemt de AEO een voorname plaats is.’Nederland heeft het volgens EVO in vergelijking met andere landen extra moeilijk omdat veel douaneprocedures hier al waren vereenvoudigd. ‘Denk aan douane-entrepot type E, waarbij je goederen kunt opslaan zonder directe administratie. In Zuid-Europa waren zulke regelingen niet gebruikelijk, daar valt meer te winnen’, aldus Smit.

De Nederlandse douane had gehoopt op een sneeuwbaleffect. Bedrijven in de keten zouden van elkaar gaan eisen dat ze een AEO-status hadden. Wie dat niet had, tot de kleinste speler toe, zou uit de keten gegooid worden. Volgens de betreffende bedrijven is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Een luchtvaartmaatschappij kan bijvoorbeeld wel van afhandelaar willen wisselen, maar als andere afhandelaars al werk genoeg hebben, staan niet in de rij om het werk over te nemen. Een veelgenoemde manier om de AEO-certificering toch succesvol van de grond te krijgen, is uitbreiding van het aantal voordelen. Fenex bespreekt met het ministerie van Financiën of dit mogelijk is.

Slappendel: ‘We zijn dat aan het verkennen, er zijn bijvoorbeeld in het kader van zekerheidsstelling voordelen te bedenken. Als dat mogelijk is, zou dat mooi zijn voor het bedrijfsleven.’ Een laatste argument om geen certificaat aan te vragen is dat de Europeanen en de Amerikanen elkaars werkwijze nog niet erkennen. Er zijn wel gesprekken op gang, maar die verlopen moeizaam. Het eerdergenoemde C-TPAT is alleen gericht op invoer, AEO op in- en uitvoer. De Europese wens in die gesprekken om het honderd procent scannen van de baan te krijgen, bemoeilijkt de gesprekken.

Douanewoordvoerster Gera van Weenum geeft toe dat het aantal aanvragen tegenvalt, maar benadrukt dat de douane wel een gestage stijging ziet. ‘We hebben een enquête gestuurd aan de eerste bedrijven die de status hebben verworven. Zo hopen we inzicht te krijgen in hun ervaringen. Waarom het aantal aanvragen zo tegenvalt, weet ik niet.’

Haar collega Freek van Zoeren van het managementteam Douane-West gaf op het sea-airport-ontbijt van Schiphol en de Amsterdamse haven wel een verklaring, die aansluit bij die van de bezoekers van het Douanecongres. Volgens de topambtenaar zien bedrijven niet direct in wat de voordelen zijn en worden ze ook afgeschrikt door de kosten. ‘Daarnaast hebben wij als Nederlandse douane al veel voordelen uitonderhandeld en weggegeven dus geeft de AEO-status niet veel extra.’

Van Zoeren wijst er wel op dat er nog veel aanvragen in de pijplijn zitten. Deze bedrijven stuiten op een grote mate van bureaucratie bij de overheidsdienst. De douane heeft 300 werkdagen de tijd om een aanvraag te beoordelen en die tijd nemen ze ook. Daardoor wordt certificering onnodig vertraagd. ‘Mea culpa’, aldus Van Zoeren, die zei dat dit probleem ‘de volle aandacht heeft’.

Security: Scepsis over nut certificaat Authorised Economic Operator | NT

Security: Scepsis over nut certificaat Authorised Economic Operator

In 2008 zijn nog geen 40 bedrijven gecertificeerd als Authorised Economic Operator. Dat is veel minder dan de douane had gehoopt. De belangstelling valt tegen omdat bedrijven wel fors moeten investeren om een AEO-certificaat te bemachtigen maar weinig duidelijkheid hebben over de voordelen. Betrokkenen spreken geruststellende woorden: ‘Het project zal niet mislukken’.

De belangstelling voor een AEO-certificaat valt flink tegen. Scepsis over de voordelen en de hoge kosten zijn hier debet aan.

De verwachtingen waren hooggespannen. Het eerste jaar zouden meer dan duizend aanvragen voor een AEO-status binnenkomen, zo dacht de douane. De dienst peinsde zelfs over de wijze waarop ze met een reguliere bezetting de ‘big bang’ kon verwerken. Een jaar later weten we wel beter. De invoering van de Authorised Economic Operator staat onder druk door gebrek aan belangstelling. De teller staat op 370 aanvragen en 34 afgegeven certificaten. Eind dit jaar zullen dat er waarschijnlijk ongeveer zeventig zijn. Zo’n certificaat geldt als bewijs dat een bedrijf zich heeft beveiligd tegen terrorisme en criminaliteit. Daardoor krijgen goederen voorrang bij de douane, zowel qua procedures als controles. Het betreft Europese regelgeving.

De verklaringen voor het gebrek aan animo lopen uiteen, zo bleek uit een rondgang op het Nationaal Douanecongres. Bedrijven zien niet in wat de voordelen zijn, de kosten zouden hoger zijn dan de baten en een wederzijdse erkenning met het Amerikaanse Customs-Trade Partnership Against Terrorism (C-TPAT) blijft uit. Over de twijfels over doelmatigheid en noodzaak van de AEO werden eerder al Kamervragen gesteld door CDA en PvdA.

Volgens Bram van Breukelen, senior adviseur bij adviesbureau Customs Knowledge, zijn bedrijven sceptisch over de voordelen. De goederen van gecertificeerde bedrijven zouden sneller langs de diverse grensposten gaan. ‘De douane verwacht dat straks bijna iedereen in de keten gecertificeerd is. Maar als iedereen een AEOstatus heeft, dan krijgt iedereen voorrang. Dan is het voordeel van de voorkeursbehandeling weg.’

Volgens Godfried Smit van verladersorganisatie EVO zijn vooral de hoge kosten een struikelblok. Bij een AEO-aanvraag is het lastig een goede afweging te maken tussen investeringskosten en return on investment. ‘De voordelen zijn niet duidelijk te berekenen. De investering is dat wel. Bedrijven zijn minimaal vijfduizend euro kwijt aan een self assessment. Dan moeten ze vaak nog maatregelen nemen, zoals hekken en camera’s plaatsen en personeel opleiden. Bij grote dienstverleners loopt de investering in de tonnen. Diverse bedrijven hebben de douane op bezoek gehad en daarna besloten van een aanvraag af te zien.’

Fenex-directeur Liesbeth Slappendel denkt niet dat de invoering van de AEO zal mislukken. ‘Het is een groeiproces. Het is niet zo eenvoudig om die status te krijgen. Je moet er veel werk voor verrichten en het moet ook nog gecontroleerd worden door de douane.’

Volgens Slappendel vloeien de voordelen die aan de AEO-status verbonden zijn voort uit Europese regelgeving. De Fenex-directeur: ‘Omdat Nederland een goed functionerende douane heeft, zijn die voordelen minder groot dan in landen die dat niet hebben. Daarom moet je het meer op de lange termijn bekijken. Op termijn denk ik dat het vanwege internationale afspraken met bijvoorbeeld de Verenigde Staten heel belangrijk is om die status te hebben.’

Op de site van de Europese Unie staat een overzicht van uitgereikte AEO-certificaten per land. Daaruit blijkt dat in België vijf certificaten zijn toegekend en in het Verenigd Koninkrijk 28.

Duitsland is koploper met 87 certificaten. In Zweden waren op 10 oktober 71 AEO-certificaten uitgereikt en stonden er nog 155 aanvragen open. Volgens woordvoerster Monica Magnusson is dat zo ongeveer wat de douane had verwacht. ‘In sommige Europese landen had men op meer gerekend, maar wij waren wat gematigder. Wel denken we dat het aantal aanvragen in het komende jaar sterk zal gaan toenemen.’

Douaneadvocaat Tim Hesselink van bureau Bird & Bird denkt dat bedrijven de kat uit de boom kijken. ‘Ze vrezen dat vroege aanvragers extra streng beoordeeld worden. De douane is immers zelf nog zoekende naar de beste manier voor certificering. Het project zal echter niet mislukken. De Europese douanewet wordt momenteel gemoderniseerd en in die nieuwe wet neemt de AEO een voorname plaats is.’Nederland heeft het volgens EVO in vergelijking met andere landen extra moeilijk omdat veel douaneprocedures hier al waren vereenvoudigd. ‘Denk aan douane-entrepot type E, waarbij je goederen kunt opslaan zonder directe administratie. In Zuid-Europa waren zulke regelingen niet gebruikelijk, daar valt meer te winnen’, aldus Smit.

De Nederlandse douane had gehoopt op een sneeuwbaleffect. Bedrijven in de keten zouden van elkaar gaan eisen dat ze een AEO-status hadden. Wie dat niet had, tot de kleinste speler toe, zou uit de keten gegooid worden. Volgens de betreffende bedrijven is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Een luchtvaartmaatschappij kan bijvoorbeeld wel van afhandelaar willen wisselen, maar als andere afhandelaars al werk genoeg hebben, staan niet in de rij om het werk over te nemen. Een veelgenoemde manier om de AEO-certificering toch succesvol van de grond te krijgen, is uitbreiding van het aantal voordelen. Fenex bespreekt met het ministerie van Financiën of dit mogelijk is.

Slappendel: ‘We zijn dat aan het verkennen, er zijn bijvoorbeeld in het kader van zekerheidsstelling voordelen te bedenken. Als dat mogelijk is, zou dat mooi zijn voor het bedrijfsleven.’ Een laatste argument om geen certificaat aan te vragen is dat de Europeanen en de Amerikanen elkaars werkwijze nog niet erkennen. Er zijn wel gesprekken op gang, maar die verlopen moeizaam. Het eerdergenoemde C-TPAT is alleen gericht op invoer, AEO op in- en uitvoer. De Europese wens in die gesprekken om het honderd procent scannen van de baan te krijgen, bemoeilijkt de gesprekken.

Douanewoordvoerster Gera van Weenum geeft toe dat het aantal aanvragen tegenvalt, maar benadrukt dat de douane wel een gestage stijging ziet. ‘We hebben een enquête gestuurd aan de eerste bedrijven die de status hebben verworven. Zo hopen we inzicht te krijgen in hun ervaringen. Waarom het aantal aanvragen zo tegenvalt, weet ik niet.’

Haar collega Freek van Zoeren van het managementteam Douane-West gaf op het sea-airport-ontbijt van Schiphol en de Amsterdamse haven wel een verklaring, die aansluit bij die van de bezoekers van het Douanecongres. Volgens de topambtenaar zien bedrijven niet direct in wat de voordelen zijn en worden ze ook afgeschrikt door de kosten. ‘Daarnaast hebben wij als Nederlandse douane al veel voordelen uitonderhandeld en weggegeven dus geeft de AEO-status niet veel extra.’

Van Zoeren wijst er wel op dat er nog veel aanvragen in de pijplijn zitten. Deze bedrijven stuiten op een grote mate van bureaucratie bij de overheidsdienst. De douane heeft 300 werkdagen de tijd om een aanvraag te beoordelen en die tijd nemen ze ook. Daardoor wordt certificering onnodig vertraagd. ‘Mea culpa’, aldus Van Zoeren, die zei dat dit probleem ‘de volle aandacht heeft’.