Van Doesburg onderstreept dat de verladers de eis van het terugzetten van de brandstof en veiligheidstoeslagen in een vrachttarief met het nieuwe initiatief niet van de politieke agenda verdwijnt, maar wijst er tegelijkertijd op dat jaren van lobbyen geen resultaat hebben opgeleverd door de tegenwerking van de luchtvaartmaatschappijen.

Een enquête onder de leden en interviews met expediteurs moeten nieuwe inzichten en adviezen opleveren, zegt hij. Volgens de beleidsadviseur moeten de resultaten ergens in juni al bekend worden gemaakt. “Wij willen snel in kaart brengen wat er leeft onder de leden en wat de visie is op de toeslagen en of er alternatieven zijn voor een all-in tarief.”

Een belangrijk aspect bij het onderzoek is een nieuwe onafhankelijke brandstofindex voor de luchtvrachtsector. Volgens Van Doesburg zijn er voldoende neutrale aanbieders die een index van de actuele kerosineprijzen kunnen leveren. Hij noemt onder meer het Amerikaanse ministerie van energie dat al jaren een neutrale index publiceert. “Er zijn in de markt ook andere onafhankelijke instellingen die een vergelijkbare indicatie van de actuele brandstofprijzen kunnen geven. Zo’n neutraal instituut kan dan twee keer per maand de stijgingen of dalingen aangeven van de kerosineprijs en verladers, expediteurs en luchtvaartmaatschappijen hebben zo een onafhankelijk en verifieerbaar instrument om de uiteindelijke vrachtprijs op af te stemmen. Dat wordt dan niet meer eenzijdig bepaald door de airline.”

Het systeem betekent dat de verladers de brandstoftoeslag als instrument om extreme prijsschommelingen op te vangen, accepteren maar als wisselgeld eisen dat de meting van de hoogte niet meer door de luchtvaartmaatschappijen zelf gebeurt, maar extern wordt bepaald.

Lees meer in de gedrukte editie van Nieuwsblad Transport van 13 mei