ACM ontving klachten van tien airlines en drie brancheorganisaties, waaronder vrachtkoepel ACN. De dertien maakten vooral bezwaren tegen het feit dat Schiphol de forse verliezen tijdens de coronacrisis wil afwentelen op de klanten via een forse tariefstijging van de luchthavengelden. Het gaat daarbij om prijsverhogingen voor 2023 (9%), 2024 (12%) en 2025 (12%).

‘Niet onredelijk’

Volgens de mededingingsautoriteit zijn die tariefverhogingen ‘niet onredelijk’ en heeft Schiphol de havengelden in lijn met het uitgangspunt van kostenoriëntatie in de Wet luchtvaart vastgesteld. Ook bij vergelijking met de tarieven van andere luchthavens ziet de ACM geen indicatie dat de tarieven onredelijk hoog zijn.

De verrekening van door Schiphol gemaakte kosten met luchtvaartmaatschappijen kan twee kanten op werken, aldus ACM. Zo moet Schiphol eventuele overwinsten verrekenen met de airlines, als bijvoorbeeld de verkeers- en vervoersaantallen hoger zijn dan begroot, maar bij tegenvallers kan ook het omgekeerde gebeuren. Zo worden meevallers, maar ook tegenvallers doorgegeven aan de gebruikers van de luchthaven en niet aan de belastingbetaler, aldus ACM.

Schiphol werd door de ACM wel op de vingers getikt over de gebrekkige consultatie van het vijfjarig investeringsprogramma. Daar was er volgens de dienst onvoldoende informatie verschaft, maar ACM verwacht dat die alsnog wordt aangeleverd en verbindt ‘hier verder geen gevolgen aan’.

Rechter

ACN stelt in een reactie teleurgesteld te zijn over het besluit van de ACM. ‘Wij vinden het niet terecht dat Schiphol met deze draconische tariefverhogingen de pijn uit de coronacrisis neerlegt bij de airlines. Op dit moment overwegen we met betrokken partijen of en hoe deze casus kan worden voorgelegd aan de rechter.’

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement