De investeringen stegen met 37% tot 1,8 miljard euro en de uitgaven voor O&O met 11% tot 2,7 miljard euro.
De investeringen betroffen zowel greenfield-investeringen, uitbreiding en vervangingsinvesteringen, pilootinstallaties als onderzoeks- en distributiecentra zowel in Vlaanderen als in Wallonië.
Volgens de sectorfederatie essenscia blijven chemie en life sciences ook veruit de belangrijkste exportsector van het land. Het exportcijfer van de sector liep op tot 109 miljard euro of bijna 32% van de totale uitvoer van goederen. Het handelsoverschot van de sector steeg tot 25,8 miljard, tegenover en daling van het saldo van België tot 9,8 miljard euro.

Essenscia roept de beleidsmakers wel op om een aantal structurele maatregelen te nemen die de concurrentiekracht van de sector versterken. Vooral de steeds oplopende meerkosten voor hernieuwbare energie baren de sector zorgen. Volgens gedelegeerd bestuurder Yves Verschueren stijgen de meerkosten bij ongewijzigd beleid met 60% tegen 2020. “De overheid moet, zonder afbreuk te doen aan de klimaatdoelstellingen van Europa, werk maken van een hervorming van het groene stroombeleid en de offshore windenergie in lijn met onze buurlanden”, aldus Verschueren.

Ook de loonkosthandicap, die tussen een Duitse en Belgische chemiearbeider voor volcontinuarbeid kan oplopen tot 27%, is volgens essenscia op termijn onhoudbaar. Voorzitter Wouter De Geest (foto) pleit in dat verband voor een debat over het competitief maken van de loonkost.

Tot slot is de sectorfederatie vragende partij voor een stabiel en rechtszeker beleidskader zonder onnodige administratieve complexiteit. Een must om de koppositie in Europa te kunnen behouden, aldus De Geest.

Voor dit jaar verwacht essenscia een gematigde productiegroei.