De productie ruwstaal maakte een kleine sprong voorwaarts van 1% en haalde 8,03 miljoen ton. Dat is pakweg een kwart meer dan in 2009, maar blijft nog ver onder het peil uit de jaren voor de crisis, toen de productie ruim boven de 10 miljoen ton uitkwam. De omzet groeide forser en noteerde een stijging van 7% naar 8,85 miljard euro, zo geeft het jaarverslag van het Staalindustrie Verbond aan. De toegevoegde waarde steeg met 9% naar 1,25 miljard euro. De tewerkstelling bleef daarentegen licht zakken naar 14.200 jobs (-1%).

Het eerste semester was veelbelovend: in het eerste en het tweede kwartaal lag de productie met telkens meer dan 2,25 miljoen ton op het hoogte peil sinds het derde trimester van 2008, het eindpunt van de hoogconjunctuur. Maar in het tweede halfjaar gingen de volumes weer steil bergaf. In het laatste kwartaal bleven ze steken op 1,61 miljoen ton, het laagste punt sinds het derde kwartaal van 2009 toen de staalsector stilaan weer uit het dal aan het kruipen was.

De sector blijft het ook bijzonder moeilijk hebben, geeft voorzitter Geert Van Poelvoorde in zijn toelichting bij de cijfers aan. De concurrentie op de staalmarkt blijft bijzonder hevig en wordt nog verergerd door oneerlijke handelspraktijken van een aantal derde landen. De Belgische spelers torsen bovendien de handicap van een soms haperende energiemarkt en van “onophoudelijk toenemende lasten” die “hun rendabiliteit en bijgevolg ook hun voortbestaan bedreigen”.

De Belgische staalindustrie blijft zeer sterk exportgericht. De thuismarkt vertegenwoordigt amper 17% van de leveringen. Grootste klanten zijn Duitsland (25%) en Frankrijk (20%). Nog eens 27% gaat naar andere EU-landen. De afzet buiten de EU bedraagt amper 12%, met Turkije (3%) als belangrijkste afnemer.