Dat heeft een Braziliaanse rechter in een tussenvonnis bepaald. De hoogte van de in te houden bedragen moet nog worden vastgesteld. Daarvoor wil de rechter eerst meer informatie hebben van Petrobras en SBM. De bedrijven zijn ‘verzocht’ om financiële informatie te verstrekken uit de contracten, die deel uitmaken van het geschil. Waarschijnlijk gaat het vooral om huurcontracten voor door SBM geleverde fpso’s, de bekende drijvende olieproductie-schepen.

Tegenslag

De rechter wijst erop dat SBM een buitenlands bedrijf is, waarvan moet worden afgewacht of het bereid of in staat is om aan zijn verplichtingen te voldoen als er een definitieve uitspraak is. Met andere woorden: de rechter wil zeker weten dat SBM ook echt betaalt als het veroordeeld wordt. Dat is een ernstige tegenslag voor het in Schiedam gevestigde bedrijf. De groep dacht drie jaar geleden al een schikking van enkele honderden miljoenen te hebben bereikt. Maar die werd een jaar later weer van tafel geveegd.

In een verklaring zegt SBM het absoluut oneens te zijn met het tussentijdse besluit. Het bedrijf wil verdere verduidelijking en neemt alle passende maatregelen om zijn belangen te verdedigen. Beleggers schrokken van de implicaties van het tussenvonnis. De koers van het aandeel daalde vanmorgen met 7%.