Hoe omzeilt Nederlandse offshore-leverancier Huisman de Jones Act?

ontwerp windpark-feeder

In het kader van zijn ‘buy American’-beleid heeft president Joe Biden de Amerikaanse offshore windsector tot verboden jachtterrein voor buitenlandse aannemers verklaard. De Nederlandse offshore-leverancier Huisman denkt daar echter een mouw aan te kunnen passen.

De regering-Biden heeft de archaïsche Jones Act uit 1920 in stelling gebracht om te verhinderen dat niet-Amerikaanse aannemers aan de haal gaan met de markt voor de bouw van windparken in Amerikaanse kustwateren. Die markt staat nu nog in de kinderschoenen en loopt zwaar achter op die in Europa en Azië. Maar de algemene verwachting is dat de Amerikaanse windparkenmarkt het komende decennium zal uitgroeien tot een eldorado voor aannemers, met een omzet van ettelijke miljarden per jaar.

Protectionisme

Kern van de omstreden, want inherent protectionistische, wet is dat vervoer tussen Amerikaanse havens alleen door Amerikaanse schepen mag worden uitgevoerd. Schepen zijn alleen Jones Act-proof als ze in de VS zijn gebouwd, de bemanning Amerikaans is en ze in handen zijn van een Amerikaans bedrijf. Uitzonderingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld voor gespecialiseerde offshore-schepen waarover de VS domweg niet beschikt. Maar dan moet er wel een speciale ontheffing worden verkregen.

De Amerikaanse offshore wind-lobby heeft het voor elkaar gekregen dat het vervoer van windturbines dat in onderdelen plaatsvindt van de haven naar het windpark op zee, wordt aangemerkt als binnenlands vervoer. In die redenering is de fundering van een windturbine Amerikaans grondgebied en dus taboe voor buitenlandse installateurs. Geen speld tussen te krijgen, zou je denken, maar het Schiedamse Huisman, onder meer bouwer van ‘s werelds grootste offshorekranen, denkt toch een ‘loophole’ gevonden te hebben.

Tekst gaat verder onder de foto.

Het bedrijf heeft een ontwerp in de markt gezet van een Jones Act-proof ‘feederschip’ dat de onderdelen, onder meer masten, bladen en het generatorhuis (de nacelle), naar het windpark in aanbouw brengt. Daar neemt een installatieschip van een niet-Amerikaanse aannemer de turbine-delen over om ze vervolgens op de fundering te installeren. De crux is dat dit soort schepen zichzelf langs uitschuifbare poten omhoog vijzelt, een jack-up in het jargon. Op dat moment geldt het als een platform, een object dat niets transporteert en slechts onderdelen installeert, waardoor het niet onder de werking van de Jones Act valt.

Het feederschip in kwestie valt daar uiteraard wel onder en moet dus Amerikaans gebouwd etcetera zijn. Het feeder-concept is niet volledig nieuw. Het Noorse Fred. Olsen Windcarrier paste het vijf jaar geleden al toe bij de bouw van Block Island Wind Farm, het eerste commerciële Amerikaanse windpark. Het bestaat uit vijf turbines met een totaal vermogen van dertig megawatt.

Gezwiep

Volgens productmanager Cees van Veluw van Huisman, dat het concept vorige week wereldkundig maakte, is de belangstelling groot. Hij spreekt van ‘veel reacties, zowel uit de VS als daarbuiten’. Voor concrete projecten is het nog te vroeg, maar hij heeft er vertrouwen in dat het ontwerp daadwerkelijk zal uitmonden in de bouw van één of meer van deze windpark-feeders.

Nu klinkt het op zee overladen van kolossale windmolen-onderdelen van de feeder op het jack-up schip, terwijl stroming, golfslag en wind vrij spel hebben, een stuk simpeler dan het in de praktijk is. Probeer de kraanhaak maar eens vast te krijgen aan het rek waarin de kwetsbare bladen worden vervoerd als dat op een wiebelig schip staat. Of aan de tientallen meters hoge mastdelen, die meestal rechtstandig worden vervoerd en waarvan de top dus meestal fors heen en weer zwiept.

Tekst gaat verder onder de foto.

Dus toverde Huisman een tweede konijn uit de hoge hoed in de vorm van een bewegingsgecompenseerd platform, dat in de buik van het schip wordt ingebouwd. Dat maakt gebruik van het concept waarmee Ampelmann (zie ‘Europese uitvindersprijs voor Van der Tempel?’) de afgelopen jaren furore maakte. Voor zover bekend zou het de eerste keer zijn dat zo’n ‘cardanisch’ platform in het laadruim van een schip wordt geïnstalleerd.

Het systeem van bewegingscompensatie moet ervoor zorgen dat het mastdeel keurig verticaal blijft staan, ook al beweegt het schip eronder alle kanten op. Daardoor zou de kraan van het installatieplatform het onderdeel zonder veel moeite moeten kunnen oppikken. Dat heeft uiteraard zijn grenzen, maar volgens Van Veluw kan er nog bij forse golfslag mee worden gewerkt. Aan boord van de feeder worden de onderdelen via een sledesysteem op het platform geschoven, zodat het schip per trip de onderdelen van meerdere windturbines ineens kan aanvoeren.

Concreet project

Volgens Huisman is het feeder-concept veel goedkoper dan de inzet van een Jones Act installatieschip. Daarvan is er op dit moment één in aanbouw. Een Amerikaanse dochter van het Singaporese Keppel kreeg daarvoor vorig jaar opdracht van stroomproducent Dominion Energy uit Virginia. Het schip moet eind 2023 klaar zijn en gaat ongeveer een half miljard dollar kosten.

Maar volgens Van Veluw is het niet per se nodig om een nieuw schip voor de Amerikaanse markt te bouwen. ‘Er is een internationale pool van installatieschepen beschikbaar en de Europese eigenaren zijn zeer geïnteresseerd om hun schepen naar de VS te sturen. Wij denken dat de kosten daarvan meer dan de helft lager zijn dan die van een Amerikaans gebouwd platform’.

De bouwkosten van een feederschip met een lengte van zo’n 125 meter schat hij op 100 à 150 miljoen dollar. De totale bouwperiode zou twee tot drie jaar in beslag nemen. Van Veluw: ‘Er staan een paar grote parken op de rol, ik sluit dan ook niet uit dat het op niet al te lange termijn tot een concreet project komt.’

Tekst gaat verder onder de foto.

Europese uitvindersprijs voor Van der Tempel?

Het toeval wil dat de geestelijk vader van het bewegingsgecompenseerde platform, de Nederlander Jan van der Tempel, deze week is genomineerd voor de prestigieuze European Inventor Award 2021 van het Europees Octrooibureau (EOB), in de categorie ‘Industrie’.

Van der Tempel (1974) bedacht in 2002 het systeem om op een woelige zee van het ene schip op het andere over te stappen met een gemak alsof je over een vaste brug loopt. Niks geen gewiebel en evenwichtskunst meer. Zijn vondst werd een doorslaand succes en wordt inmiddels op tientallen walk-to-work schepen en andere constructies toegepast. Het motion compensated platform van Huisman is daarvan het jongste voorbeeld.

Hij kwam bijna twintig jaar geleden op het idee tijdens een offshore wind-conferentie in Berlijn en daarom noemde hij zijn vondst, en later het bedrijf, de Ampelmann. Dat is het koosnaampje van de Berliners voor het ‘stoplichtmannetje’ dat bij groen licht het sein geeft dat je via de zebra veilig kan oversteken. Hij ontwikkelde het eerste prototype toen hij nog aan de Technische Universiteit Delft studeerde. Het bedrijf Ampelmann Operations is in 2007 ook via de TU Delft opgericht.

Stemmen

Inmiddels zijn er naar schatting zes miljoen mensen op zee bewegingsgecompenseerd overgestoken en zijn er zo duizenden tonnen aan materieel overgebracht. Dat succes kreeg uiteraard navolging, en nieuwe spelers proberen een graantje mee te pikken van deze snelgroeiende nieuwe markt. ‘Maar’, zegt Van der Tempel, ‘ons systeem is het enige met cilinders die in zes richtingen werken en met slechts milliseconden vertraging een volledig stationair punt bereiken’.

Precies dat principe is beschermd door Europese octrooien van het EOB. De Nederlander heeft er daarvan maar liefst vier op zijn naam staan, die tussen 2012 en 2020 werden verleend. De basis van het systeem is even eenvoudig als vernuftig. Het is zoiets als de oefenbrug van een scheepssimulator waarop zeevarenden onder zo realistisch mogelijke omstandigheden ‘droog’ kunnen trainen en in een golfslag-achtige beweging worden gebracht, maar dan omgekeerd.

Donderdag 17 juni zal duidelijk worden of de onafhankelijke jury Van der Tempel uitroept tot Europees industrieel uitvinder van het jaar. De twee andere genomineerden zijn de Noor Per Gisle Djupesland, voor verbeterde nasale medicatie, en de Duitsers Christoph Gürtler en Walter Leitner, voor het gebruik van CO2 bij het maken van hernieuwbaar plastic.

Tot die tijd kan iedereen die dat wil via de EOB-site een stem uitbrengen voor de publieksprijs. De award bestaat, wat voor Van der Tempel toepasselijk zou zijn, uit een houten sculptuur in de vorm van een zeil. Er is geen geldprijs aan verbonden, maar de goodwill die een nominatie of zelfs winst oplevert, weegt daar ongetwijfeld ruimschoots tegenop.

Hoe omzeilt Nederlandse offshore-leverancier Huisman de Jones Act? | NT

Hoe omzeilt Nederlandse offshore-leverancier Huisman de Jones Act?

ontwerp windpark-feeder

In het kader van zijn ‘buy American’-beleid heeft president Joe Biden de Amerikaanse offshore windsector tot verboden jachtterrein voor buitenlandse aannemers verklaard. De Nederlandse offshore-leverancier Huisman denkt daar echter een mouw aan te kunnen passen.

De regering-Biden heeft de archaïsche Jones Act uit 1920 in stelling gebracht om te verhinderen dat niet-Amerikaanse aannemers aan de haal gaan met de markt voor de bouw van windparken in Amerikaanse kustwateren. Die markt staat nu nog in de kinderschoenen en loopt zwaar achter op die in Europa en Azië. Maar de algemene verwachting is dat de Amerikaanse windparkenmarkt het komende decennium zal uitgroeien tot een eldorado voor aannemers, met een omzet van ettelijke miljarden per jaar.

Protectionisme

Kern van de omstreden, want inherent protectionistische, wet is dat vervoer tussen Amerikaanse havens alleen door Amerikaanse schepen mag worden uitgevoerd. Schepen zijn alleen Jones Act-proof als ze in de VS zijn gebouwd, de bemanning Amerikaans is en ze in handen zijn van een Amerikaans bedrijf. Uitzonderingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld voor gespecialiseerde offshore-schepen waarover de VS domweg niet beschikt. Maar dan moet er wel een speciale ontheffing worden verkregen.

De Amerikaanse offshore wind-lobby heeft het voor elkaar gekregen dat het vervoer van windturbines dat in onderdelen plaatsvindt van de haven naar het windpark op zee, wordt aangemerkt als binnenlands vervoer. In die redenering is de fundering van een windturbine Amerikaans grondgebied en dus taboe voor buitenlandse installateurs. Geen speld tussen te krijgen, zou je denken, maar het Schiedamse Huisman, onder meer bouwer van ‘s werelds grootste offshorekranen, denkt toch een ‘loophole’ gevonden te hebben.

Tekst gaat verder onder de foto.

Het bedrijf heeft een ontwerp in de markt gezet van een Jones Act-proof ‘feederschip’ dat de onderdelen, onder meer masten, bladen en het generatorhuis (de nacelle), naar het windpark in aanbouw brengt. Daar neemt een installatieschip van een niet-Amerikaanse aannemer de turbine-delen over om ze vervolgens op de fundering te installeren. De crux is dat dit soort schepen zichzelf langs uitschuifbare poten omhoog vijzelt, een jack-up in het jargon. Op dat moment geldt het als een platform, een object dat niets transporteert en slechts onderdelen installeert, waardoor het niet onder de werking van de Jones Act valt.

Het feederschip in kwestie valt daar uiteraard wel onder en moet dus Amerikaans gebouwd etcetera zijn. Het feeder-concept is niet volledig nieuw. Het Noorse Fred. Olsen Windcarrier paste het vijf jaar geleden al toe bij de bouw van Block Island Wind Farm, het eerste commerciële Amerikaanse windpark. Het bestaat uit vijf turbines met een totaal vermogen van dertig megawatt.

Gezwiep

Volgens productmanager Cees van Veluw van Huisman, dat het concept vorige week wereldkundig maakte, is de belangstelling groot. Hij spreekt van ‘veel reacties, zowel uit de VS als daarbuiten’. Voor concrete projecten is het nog te vroeg, maar hij heeft er vertrouwen in dat het ontwerp daadwerkelijk zal uitmonden in de bouw van één of meer van deze windpark-feeders.

Nu klinkt het op zee overladen van kolossale windmolen-onderdelen van de feeder op het jack-up schip, terwijl stroming, golfslag en wind vrij spel hebben, een stuk simpeler dan het in de praktijk is. Probeer de kraanhaak maar eens vast te krijgen aan het rek waarin de kwetsbare bladen worden vervoerd als dat op een wiebelig schip staat. Of aan de tientallen meters hoge mastdelen, die meestal rechtstandig worden vervoerd en waarvan de top dus meestal fors heen en weer zwiept.

Tekst gaat verder onder de foto.

Dus toverde Huisman een tweede konijn uit de hoge hoed in de vorm van een bewegingsgecompenseerd platform, dat in de buik van het schip wordt ingebouwd. Dat maakt gebruik van het concept waarmee Ampelmann (zie ‘Europese uitvindersprijs voor Van der Tempel?’) de afgelopen jaren furore maakte. Voor zover bekend zou het de eerste keer zijn dat zo’n ‘cardanisch’ platform in het laadruim van een schip wordt geïnstalleerd.

Het systeem van bewegingscompensatie moet ervoor zorgen dat het mastdeel keurig verticaal blijft staan, ook al beweegt het schip eronder alle kanten op. Daardoor zou de kraan van het installatieplatform het onderdeel zonder veel moeite moeten kunnen oppikken. Dat heeft uiteraard zijn grenzen, maar volgens Van Veluw kan er nog bij forse golfslag mee worden gewerkt. Aan boord van de feeder worden de onderdelen via een sledesysteem op het platform geschoven, zodat het schip per trip de onderdelen van meerdere windturbines ineens kan aanvoeren.

Concreet project

Volgens Huisman is het feeder-concept veel goedkoper dan de inzet van een Jones Act installatieschip. Daarvan is er op dit moment één in aanbouw. Een Amerikaanse dochter van het Singaporese Keppel kreeg daarvoor vorig jaar opdracht van stroomproducent Dominion Energy uit Virginia. Het schip moet eind 2023 klaar zijn en gaat ongeveer een half miljard dollar kosten.

Maar volgens Van Veluw is het niet per se nodig om een nieuw schip voor de Amerikaanse markt te bouwen. ‘Er is een internationale pool van installatieschepen beschikbaar en de Europese eigenaren zijn zeer geïnteresseerd om hun schepen naar de VS te sturen. Wij denken dat de kosten daarvan meer dan de helft lager zijn dan die van een Amerikaans gebouwd platform’.

De bouwkosten van een feederschip met een lengte van zo’n 125 meter schat hij op 100 à 150 miljoen dollar. De totale bouwperiode zou twee tot drie jaar in beslag nemen. Van Veluw: ‘Er staan een paar grote parken op de rol, ik sluit dan ook niet uit dat het op niet al te lange termijn tot een concreet project komt.’

Tekst gaat verder onder de foto.

Europese uitvindersprijs voor Van der Tempel?

Het toeval wil dat de geestelijk vader van het bewegingsgecompenseerde platform, de Nederlander Jan van der Tempel, deze week is genomineerd voor de prestigieuze European Inventor Award 2021 van het Europees Octrooibureau (EOB), in de categorie ‘Industrie’.

Van der Tempel (1974) bedacht in 2002 het systeem om op een woelige zee van het ene schip op het andere over te stappen met een gemak alsof je over een vaste brug loopt. Niks geen gewiebel en evenwichtskunst meer. Zijn vondst werd een doorslaand succes en wordt inmiddels op tientallen walk-to-work schepen en andere constructies toegepast. Het motion compensated platform van Huisman is daarvan het jongste voorbeeld.

Hij kwam bijna twintig jaar geleden op het idee tijdens een offshore wind-conferentie in Berlijn en daarom noemde hij zijn vondst, en later het bedrijf, de Ampelmann. Dat is het koosnaampje van de Berliners voor het ‘stoplichtmannetje’ dat bij groen licht het sein geeft dat je via de zebra veilig kan oversteken. Hij ontwikkelde het eerste prototype toen hij nog aan de Technische Universiteit Delft studeerde. Het bedrijf Ampelmann Operations is in 2007 ook via de TU Delft opgericht.

Stemmen

Inmiddels zijn er naar schatting zes miljoen mensen op zee bewegingsgecompenseerd overgestoken en zijn er zo duizenden tonnen aan materieel overgebracht. Dat succes kreeg uiteraard navolging, en nieuwe spelers proberen een graantje mee te pikken van deze snelgroeiende nieuwe markt. ‘Maar’, zegt Van der Tempel, ‘ons systeem is het enige met cilinders die in zes richtingen werken en met slechts milliseconden vertraging een volledig stationair punt bereiken’.

Precies dat principe is beschermd door Europese octrooien van het EOB. De Nederlander heeft er daarvan maar liefst vier op zijn naam staan, die tussen 2012 en 2020 werden verleend. De basis van het systeem is even eenvoudig als vernuftig. Het is zoiets als de oefenbrug van een scheepssimulator waarop zeevarenden onder zo realistisch mogelijke omstandigheden ‘droog’ kunnen trainen en in een golfslag-achtige beweging worden gebracht, maar dan omgekeerd.

Donderdag 17 juni zal duidelijk worden of de onafhankelijke jury Van der Tempel uitroept tot Europees industrieel uitvinder van het jaar. De twee andere genomineerden zijn de Noor Per Gisle Djupesland, voor verbeterde nasale medicatie, en de Duitsers Christoph Gürtler en Walter Leitner, voor het gebruik van CO2 bij het maken van hernieuwbaar plastic.

Tot die tijd kan iedereen die dat wil via de EOB-site een stem uitbrengen voor de publieksprijs. De award bestaat, wat voor Van der Tempel toepasselijk zou zijn, uit een houten sculptuur in de vorm van een zeil. Er is geen geldprijs aan verbonden, maar de goodwill die een nominatie of zelfs winst oplevert, weegt daar ongetwijfeld ruimschoots tegenop.