Njord Group, dat naast Boskalis bestaat uit het Belgische Deme, het Spaanse Acciona en het Deense Højgaard International, is een alliantie aangegaan met de private Deense vermogensbeheerder Copenhagen Infrastructure Partners (CIP). Die wil zich kandideren voor de bouw van het energie-eiland, op tachtig tot honderd kilometer afstand van de Deense westkust in de Noordzee moet worden aangelegd. Verwacht wordt dat het Deense energie-agentschap in 2023 een tender voor het project uitschrijft.

Het gaat om één van de grootste infrastructuurprojecten ter wereld, met een totale geschatte waarde van bijna dertig miljard euro. Volgens CIP hebben de vier aannemers ieder hun eigen kwaliteiten, maar hebben ze ook allemaal ervaring met vergelijkbare projecten. Welk deel van de geplande mega-investering naar de aanleg van het eiland zelf gaat, is onduidelijk.

200 windturbines

In de eerste fase fase zou het eiland een oppervlakte krijgen van slechts twaalf hectare, waar 200 windturbines op moeten komen. Ter vergelijking: Maasvlakte 2 heeft een oppervlakte van tweeduizend hectare. De bouw zou in 2025 moeten beginnen en neemt naar verwachting drie jaar in beslag. In 2032 zou de eerste stroom aan Deense huishoudens moeten worden geleverd.

CIP is al in 2012 opgericht en beheert zo’n zestien miljard euro aan geïnvesteerd vermogen. Belangrijkste investeerder is het Deense staatspensioenfonds PensionDanmark dat ook aan de basis van de oprichting van de fondsbeheerder stond. De groep treedt op als manager van het VindØ consortium, dat verder bestaat uit het private Deense pensioenfonds PFA en Andel, de grootste stroomleverancier van Denemarken.

Tien gigawatt

Uiteindelijk moet het eiland tien gigawatt aan stroom uit windenergie kunnen leveren. Dat komt overeen met ruim dertien offshore windparken van 750 megawatt, zoals die momenteel in het Nederlands deel van de Noordzee in aanbouw zijn. Offshore windparken om het eiland heen moeten voor dat vermogen zorgen. Havenfaciliteiten op het stroomeiland zouden daarbij als uitvalsbasis voor de bouw dienen.

Aanvankelijk had ook Havenbedrijf Rotterdam belangstelling om in een energie-eiland in de Noordzee te investeren. Die trok zich daaruit terug, toen duidelijk werd dat die niet genoeg groene waterstof zou kunnen leveren voor de energietransitie van de Rotterdamse haven.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement