De Amerikaanse Jones Act houdt in dat alleen Amerikaans gevlagde schepen producten mogen verschepen tussen Amerikaanse havens. ‘Dat levert een probleem op voor de flink groeiende Amerikaanse offshore-windmarkt’, zegt Elvira Jansen van Barge Master. ‘Amerikaanse windparken staan namelijk geclassificeerd als havens, waardoor alleen Amerikaanse schepen windturbines van de haven naar het park mogen verschepen. Alleen, er bestaan geen grote Amerikaanse jack-up installatieschepen die de windturbines kunnen verschepen en installeren.’

Het Rotterdamse Barge Master roept echter al jaren dat windturbines beter op een andere manier kunnen worden vervoerd dan met grote installatieschepen. Tot nu toe pendelen die constant heen en weer om turbines te laden en vervolgens op zee te installeren. Dat is volgens de Rotterdammers een relatief kostbare operatie. Zij zien meer heil in een aantal pontons dat tussen de haven en het installatieschip pendelt met telkens een windturbine. ‘Hierdoor kunnen de grote installatieschepen doorgaan met het installatiewerk en hoeven niet steeds terug naar de haven. Dat scheelt ook CO2-uitstoot, zeker als het windpark verder uit de kust ligt.’

Illustratie van de Barge Master Feeder. (Foto: Barge Master)

Bewegingscompensatie

Barge Master ontwikkelde hiervoor de Barge Master Feeder. Een 17,5 bij 17,5 meter groot systeem dat op elk ponton kan worden geplaatst. Op de ponton kan dan één turbine per keer mee. Dan gaat het zowel om de rotorbladen als de turbine. De lading wordt vervolgens door het installatieschip van de ponton gehaald. ‘De ponton fungeert als een soort dienblad.’

De turbine staat rechtop, zodat een kraan die gemakkelijk kan oppakken. Het Barge Master-systeem is in staat de roll en pitch die de golven creëren te compenseren, waardoor een stabiel platform ontstaat.

Specialiteit

Bewegingscompensatie is dan ook de specialiteit van het bedrijf, dat in 2008 werd opgericht. Het ontwikkelde onder meer een deiningsgecompenseerde gangway, een kraan met bewegingscompensatie en begon ooit met de Barge Master T700. ‘De T700 werkt hetzelfde als de Feeder, maar is kleiner en kan tot 700 ton tillen. Anders dan bij de Feeder compenseert de T700 ook de verticale bewegingen die ontstaan door golven. Maar dat is voor de Feeder niet nodig gebleken, omdat er nieuwe oplossingen zijn die deze beweging in de kraan kunnen opvangen. Dat scheelt en daardoor is de Feeder in staat veel meer gewicht te dragen. Sterker nog, daar zit niet echt een maximum aan.’

De Barge Master T700. (Foto: Barge Master)

De Feeder sloeg op de Europese markt nog niet aan, maar toen kwam daar de groeiende interesse vanuit de Verenigde Staten. ‘Wij kunnen het probleem van de Jones Act oplossen.’ Het systeem kan namelijk eenvoudig op een Amerikaanse ponton worden geïnstalleerd. Daarmee kunnen de windturbines vanuit een Amerikaanse haven naar een Amerikaans windpark worden gebracht én wordt voldaan aan de Jones Act. ‘Vervolgens kan een buitenlands gevlagd jack-up installatieschip de windturbines installeren.’

62 windturbines

Probleem opgelost, zo dacht ook Deme, dat verantwoordelijk is voor de aanleg van Vineyard Wind 1 windpark voor de kust van Massachusetts. Daar komen 62 windturbines van 13 MW, goed voor een elektriciteitsproductie van 800.000 MW per jaar. Twee bakken met daarop Barge Master Feeder-systemen zullen beide 31 keer heen en weer varen tussen de laadhaven en het windpark, terwijl Deme daar vanaf april volgend jaar de windturbines installeert.

Deme maakt daarvoor ook gebruik van de sterkste deiningscompensator ter wereld van Seaqulize. Deze Heave Chief 1100 is in staat gewichten tot 1100 ton stabiel te houden op zee. ‘De heave-effecten zijn precies de effecten die wij niet compenseren.’

Rendering van de HC1100 deiningscompensator van Seaqualize, op dit moment de zwaarste ter wereld. Het maximale hijsgewicht is 1100 ton, het equivalent van bijna zeven jumbojets. (Illustratie Seaqulize)

Voorbeeldproject

Deme is niet de enige met interesse in het systeem, vertelt Jansen. ‘We zitten met diverse partijen om de tafel die eveneens voor de kust van de Verenigde Staten een windpark gaan bouwen.’

Maar, zo verwacht Jansen, de ogen van de grote offshore wind-partijen zullen nu gefocust zijn op de bouw van Vineyard Wind 1. ‘Wanneer wij daar laten zien hoe functioneel ons systeem is, dan hopen wij daarna ook op inzet bij de aanleg van Europese windparken.’

Beperkte laadruimte

Daar is de Jones Act uiteraard niet van toepassing, ‘maar naast de eerder genoemde voordelen is er nog een ander heel belangrijk voordeel. Windturbines worden alsmaar groter én dus moeten de installatieschepen ook groter worden. Er moet immers ruimte zijn aan boord voor meerdere, grote windturbines. Wanneer die windturbines op pontons worden aangeleverd is er aan boord van de installatieschepen minder laadruimte nodig, enkel een goede kraan, dat scheelt enorm.’

Het Energietransitiefonds Rotterdam (ETFR) gelooft wel in de oplossing van Barge Master en investeerde er 7,5 miljoen euro in. ‘Daarmee wordt een deel van de bouw van twee nieuwe Feeder-systemen bekostigd. De staalbouw daarvan wordt gedaan door Rometal in Rotterdam. De Hydrauliek komt van Van Halteren Technologies in Boxtel. Ons zusterbedrijf, TWD, doet de engineering.’

Dit verhaal verscheen eerder in Schuttevaer.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement