Bruyninckx (foto) nam in Varna deel aan een debat rond ‘Havenontwikkeling door samenwerking’, m.a.w. over samenwerking tussen havenbesturen om zo tot nieuwe synergieën te komen. Hij benadrukte zowel op regionaal als internationaal vlak, steeds meer samen te werken met andere havenbesturen en citeerde Rotterdam als een ‘case in point’.

“Het is duidelijk dat wij concurrenten blijven, maar dat verhindert samenwerking niet als die gebaseerd is op duidelijk omlijnde business cases. Het gaat dan om gezamenlijke projecten zoals de aanleg van pijpleidingen tussen de industriële clusters van Antwerpen en Rotterdam”, aldus Bruyninckx.

Op de vraag wat het Havenbedrijf van de overheid verwacht zei Bruyninckx: “In de eerste plaats een erkenning van het feit dat het succes van onze havens gebaseerd is op de lokale autonomie van hun bestuur. Dat moet een incentive zijn om dit zo te behouden. Samenwerking met binnen- of buitenlandse havens moet een beslissing blijven van het havenbestuur en mag niet van bovenaf opgelegd worden.”

In het debat zat Stefano Ronaldo van de haven van Venetië – die binnen NAPA samenwerkt met de havens van Triëste, Rijeka en Koper – helemaal op dezelfde lijn als Bruyninckx. Voor Hervé Martel, ceo van Le Havre – dat samenwerkt met Rouen en Parijs binnen Haropa – en voor Ramon Boldova van de haven van Valencia, was samenwerking tussen concurrenten minder vanzelfsprekend.

Meer over de ESPO-conferentie in Varna leest u in de krant van 11 juni.