Vorige week werd er in de schoot van het TRAN-comité van het Europees Parlement gediscussieerd over een aantal technische aspecten van het Vierde Spoorpakket. Onder meer de directieven over interoperabiliteit en veiligheid en de reglementering over een sterkere European Railway Agency (ERA) kwamen op tafel van de TRAN. Ook aspecten die te maken hebben met de rol van de overheid en de zogenaamde PSO (public service obligations) werden door de leden van het Europees Parlement, zetelend in de TRAN, behandeld.

In het bijzonder baren de opgelegde verplichtingen in het kader van de publieke dienstverlening zoals die nu in het Voorstel van Vierde Spoorpakket zijn opgenomen, heel wat parlementsleden zorgen. In een persmededeling schaart de CER (Community of European Railway and Infrastructure Companies) zich achter deze verzuchting. “Het is absoluut essentieel dat er nieuwe investeringen naar het spoor komen. Dit kan alleen maar als ondernemers de nodige incentives krijgen. Er moet dus gestreefd worden naar een goede balans tussen een open toegang tot het spoor en de verplichtingen die worden opgelegd in het kader van de publieke dienstverlening (PSO),” aldus topman Libor Lochman van de CER.

“Attractieve PSO contracten in termen van volume, duurtijd en omvang kunnen een essentiële bijdrage leveren aan het aantrekkelijk maken van investeringen in het spoor,” aldus nog Lochman, die zich ook aansluit bij de vele verzuchtingen om de toegang tot het spoor te verzekeren op “een niet-discriminerende manier voor alle marktspelers.” Om deze laatste doelstelling te realiseren herhaalt de CER zijn voorstel “om de macht van de nationale regulatoren te versterken. Zij én hun netwerk moeten de centrale actoren zijn in de ééngemaakte European Railway Area”, zo besluit Lochman.