Goed, de Britten willen dus in overgrote meerderheid dat hun land met een fatsoenlijk scheidingsakkoord ‘goodbye’ zegt tegen de Europese Unie. Het Lagerhuis stemde vorige week tegen een no deal. Er was ook een kleine meerderheid van ‘commons’ voor een uitstel van de Brexit, tot bijvoorbeeld begin juli, of misschien ook wel langer. Maar niets is nog beslist.

Deze week wilde premier Theresa May voor de derde keer het alternatief voor no deal, haar concept-akkoord met de Unie, bij het Lagerhuis in stemming brengen. Daar stak kamervoorzitter – ‘Mister Speaker’- John Bercow echter een stokje voor. En uitstel? Daar gaan de overige 27 EU-leden over, en elk van die landen kan een veto uitspreken.

Tussenstand

We brengen in deze krant, op de valreep van de fatale datum van 29 maart, maar weer eens een tussenstand. Die luidt: Londen-Brussel 0-0. Een verlenging is onzeker, misschien wil de Unie van een blessuretijd niets weten. In dat geval sukkelt het Verenigd Koninkrijk, om met Mark Rutte te spreken, ‘slaapwandelend’ naar het randje van de white cliffs of Dover. Het leek er begin deze week wel op dat May nu iets meer stemmen voor haar voorstellen mocht verwachten, zowel in de eigen partij als bij de DUP, de Noord-Ierse coalitiepartner van de Conservatieven.

Voor dat laatste moest Londen wel met de geldbuidel rammelen. De DUP verlangt een miljardenbedrag aan gerichte steun voor Noord-Ierse infrastructurele en andere maatschappelijke projecten. Om ‘commoners’ van de oppositionele Labour Party over de streep te halen, heeft May al met vele miljoenen gestrooid voor de kiesdistricten die worden vertegenwoordigd door, tot dusver, geharde Brexit-voorstanders.

In de eigen Tory-partij zijn de meningen nog steeds zwaar verdeeld. Sommige Brexiteers schijnen nu gevoelig te zijn voor het argument dat herhaalde afwijzing van May’s voorstellen een langdurig uitstel van de Brexit dreigt, of zelfs afstel. Maar een stemming over dit plan, in zijn huidige vorm, is dus door speaker Bercow tegengehouden.

Verdeeld

Terwijl de Europese Unie tot dusver één lijn heeft getrokken, is het Verenigd Koninkrijk nog altijd tot op op het bot verdeeld. Schotland wil niets weten van de uittreding, de Noord-Ieren zijn fel tegen de harde grens die de scheiding tussen Noord-Ierland en de Ierse republiek zou meebrengen, Wales kijkt met jaloerse ogen naar de financiële toezeggingen die May bereid is aan de DUP te doen.

De scheidslijnen doorklieven beide grote partijen in het Lagerhuis, de Tories en Labour. Deze partijen verliezen Lagerhuisleden aan een nieuwe partij, The Independent Group, die tegen een radicale uittreding is en genoeg heeft van de gevestigde partijcultuur.

Het is opmerkelijk dat het parlementaire systeem van fractiedwang in het Britse parlement kennelijk niet meer werkt, althans niet in deze kwestie. De ‘chief whips’, de aloude fractiebazen die leden achter een gezamenlijk standpunt van de partij wisten te dwingen, zijn, waar het de Brexit betreft, hun zweep kwijt.

De paarden laten zich niet meer mennen, maar verlaten één voor één het span. Daarmee komt het Verenigd Koninkrijk in een unieke situatie, voor de eigen begrippen van parlementaire democratie wel te verstaan. Waar in de meeste Europese lidstaten regeringscoalities van partijen vrij normaal zijn, hebben de Britten daarmee geen enkele ervaring.

Verantwoorden

Waar continentaal Europa zich nu op voorbereidt, is daardoor niet zozeer een Brexit als zodanig, maar de totale onzekerheid die de chaotische besluitvorming erover in de Britse volksvertegenwoordiging veroorzaakt. De enige zekerheid op dit ogenblik is dat het bedrijfsleven en de overheden op het continent (douane, verkeersdiensten) zich tegen het zwartste scenario van een abrupt vertrek per 29 maart naar vermogen hebben ingedekt.

Duidelijk is ook dat May eind deze week zich opnieuw in Brussel mag verantwoorden over de vraag waarom de Britten nu nog steeds geen behoorlijk besluit hebben genomen. Het moet trouwens nog maar blijken of alle 27 overige lidstaten zomaar toestemmen in een uitstel, voor korte tijd of voor langere duur.

De laatste twee jaar hebben al een negatieve uitwerking gehad op de Nederlandse export naar de overkant van de Noordzee. Nederland is vorig jaar elf miljard euro aan exportgroei naar de Britse eilanden misgelopen door de waardevermindering van het Britse pond en verminderd consumentenvertrouwen in dat land.

Dat de Britse economie schade lijdt, door de Brexit of door de aanhoudende onzekerheid, is ook duidelijk. De groeicijfers in het VK zijn de afgelopen jaren sneller naar beneden gegaan dan die in de meeste andere Europese landen. Verscheidene banken, autofabrikanten en hightechproducenten hebben tot terugtrekking van delen van hun bedrijvigheid besloten of zulke maatregelen aangekondigd.