Een werkgever moet die maatregelen treffen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat een werknemer schade lijdt tijdens het werk. Schiet een werkgever hierin te kort, dan is hij aansprakelijk voor de schade die de werknemer lijdt. De instructie aan een chauffeur om niet te lossen doet niet af aan deze zorgplicht, stelt de Hoge Raad in een recent arrest.

De zaak draaide om een werknemer die sinds 2007 als uitzendkracht in dienst is van BTS. Hij is uitgezonden naar X en dient voor X tuinmachines te transporteren naar Spanje. In Spanje is hij bij het lossen van de tuinmachines in de aanhanger van de vrachtwagen gaan staan, waarbij hij met een teen onder een van de lepels van de bij het lossen gebruikte heftruck klem kwam te zitten. Hierdoor is werknemer de top van de grote teen van zijn linkervoet verloren en heeft hij een kneuzing van zijn rechterhand opgelopen. X en BTS waren op grond van de cao voor het beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen verplicht een ongevallenverzekering voor werknemer af te sluiten. X had een ongevallenverzekering afgesloten, die voor dit voorval echter geen dekking bood. Werknemer stelt BTS en X aansprakelijk voor de door hem geleden schade.

De kantonrechter en vervolgens ook het hof hebben de vorderingen van werknemer afgewezen, stellende dat geen sprake is geweest van een schending van de zorgplicht van X en BTS. Zowel BTS als X heeft werknemer immers de uitdrukkelijke instructie gegeven niet te lossen.

Werknemer liet het daar niet bij zitten en ging naar de Hoge Raad. Hij vindt onder meer dat ten onrechte voorbij is gegaan aan zijn stellingen dat er complicaties waren waardoor hij genoodzaakt was mee te helpen en dat hem geen veiligheidsschoenen ter beschikking waren gesteld. De Hoge Raad oordeelt dat de omstandigheid dat werknemer was geïnstrueerd om de lading niet zelf te lossen, niet afdoet aan de zorgplicht van BTS en X om geëigende veiligheidsmaatregelen te treffen.

Indien de aanleiding tot het voorval is geweest dat werknemer het zeildoek van de vrachtwagen ging losmaken omdat het dreigde te worden beschadigd, zoals hij als getuige heeft verklaard, behoefde voor hem niet duidelijk te zijn of dit als ‘lossen’ moest worden aangemerkt. Bovendien dienden BTS en X ermee rekening te houden dat werknemers wel eens nalaten bepaalde voorzichtigheid in acht te nemen. Ook hadden (de blijkbaar niet verstrekte) veiligheidsschoenen aan werknemer kunnen bijdragen aan voorkoming of beperking van het letsel. De instructie om niet zelf te lossen en ook niet daarbij te helpen, is dus niet afdoende.

Ook het feit dat X en BTS hebben nagelaten om een (deugdelijke) ongevallenverzekering af te sluiten, dient te worden aangemerkt als een zelfstandig verwijt, naast het verwijt dat zij de zorgplicht niet zijn nagekomen.

De Hoge Raad verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement