Dit wordt ook wel het hefboomeffect genoemd. Hierdoor groeit de onderneming in termen van omzet en winst. Met de extra winst kun je dan de schulden aflossen, zodat je later, als je weer schuldenvrij bent, van een hogere winst kunt genieten.

Waarom lenen landen dan? Het principe is min of meer hetzelfde. Met lenen probeer je te bereiken dat het BNP van het land omhoog gaat. Met het geleende geld investeer je in projecten die het land sterker maken, zoals onderwijs en infrastructuur. Doordat je in deze activiteiten hebt geïnvesteerd gaat het BNP omhoog, waardoor de belastinginkomsten stijgen. Hierdoor ben je in staat de opgebouwde schuld op termijn weer terug te betalen.

Bedrijven die niet volgens dit principe werken, kunnen op termijn failliet gaan. Dit komt bijvoorbeeld doordat een bank geen vertrouwen meer heeft in de onderneming en deze niet verder wenst te financieren. Als reden kan gelden dat het beoogde rendement niet is behaald. Hierdoor kunnen de rentekosten en de daarbij behorende aflossingen te zwaar op de begroting drukken. De laatste tijd hebben we hier helaas veel voorbeelden van gezien.

Met de financiering van landen gaat het geheel anders, als ik iedereen moet geloven. Economen hebben als het over de financiering van bedrijven gaat nog wel dezelfde mening. Maar als het onderwerp verschuift naar de financiering van landen, dan hebben we bijna net zo veel meningen als economen. Die lopen simpel gesteld uiteen van ‘begrotingstekort laten toenemen’ tot pleidooien voor geen begrotingstekort. Enige nuanceringen zijn hierin zeker te maken. Landen kunnen bijvoorbeeld hun begrotingstekort laten toenemen door te investeren in die zaken waar ook toekomstige inkomsten tegenover staan. Dit is ook hoe bedrijven investeren. Je investeert in die zaken die toekomstige kasstromen genereren.

Wat wij echter in Europa en dan voornamelijk in de zuidelijke landen zien, is dat men leent om de politieke agenda’s te kunnen financieren. Dit heeft de laatste veertig tot vijftig jaar plaatsgevonden en heeft geleid tot zeer buitensporige tekorten zoals van Griekenland (175% van het BNP) en Italië (132 % van het BNP). Probleem hierbij is dat, zoals gezegd, de tekorten niet zijn ontstaan door investeringen in projecten die toekomstige kasstromen genereren, maar door allerlei andere uitgaven. Extra problematisch is dat deze uitgaven gefinancierd zijn door derde partijen, en niet zoals bij Japan door de eigen spaarquote.
Het is dan ook terecht dat de huidige regering in Griekenland weigert deze weg te vervolgen. Het is de weg van een op nog meer schulden gebaseerde economie. Een junk geef je ook geen heroïne met daarbij de boodschap dat hij hierdoor kan afkicken. Dus stoppen met meer lenen, de schulden (grotendeels) kwijtschelden en Griekenland buiten de EU zijn economie op orde laten brengen. Pas als de economie op orde is en die zich weer kan meten met de rest van Europa heeft Griekenland een kans.

En wat betreft die 17 miljard euro die wij als Nederland aan Griekenland geleend hebben? Hebben wij ook de Marshallhulp aan de VS terugbetaald?

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement