Bewapend met een Playstation-controller reken ik af met tempeliers, arresteer ik the Joker en ben ik onverslaanbaar met Street Fighter. Dat laatste is natuurlijk niet waar, maar en plein public toegeven dat ik verlies van mijn neefje van 16 voelt toch wat ongemakkelijk.

Degenen met dezelfde hobby hebben waarschijnlijk met dezelfde belangstelling de vele uitspraken gevolgd in de Sony Playstation-zaak, die na vijftien jaar eindelijk is afgelopen. In 2000 en 2001 heeft Sony een aantal Playstations in het vrije verkeer gebracht als automatisch gegevensverwerkende machine (dus 0%). Onlangs is bepaald dat het een spelcomputer is met een eigen functie en dus hoger belast. De Playstation-procedure is een bron geweest van vele rechtsregels in het douanerecht, dus uitermate nuttig. De enige die daar vermoedelijk anders over denkt, is Sony zelf.

De procedure ging namelijk over de Playstation 2, een apparaat waar vrijwel niemand meer op speelt. De huidige generatie spelcomputers is zo doorontwikkeld dat het maar de vraag is of de uitleg van het Hof nog wel voorziet in een oplossing voor de hagelwitte machine in mijn woonkamer. Ik vraag me af of Sony überhaupt was gaan procederen als het had geweten dat pas na vijftien jaar het eindoordeel zou zijn geveld. Geen enkele importeur zit te wachten op zo lang procederen.

Juridische procedures kenmerken zich helaas als tijdrovend en kostbaar. Wellicht nog sprekender is de zaak ‘De Haan’, waarin De Haan als aangever voor douanevervoer onbewust betrokken is geraakt in fraude. De Haan wist niets van de fraude, maar was wel schuldenaar. In het belang van het onderzoek waarschuwde de Douane De Haan niet over de fraude, met als gevolg dat De Haan doorging met het doen van aangiften en dus steeds meer risico liep. Na afronding van het onderzoek kreeg De Haan de rekening gepresenteerd. De Haan verweerde zich met het argument dat het te goeder trouw was. Sterker nog, als de Douane het bedrijf had gewaarschuwd, kon het de fraude een halt toeroepen. Iedereen voelde aan dat het niet klopte om de rekening bij De Haan neer te leggen, maar de Douane was onverbiddelijk. Na jarenlang procederen oordeelde het Hof dat de Douane niet hoefde te waarschuwen, maar dat De Haan kwijtschelding verdiende door de bijzondere omstandigheden waarin het verkeerde.

Goed nieuws? Helaas niet, De Haan was inmiddels failliet gegaan: operatie geslaagd, patiënt overleden. De vraag die mij bezighoudt is of de Douane niet zelf tot deze conclusie had kunnen komen en dit noodlot had kunnen voorkomen. Was het zo onduidelijk of was het meer een principekwestie die werd uitgevochten over de rug van De Haan?

Als liefhebber kan ik ontzettend genieten van lange betogen en onverwachte plotwendingen, maar ik weet dat mijn cliënten daar anders over denken. Gelukkig weet de Douane dat ook en kunnen we in onderling overleg veel discussies op voorhand oplossen. Maar nog regelmatig zie ik uitspraken die allang niet meer over de inhoud gaan. Dat voelt toch onrechtvaardig, net als bij De Haan, net als bij Sony, net als afgelopen weekend tegen mijn neefje van 16…

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement