Wat was er aan de hand?
Het betrof een procedure van drie internationale chauffeurs tegen een transportbedrijf. Het transportbedrijf maakt bij zijn werkzaamheden gebruik van gelieerde vennootschappen in Polen en Moldavië. Voor wat betreft de vennootschap in Polen geldt dat het transportbedrijf 90% van de aandelen bezit. Vanuit de ondernemingen in Polen en Moldavië worden buitenlandse chauffeurs ingezet om voor het transportbedrijf ritten uit te voeren tussen Nederland en Scandinavië. De buitenlandse chauffeurs ontvangen daarvoor een loon dat acht keer lager ligt dan het basisloon volgens de cao. Nadat de drie Nederlandse chauffeurs hier melding van hebben gemaakt, heeft het transportbedrijf besloten deze werknemers geen overuren meer te geven. FNV is namens deze werknemers een procedure gestart tegen het transportbedrijf en heeft het volgende gevorderd:
– correcte urenstaten en bijbehorende salarisstroken;
– een schadevergoeding van 7.500 euro in verband met het niet naleven van de cao;
– een gelijk loon voor de buitenlandse chauffeurs;
– uitbetaling van een maandelijkse overwerkvergoeding.

De kantonrechter wijst de eerste vordering van FNV toe en veroordeelt het transportbedrijf tevens tot betaling van een schadevergoeding aan FNV van 5.000 euro omdat het in strijd met de cao niet de juiste urenverantwoordingsstaten heeft overgelegd. De kantonrechter is voorts van oordeel dat de buitenlandse vennootschappen als ‘verlengstuk’ van het transportbedrijf gelden en dat om die reden betaling conform de cao moet plaatsvinden. Bij dit oordeel hebben de volgende omstandigheden meegewogen:
– het transportbedrijf is 90% aandeelhouder van de vennootschap in Polen en heeft daar ook zeggenschap;
– de buitenlandse vennootschappen worden vanuit Nederland aangestuurd;
– uit de websites van het Poolse en Moldavische bedrijf blijkt dat er een directe link is met het transportbedrijf;
– uit een verklaring van een Poolse werknemer blijkt dat de planning uit Nederland kwam, de werkzaamheden begonnen en eindigden in Nederland en de Poolse chauffeur is nooit bij het Poolse bedrijf geweest.

De kantonrechter was onverbiddelijk en veroordeelde het transportbedrijf ook nog tot betaling van een maandelijkse overwerkvergoeding aan de Nederlandse chauffeurs (terwijl ze geen overwerk verrichten).

Uit deze uitspraak blijkt maar weer dat een transportbedrijf niet zomaar wegkomt met onderbetaling van buitenlandse chauffeurs. Deze werkgever had duidelijk alle schijn tegen, met een enorme loon-/schadeclaim tot gevolg.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement