Hoe de haven miljoenen pensioengeld misliep

Boek

Vakbonden en werkgevers in de Rotterdamse haven hebben in het verleden grote fouten gemaakt bij het beheer van een pensioenfonds. De havenwerkers liepen daardoor honderden miljoenen mis.

Dat blijkt uit het boek Pensioenmiljoenen dat woensdag verschijnt en tijdens de NT Dagen gepresenteerd wordt.

Havenarbeiders maken expositie ‘Late Rembrandt’ mogelijk. Het zou een krantenkop zijn die de lezer zou verbazen. Toch is de stelling te verdedigen: havenwerkers en hun bazen hebben het financieel mede mogelijk gemaakt dat het Rijksmuseum in Amsterdam deze succesvolle tentoonstelling organiseerde. Een van de geldschieters is stichting Ammodo. Wat werknemers en werkgevers in de haven met Ammodo te maken hebben? Nu niets meer, tot hun spijt, maar in het verleden des te meer. Ammodo komt voort uit de stichting Optas, die vroeger de pensioenen in de Nederlandse zeehavens beheerde.

Over dat havenpensioen eerst het volgende. Tot in het begin van de twintigste eeuw moest de gemiddelde havenwerker doorwerken totdat hij er ­– cru gezegd – dood bij neerviel. Vaak niet in een vaste baan, want bootwerkers waren in de meeste gevallen oproepkrachten, die steeds maar moesten afwachten of er werk voor ze was. Als ze niet meer konden werken, verdienden ze ook niets meer, en waren ze op hun oude dag aangewezen op armenzorg, de kerk, of hun kinderen. Pas in de jaren twintig waren er enkele havenbedrijven die een pensioenregeling voor hun werknemers optuigden. Maar het zou tot na de Tweede Wereldoorlog duren voordat er door werkgevers en werknemers een havenbreed pensioenfonds zou worden opgericht. De ondernemer Jan Backx was de grote initiator van wat zou worden het Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven (PVH). Vanaf 1948 werd het fonds gevuld, door 6 cent in te houden op het bruto uurloon van de aangesloten havenarbeider. Naarmate de lonen stegen en ook het aantal havenarbeiders toenam – tot een piek van meer dan 13.000 in de jaren zeventig – werd die pot met pensioengeld natuurlijk steeds beter gevuld. En omdat al dat geld ook nog eens verstandig werd belegd, werd PVH een heel rijk pensioenfonds.

Eerste containers
Maar er doemden ook problemen op. Die problemen hebben te maken met de opkomst van de container. Containers zijn nu alomtegenwoordig in de haven, maar ze zijn nog geen vijftig jaar geleden in de commerciële scheepvaart geïntroduceerd. Ze zijn heel efficiënt over te slaan; daarvoor zijn minder mensen nodig dan voor het traditionele stukgoed. Ze verlagen de kosten van de wereldhandel en zijn zo succesvol, dat er steeds meer goederen in verdwijnen. Het gevolg is dat er in de jaren zeventig en tachtig een overschot aan personeel ontstaat; er is te weinig werk voor te veel mensen. Natuurlijk groeit de containerbehandelaar ECT in Rotterdam als kool, die neemt honderden mensen aan. Maar nog veel meer banen verdwijnen bij de traditionele bedrijven als Muller Thomsen, Quick Dispatch, Furness, Swarttouw; nu namen uit de oude doos.

Zoals altijd in de Nederlandse polder gaan vakbonden en werkgevers overleggen wat ze aan het probleem kunnen doen. De vakbonden, die van oudsher nogal sterk zijn in de haven, hebben een duidelijke streep getrokken: geen man gedwongen de poort uit. De werkgevers hebben geen zin in stakingen of andere arbeidsonrust, want dat kan klandizie kosten. Dus worden ze het er snel over eens dat het goed zou zijn om oudere werknemers vervroegd te laten afvloeien. Alleen: wie gaat dat betalen?

Diezelfde werkgevers en werknemers die onderhandelen over de ouderenregelingen, maken ook de dienst uit in het bestuur van het pensioenfonds. Dus de vraag: wie gaat dat betalen, is snel beantwoord. Het rijke PVH. Uitgesmeerd over een aantal jaren, tot 1998, wordt er in totaal 1 miljard gulden uit de pot met pensioengeld gehaald om havenwerkers vervroegd met pensioen te sturen. Soms al met 55 jaar.

Het fonds kan het lijden, want er blijft genoeg over om aan de lopende pensioenverplichtingen te voldoen. Maar er zijn natuurlijk grenzen, en als de werkgevers en de vakbonden denken na nog één grote greep uit de pot en met een allerlaatste regeling het werkgelegenheidsprobleem onder de knie te hebben, besluiten ze het pensioenfonds PVH ‘op afstand’ te zetten. Geheel passend in de tijdgeest van liberalisering, waarin overheid en sociale partners stapjes terugdoen ten gunste van ‘de markt’. En wat dat in de praktijk betekent? Het fonds PVH wordt omgezet in een commercieel verzekeringsbedrijf Optas, gerund door een stichting Optas die de aandelen bezit, en met een onafhankelijk bestuur. In die pot met geld zit dan inmiddels voor omgerekend 498 miljoen euro aan vrije reserves. Dat is nog steeds voor havenpensioenen, want zo is dat vastgelegd in de statuten. Maar werkgevers en werknemers kunnen er niet meer bij.

En dat ze er niet meer bij kunnen, blijkt als die allerlaatste regeling toch niet zo goed blijkt uit te pakken. Er ontstaat opnieuw onrust in de havens. Omdat er geld nodig is om de pensioenen te repareren, doen de werkgevers en werknemers toch maar weer een beroep op het pensioengeld. Maar dat onafhankelijke bestuur, dat onder leiding staat van de bekende Elsevier-topman Pierre Vinken, dat bestuur slaat keihard de deur voor hun neus dicht. Ze zijn niet bereid om opnieuw bij te dragen. En dan begint er in de haven toch iets van argwaan te ontstaan, en die argwaan slaat om in verbijstering als dat onafhankelijke stichtingsbestuur het commerciële verzekeringsbedrijf verkoopt aan verzekeraar Aegon. Het is dan 2007 en de pot geld – inmiddels van 498 miljoen naar 768 miljoen euro – verhuist naar Aegon en is nog steeds louter en alleen bedoeld voor havenpensioenen. Niets aan de hand, ware het niet dat Aegon aan de stichting Optas voor de overname van de aandelen 1,5 miljard euro betaalt. En aan die opbrengst zit geen statutaire beperking: daar kunnen de ontvangers leuke dingen mee doen. En dat doen ze dan ook, die bestuursleden van de stichting. Daarvoor roepen ze een aparte stichting in het leven: Ammodo.

Rechtszaken
Het mag duidelijk zijn dat de werkgevers en de werknemers in de haven deze gang van zaken aanvechten. Er zijn meer dan tien rechtszaken gevoerd, maar ze zijn allemaal verloren. Juridisch is het allemaal waterdicht geregeld. Die 1,5 miljard euro, de opbrengst van de aandelen, lijkt voorgoed voor de haven verloren te zijn gegaan.

Is dit dan het einde van het verhaal? Nee, want naast een juridische werkelijkheid bestaat er ook nog zoiets als een maatschappelijk krachtenveld. Niet alles wat volgens de letter van de wet mag, wordt in het maatschappelijk verkeer geaccepteerd. Dat is hier ook het geval: ‘De haven’ gaat actie voeren, werkgevers en werknemers samen, maar de vakbonden voorop, en dat gaat er niet altijd zachtzinnig aan toe. Daar komt bij dat de haven ook gehoor vindt bij de politiek en bij de pers. De Tweede Kamer bemoeit zich ermee, de minister van Sociale Zaken probeert in te grijpen, wat niet lukt omdat het nu eenmaal juridisch is dichtgetimmerd. Maar toch, door al deze publicitaire druk gaat Ammodo uiteindelijk door de knieën en geeft het 500 miljoen euro van de 1,5 miljard terug aan de haven. Het is dan 2010.

Vervolgens richt de haven de pijlen op Aegon, omdat ook Aegon weigert om dat vrije vermogen in te zetten voor de havenpensioenen. En na jarenlange acties tegen Aegon – zelfs internationale acties – is ook die firma bereid 188 miljoen aan verbetering van de havenpensioen te doneren. Dat is nu een dik jaar geleden. 688 miljoen is er dan teruggehaald, en dat is minder dan het vermogen groot was toen de deal met Aegon werd gesloten – die 768 miljoen – maar komt er dicht in de buurt.

Geschrapt
Ten slotte: het boek over de strijd om het havenpensioengeld dat deze week verschijnt, is er met enige vertraging gekomen. Ammodo besteedt zijn geld niet alleen aan mooie tentoonstellingen, maar ook aan advocaten om zijn naam zuiver te houden. Het liefst had het de naam helemaal niet in het boek teruggezien. Dat is niet gelukt, maar onder dreiging van juridische stappen is een aantal passages geschrapt. De volgende zin is er een van: ‘Ammodo is een Italiaans woord en betekent respectabel, deugdelijk, fatsoenlijk of achtenswaardig.’

Hoe de haven miljoenen pensioengeld misliep | NT

Hoe de haven miljoenen pensioengeld misliep

Boek

Vakbonden en werkgevers in de Rotterdamse haven hebben in het verleden grote fouten gemaakt bij het beheer van een pensioenfonds. De havenwerkers liepen daardoor honderden miljoenen mis.

Dat blijkt uit het boek Pensioenmiljoenen dat woensdag verschijnt en tijdens de NT Dagen gepresenteerd wordt.

Havenarbeiders maken expositie ‘Late Rembrandt’ mogelijk. Het zou een krantenkop zijn die de lezer zou verbazen. Toch is de stelling te verdedigen: havenwerkers en hun bazen hebben het financieel mede mogelijk gemaakt dat het Rijksmuseum in Amsterdam deze succesvolle tentoonstelling organiseerde. Een van de geldschieters is stichting Ammodo. Wat werknemers en werkgevers in de haven met Ammodo te maken hebben? Nu niets meer, tot hun spijt, maar in het verleden des te meer. Ammodo komt voort uit de stichting Optas, die vroeger de pensioenen in de Nederlandse zeehavens beheerde.

Over dat havenpensioen eerst het volgende. Tot in het begin van de twintigste eeuw moest de gemiddelde havenwerker doorwerken totdat hij er ­– cru gezegd – dood bij neerviel. Vaak niet in een vaste baan, want bootwerkers waren in de meeste gevallen oproepkrachten, die steeds maar moesten afwachten of er werk voor ze was. Als ze niet meer konden werken, verdienden ze ook niets meer, en waren ze op hun oude dag aangewezen op armenzorg, de kerk, of hun kinderen. Pas in de jaren twintig waren er enkele havenbedrijven die een pensioenregeling voor hun werknemers optuigden. Maar het zou tot na de Tweede Wereldoorlog duren voordat er door werkgevers en werknemers een havenbreed pensioenfonds zou worden opgericht. De ondernemer Jan Backx was de grote initiator van wat zou worden het Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven (PVH). Vanaf 1948 werd het fonds gevuld, door 6 cent in te houden op het bruto uurloon van de aangesloten havenarbeider. Naarmate de lonen stegen en ook het aantal havenarbeiders toenam – tot een piek van meer dan 13.000 in de jaren zeventig – werd die pot met pensioengeld natuurlijk steeds beter gevuld. En omdat al dat geld ook nog eens verstandig werd belegd, werd PVH een heel rijk pensioenfonds.

Eerste containers
Maar er doemden ook problemen op. Die problemen hebben te maken met de opkomst van de container. Containers zijn nu alomtegenwoordig in de haven, maar ze zijn nog geen vijftig jaar geleden in de commerciële scheepvaart geïntroduceerd. Ze zijn heel efficiënt over te slaan; daarvoor zijn minder mensen nodig dan voor het traditionele stukgoed. Ze verlagen de kosten van de wereldhandel en zijn zo succesvol, dat er steeds meer goederen in verdwijnen. Het gevolg is dat er in de jaren zeventig en tachtig een overschot aan personeel ontstaat; er is te weinig werk voor te veel mensen. Natuurlijk groeit de containerbehandelaar ECT in Rotterdam als kool, die neemt honderden mensen aan. Maar nog veel meer banen verdwijnen bij de traditionele bedrijven als Muller Thomsen, Quick Dispatch, Furness, Swarttouw; nu namen uit de oude doos.

Zoals altijd in de Nederlandse polder gaan vakbonden en werkgevers overleggen wat ze aan het probleem kunnen doen. De vakbonden, die van oudsher nogal sterk zijn in de haven, hebben een duidelijke streep getrokken: geen man gedwongen de poort uit. De werkgevers hebben geen zin in stakingen of andere arbeidsonrust, want dat kan klandizie kosten. Dus worden ze het er snel over eens dat het goed zou zijn om oudere werknemers vervroegd te laten afvloeien. Alleen: wie gaat dat betalen?

Diezelfde werkgevers en werknemers die onderhandelen over de ouderenregelingen, maken ook de dienst uit in het bestuur van het pensioenfonds. Dus de vraag: wie gaat dat betalen, is snel beantwoord. Het rijke PVH. Uitgesmeerd over een aantal jaren, tot 1998, wordt er in totaal 1 miljard gulden uit de pot met pensioengeld gehaald om havenwerkers vervroegd met pensioen te sturen. Soms al met 55 jaar.

Het fonds kan het lijden, want er blijft genoeg over om aan de lopende pensioenverplichtingen te voldoen. Maar er zijn natuurlijk grenzen, en als de werkgevers en de vakbonden denken na nog één grote greep uit de pot en met een allerlaatste regeling het werkgelegenheidsprobleem onder de knie te hebben, besluiten ze het pensioenfonds PVH ‘op afstand’ te zetten. Geheel passend in de tijdgeest van liberalisering, waarin overheid en sociale partners stapjes terugdoen ten gunste van ‘de markt’. En wat dat in de praktijk betekent? Het fonds PVH wordt omgezet in een commercieel verzekeringsbedrijf Optas, gerund door een stichting Optas die de aandelen bezit, en met een onafhankelijk bestuur. In die pot met geld zit dan inmiddels voor omgerekend 498 miljoen euro aan vrije reserves. Dat is nog steeds voor havenpensioenen, want zo is dat vastgelegd in de statuten. Maar werkgevers en werknemers kunnen er niet meer bij.

En dat ze er niet meer bij kunnen, blijkt als die allerlaatste regeling toch niet zo goed blijkt uit te pakken. Er ontstaat opnieuw onrust in de havens. Omdat er geld nodig is om de pensioenen te repareren, doen de werkgevers en werknemers toch maar weer een beroep op het pensioengeld. Maar dat onafhankelijke bestuur, dat onder leiding staat van de bekende Elsevier-topman Pierre Vinken, dat bestuur slaat keihard de deur voor hun neus dicht. Ze zijn niet bereid om opnieuw bij te dragen. En dan begint er in de haven toch iets van argwaan te ontstaan, en die argwaan slaat om in verbijstering als dat onafhankelijke stichtingsbestuur het commerciële verzekeringsbedrijf verkoopt aan verzekeraar Aegon. Het is dan 2007 en de pot geld – inmiddels van 498 miljoen naar 768 miljoen euro – verhuist naar Aegon en is nog steeds louter en alleen bedoeld voor havenpensioenen. Niets aan de hand, ware het niet dat Aegon aan de stichting Optas voor de overname van de aandelen 1,5 miljard euro betaalt. En aan die opbrengst zit geen statutaire beperking: daar kunnen de ontvangers leuke dingen mee doen. En dat doen ze dan ook, die bestuursleden van de stichting. Daarvoor roepen ze een aparte stichting in het leven: Ammodo.

Rechtszaken
Het mag duidelijk zijn dat de werkgevers en de werknemers in de haven deze gang van zaken aanvechten. Er zijn meer dan tien rechtszaken gevoerd, maar ze zijn allemaal verloren. Juridisch is het allemaal waterdicht geregeld. Die 1,5 miljard euro, de opbrengst van de aandelen, lijkt voorgoed voor de haven verloren te zijn gegaan.

Is dit dan het einde van het verhaal? Nee, want naast een juridische werkelijkheid bestaat er ook nog zoiets als een maatschappelijk krachtenveld. Niet alles wat volgens de letter van de wet mag, wordt in het maatschappelijk verkeer geaccepteerd. Dat is hier ook het geval: ‘De haven’ gaat actie voeren, werkgevers en werknemers samen, maar de vakbonden voorop, en dat gaat er niet altijd zachtzinnig aan toe. Daar komt bij dat de haven ook gehoor vindt bij de politiek en bij de pers. De Tweede Kamer bemoeit zich ermee, de minister van Sociale Zaken probeert in te grijpen, wat niet lukt omdat het nu eenmaal juridisch is dichtgetimmerd. Maar toch, door al deze publicitaire druk gaat Ammodo uiteindelijk door de knieën en geeft het 500 miljoen euro van de 1,5 miljard terug aan de haven. Het is dan 2010.

Vervolgens richt de haven de pijlen op Aegon, omdat ook Aegon weigert om dat vrije vermogen in te zetten voor de havenpensioenen. En na jarenlange acties tegen Aegon – zelfs internationale acties – is ook die firma bereid 188 miljoen aan verbetering van de havenpensioen te doneren. Dat is nu een dik jaar geleden. 688 miljoen is er dan teruggehaald, en dat is minder dan het vermogen groot was toen de deal met Aegon werd gesloten – die 768 miljoen – maar komt er dicht in de buurt.

Geschrapt
Ten slotte: het boek over de strijd om het havenpensioengeld dat deze week verschijnt, is er met enige vertraging gekomen. Ammodo besteedt zijn geld niet alleen aan mooie tentoonstellingen, maar ook aan advocaten om zijn naam zuiver te houden. Het liefst had het de naam helemaal niet in het boek teruggezien. Dat is niet gelukt, maar onder dreiging van juridische stappen is een aantal passages geschrapt. De volgende zin is er een van: ‘Ammodo is een Italiaans woord en betekent respectabel, deugdelijk, fatsoenlijk of achtenswaardig.’