Doen ze dat niet, dan zal de rederij de boeken moeten neerleggen en resteert er voor de obligatiehouders niet meer dan maximaal 5,5% van hun inleg. Dat heeft het Rickmers’ advocatenkantoor Raschke Von Knobelsdorff Heiser laten weten aan de vooravond van een vergadering van obligatiehouders op 1 juni, waarop over het lot van de 119 schepen tellende rederij beslist zal worden.

Onderdeel van het reddingsplan dat dan ter tafel ligt, is een overdracht van 75,1% van de aandelen aan de banken en de obligatiehouders. Voormalig enig aandeelhouder Bertram Rickmers blijft achter met de resterende 24,9% van de stukken. Raschke stelt dat de timing van de deal essentieel is omdat de waarde van de aandelen weer kan toenemen als de markt herstelt.

Bertram Rickmers heeft toegezegd de acute liquiditeitsproblemen te zullen verlichten door een vordering van tien miljoen van een scheepswerf over te nemen. Als de obligatiehouders instemmen met de conversie kunnen ze rekenen op 62% van de opbrengst; 38% gaat naar HSH Nordbank.

Uit de bekendmaking van Raschke valt op te maken dat een opbrengst van 40% voor de obligatiehouders de bovengrens is. ‘Het lijkt mogelijk om dat niveau te bereiken’, aldus het kantoor, dat daarin ook de jaarlijkse rentebetaling in juni heeft meegenomen.

Begin deze maand mislukte een eerdere poging om de geplaagde rederij te redden, omdat op een vergadering van obligatiehouders het vereiste quorum niet gehaald werd. Rickmers benadrukte toen dat de vergadering op 1 juni de laatste kans is om de rederij te redden.