Dat was de kern van een felle uithaal van voorzitter Steven Lak van de Rotterdamse havenondernemersvereniging Deltalinqs gisteren tijdens het traditionele Nieuwjaarsdiner. Daarbij moest vooral de gemeenteraad het ontgelden, die recentelijk een motie aannam om de kolenoverslag in Rotterdam zo snel mogelijk te beëindigen.

‘Nederland is een wonderlijk land’, aldus Lak. ‘Alleen in ons land is het mogelijk dat een gemeenteraadslid de burgermeester oproept al die oude meuk te sluiten en bedrijven te dwingen om nieuwe fabrieken te bouwen. Ik noem dat non-politiek.’ Overigens staat dat niet letterlijk in de motie. Daarin wordt het College van B en W verzocht om met Havenbedrijf Rotterdam een strategie te maken voor het afbouwen van de kolenoverslag in een tempo dat in lijn is met het klimaatakkoord van Parijs.

Dat het sluiten van kolencentrales in Nederland mogelijk leidt tot de import van stroom uit bruinkoolcentrales noemde Lak vervolgens ‘symboolpolitiek’ en dat eenzijdig beleid in Nederland leidt tot een verschuiving van goederenstromen naar andere havens ‘waterbedpolitiek’.

Volgens hem bergt de houding van de Rotterdamse gemeenteraad het gevaar in zich dat bedrijven zich miskend gaan voelen en gaan afhaken. Hij vroeg zich af hoe de oproep van de gemeenteraad aankomt bij de top van de twee grootste investeerders, die samen twee miljard euro steken in de productie van schonere brandstoffen (Shell en Exxon – red.).

Lak stelde verder dat het Rotterdamse bedrijfsleven er alles aan doet om de energietransitie tot een succes te maken en doelstellingen van ‘Parijs’ te halen. ‘Maar dan moeten we wel de waarde van het heden behouden en moeten alle partijen eendrachtig met elkaar samenwerken’.

Hij wees erop dat het havencomplex jaarlijks zo’n 200 miljoen euro aan de gemeentekas bijdraagt in de vorm van dividend en gemeentelijke heffingen als leges, precario en onroerende zaak belasting (ozb). De opbrengst van de ozb is in de afgelopen vier jaar volgens hem toegenomen van 44 tot 81 miljoen euro. ‘Niet uit te leggen’, vindt Lak.

Ook Havenbedrijf Rotterdam kreeg kritiek, zij het op veel mildere toon. Dat zou moeten streven naar ‘winstmatiging’, een verwijzing naar de ergernis onder ondernemers over de sterk gestegen winsten van de havenbeheerder sinds de verzelfstandiging in 2004. Hij noemde verder de ‘nog niet opgeloste grondprijzendiscussie in de droge bulk en de tankopslag’, lees het streven van het Havenbedrijf om aflopende huurcontracten tegen hogere prijzen te vernieuwen.

Lak waarschuwde verder voor ‘milieuclausules’ in huurcontracten: ‘De huisbaas mag mij niet verplichten een zonnepaneel op het dak te zetten’. Ook vindt hij dat de havenbeheerder kritisch op de eigen rol moet blijven: ‘Wel innovatiestimulering, maar niet in de business van de klanten stappen’.

Maar waardering was er ook. Zo toonde hij zich zeer tevreden over de aandacht die het nieuwe kabinet in de regeringsverklaring aan Rotterdam geeft: ‘Veel zaken die cruciaal zijn voor de Mainport zijn goed neergezet.’ Ook tevreden is hij over de afspraken met het Havenbedrijf om de verhoging van het havengeld de komende drie jaar te beperken tot 1% per jaar.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement