Volgens een analyse van de bank zal slechts 64% op tijd voldoen. ‘Dat is verrassend laag, gezien 90% van de rederijen aan regelgeving binnen de SECA-zones (op de Noord- en Oostzee en de Noord-Amerikaanse kust, red.) voldoet.’

De invoering van de wereldwijde zwavelcap, die het toegestane zwavelgehalte in scheepsbrandstoffen terugbrengt naar 0,5% ten opzichte van 3,5% nu, is echter moeilijker dan de invoering van de zwavelzones in 2015, stelt UBS, ook al is de zwavelrestrictie in die gebieden met een toegestaan zwavelgehalte van 0,1% strenger.

Reden daarvoor is de onduidelijkheid rondom de wereldwijde zwavelcap. Volgens het onderzoek zijn onzekerheden over de regelgeving en effectieve technologieën de voornaamste hindernissen bij een volledige omschakeling. ‘Ook blijkt uit interviews met deskundigen dat de sector niet weet hoe sommige beleidspunten het beste kunnen worden opgelost’, aldus UBS.

30.000 schepen

Momenteel is 44% van de wereldvloot klaar voor de veranderingen per 2020. Dat betekent dat in de komende anderhalf jaar nog zeker 30.000 schepen voorbereid moeten worden. Twee zaken die dat in de weg staan, zijn de onzekerheid over de brandstofprijs en de beschikking over voldoende werfcapaciteit. Kortom: veel rederijen worstelen met de vraag wat zometeen een betere economische business case is; doorvaren op stookolie met scrubbers of overstappen op laagzwavelige brandstof.

Overigens lijkt de onverwachtse snelle brandstofprijsstijging van dit jaar een groeiend aantal reders te overtuigen van die eerste optie. Onderzoeksbureau Clarksons meldde recent een flinke opleving in het aantal scrubberorders te zien. Waar die technologie eerst maar weinig interesse wekte, wordt nu 25% van het totale orderboek met de zo’n apparaat uitgerust.

Lees ook: Scrubberorders nemen hoge vlucht