Wat zijn de ervaringen van Nederlandse reders met vluchtelingen in het Middellandse Zeegebied?

In de jaren 2014-2015 werden ontzettend veel bootvluchtelingen gered. Het ging om tienduizenden mensen. Nu niet meer – gelukkig! Toch was het in die tijd veel minder problematisch, omdat alle lidstaten wilden meewerken. Tegenwoordig heb je een probleem als je ze wil ontschepen. De migratie over die route is heel erg afgenomen, maar de havens weigeren degenen die het nog wel proberen aan land te laten.

Toen de gastanker van Anthony Veder in 2014 51 mannen uit de zee had opgepikt, konden ze hen binnen een paar dagen afzetten aan wal. Hoe zou dat nu gaan?

Nu kan het weken duren, afhankelijk van de grootte van de groep, de aard van het schip en het aantal bemanningsleden.

Wat is de economische schade?

Schepen kunnen hun los- en laadafspraken missen, en andere contractverplichtingen. Anderzijds weet iedere klant en elke reder dat dit kan gebeuren in dit gebied, met elk schip. Reders krijgen wel een vergoeding, maar het is maar de vraag of die dekkend is. Wat het de reders in totaal kost weten we niet, maar daar is het ons ook niet om te doen. Het gaat ons met name om de veiligheid aan boord en de rol van de koopvaardij in deze migratieproblematiek. Search en Rescue voorschriften schrijven bijvoorbeeld voor dat vluchtelingen naar een veilige haven moeten worden gebracht. De EU bestempelt Libië niet als veilig land, maar helpt het wel met het opbouwen van een eigen kustwacht en steunt de ontwikkeling van een MRCC in Tripoli, dat zeggenschap heeft over het eigen Search and Rescue-gebied (SAR). Als je opgeroepen wordt de drenkelingen terug te brengen naar Libië, breng je mogelijk je eigen schip en bemanning in gevaar. Vluchtelingen willen niet terug naar Libië. Onduidelijkheid daarover kan risico’s opleveren als je ze aan boord neemt: ze kunnen uit wanhoop agressief reageren als ze denken dat ze teruggebracht worden.

Als je opgeroepen wordt de drenkelingen terug te brengen naar Libië, breng je mogelijk je eigen schip en bemanning in gevaar.

Wat betekent het voor de bemanning?

Reddingsoproepen kunnen uitgaan naar elk zeevarend schip, en deze worden niet genegeerd. Wat dat betreft is de moraliteit op zee misschien net wat anders dan op land: op zee ben je kwetsbaar, en iedereen die vaart weet dat. Je wilt zelf ook gered worden als dat nodig is. Die verplichtingen worden hoog opgevat. Als je de vluchtelingen in nood ziet, wil je ze gewoon helpen, ook al is het vanuit bedrijfsmatig perspectief misschien niet gunstig. De kapitein moet die afweging maken – wat kan ik? Wat als je met minimale bezetting vaart en er bijvoorbeeld 123 mensen in het water liggen? Hoe krijg je ze van een laag schip naar een hoog schip? Eén schip had daar moeite mee, iedereen moest omhoog klimmen. Als mensen vermoeid of ziek zijn, is dat echt een probleem. Waar laat je ze? Hoe ga je om met water, eten en sanitair? Zijn ze gewillig, moe, ziek, agressief, bang? Het gemiddelde schip heeft een crew van dertien man. Ze oefenen wel voor een man-overboordsituatie, maar niet voor dit soort groepen.

Wat moet er gebeuren?

Kapiteins zitten klem tussen enerzijds hun verplichting om de SAR-aanwijzingen van het MRCC op te volgen (de Solas-verplichtingen, red.), en anderzijds de verplichting uit het Vluchtelingenverdrag om vluchtelingen naar een veilige haven te brengen, waar de EU amper aan meewerkt. Zowel het coördinerende MRCC als de vlaggenstaat van het schip hebben een inspanningsverplichting om zo snel mogelijk een veilige haven te vinden voor de betrokken schepen. Die inspanningsverplichting lijkt zeer ruim geïnterpreteerd te worden door de lidstaten: ze bellen wat andere lidstaten en dat was het.

Welk probleem ontstaat daardoor?

Voor koopvaardijschepen ontstaat daarmee een primair probleem: je moet drenkelingen oppikken, maar je moet ook de veiligheid van schip en bemanning waarborgen, en zorgen voor minimaal reisoponthoud – een recht dat ook in het Solas-verdrag staat. De houding van de lidstaten maakt het de reders onmogelijk deze laatste twee verplichtingen na te komen. Wij willen een fatsoenlijke oplossing voor de vluchtelingenproblematiek, en die moet via de EU tot stand komen. We worden nu gebruikt als een soort overheidsdienst: de EU heeft geen schepen meer in het water, NGO’s die vluchtelingen oppikken worden afgestraft – dan zijn alleen wij er nog om mensen uit het water te halen. De EU moet aangeven bij welke veilige havens kapiteins terecht kunnen, en goede afspraken maken over wie ze gaat opnemen. Niet drie weken overleggen terwijl een schip met vluchtelingen aan boord zit. Het probleem wordt nu bij de reders gelegd, maar dat is echt niet de juiste plek voor deze verantwoordelijkheid.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement