Het Duitse Bundesamt für Seeschifffahrt und Hydrologie vergeleek de luchtkwaliteit op Noord- en Oostzee in de jaren 2014 en 2019. Dat gebeurde door stations in Bremerhaven, Hamburg en Kiel. De concentratie zwavel in de atmosfeer bleek in die jaren met 50 tot 70% gedaald.

Sinds begin 2015 geldt op deze zeearmen van Europa een grenswaarde van slechts 0,1%. Wereldwijd bedraagt die grenswaarde sinds begin dit jaar 0,5% per hoeveelheid door de scheepvaart uitgestoten verbrandingsresten. Europa overweegt ook andere omringende zeeën, zoals de Middellandse Zee, op termijn aan de strengere norm te onderwerpen.

Kosten

De scheepvaart klaagt over de kosten die de afvang van zwaveldioxide meebrengt. Maar de maatregel werkt terdege, zo stelde het Bundesamt vast aan de hand van analyses van de uitstoot van meer dan negentienduizend schepen. In ruim 99% van de gevallen werd geen overtreding van de nieuwe norm vastgesteld. De dienst onderzocht zowel schepen in de havens als op zee.

De controle op de zwaveluitstoot wordt nog geïntensiveerd. Er komt een nieuw meetstation in Rostock, aan de Oostzee. Er wordt ook een nieuw meetschip in de vaart gebracht, de ‘Atair’, die eind mei in de haven van Hamburg in gebruik wordt genomen.