Wekenlang van huis, eentonige dagen, matige lonen en ook nog eens kans op een scheepsongeval. Het leven van zeevarenden is niet makkelijk. En dan blijkt ook nog eens dat het schip waarop je vaart, slecht weer aantrekt. Het bliksemt op drukbevaren scheepsroutes tweemaal zo vaak als op aanpalende gebieden op zee. Dat wordt aangetoond door recent onderzoek van de universiteit van Washington.

Een onderzoeksteam legde gegevens naast elkaar van bliksemflitsen tussen 2005 en 2016 en van scheepsbewegingen in dezelfde periode. Daarbij keken ze naar gebieden in het noordoosten van de Indische Oceaan, de Straat van Malakka en de Zuid-Chinese Zee. Daaruit kwam het verband tussen bliksem en scheepvaart duidelijk naar voren.

Volgens de onderzoekers moet de oorzaak worden gezocht in de uitstoot van kleine deeltjes stikstof, zwavel en roet. Watermoleculen hechten zich aan deze deeltjes, wat minuscule druppels creëert. Normaal gesproken zijn er in de lucht boven de oceanen weinig van deze deeltjes, waardoor het aantal moleculen per deeltje hoog is. Deze zijn dus relatief zwaar, waardoor ze laag in de atmosfeer blijven.

Echter, als door scheepvaart het aantal deeltjes in de lucht boven de oceaan groter wordt, kunnen de watermoleculen zich aan meer verschillende deeltjes hechten. Per deeltje zijn er dus minder moleculen. Daardoor blijven ze relatief licht en kunnen ze hoger in de atmosfeer terechtkomen, waar het kouder is en ze bevriezen. Als tijdens een storm deze bevroren druppels in contact komen met andere druppels, bevroren of niet, ontstaat elektrische lading, waardoor bliksem ontstaat.

Gelukkig is er licht aan het einde van donkere wolkentunnel, door de invoering van zwavelcap begin dit jaar. Niet dat de beleidsmakers het verminderen van bliksem op scheepsroutes voor ogen hadden. Maar wat extra zon tijdens de lange dagen op zee kan geen kwaad.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement