Daarmee is de prijs van very low sulphur fuel oil (vlsfo) gehalveerd ten opzichte van begin dit jaar, toen er een run ontstond op stookolie met maximaal 0,5% zwavel en de prijs op 598 dollar per ton piekte. Dinsdag rond het middaguur werd vlsfo in Rotterdam voor 298 dollar verhandeld. Hoogzwavelige stookolie kostte iets meer dan 242 dollar.

Prijsval van ruwe olie

De spectaculaire prijsdaling volgt op de prijsval van ruwe olie maandag, als gevolg van het besluit van Saoedi-Arabië om de oliekraan open te zetten om Rusland uit de roken. De Saoedi’s deden dit omdat het Kremlin zich niet wilde aansluiten bij een productiebeperking van het oliekartel Opec. Daarop implodeerde maandag de prijs van ruwe olie richting de dertig dollar per vat, maar dinsdagochtend werden Amerikaanse (WTI) en Noordzee-olie weer zo’n 10% duurder.

Een lagere olieprijs is in principe goed nieuws voor rederijen, al berekenen met name containervervoerders prijsstijgingen grotendeels aan hun klanten door in de vorm van hogere brandstoftoeslagen. Niettemin is elke kostendaling meegenomen in een periode waarin de vraag sterk onder druk staat als gevolg van de steeds verder om zich heen grijpende coronacrisis.

Scrubbers terugverdienen

De sterk geslonken ‘spread’ tussen hoogzwavelige stookolie (ifo380) en vlsfo is vooral gunstig voor reders die niet hebben geïnvesteerd in dure rookgasreinigers, ofwel scrubbers. Dat is vooralsnog de overgrote meerderheid van alle schepen.

Aan het begin van het jaar zag het er met een spread van bijna 300 dollar nog naar uit dat reders van schepen met scrubbers spekkoper zouden worden. Voor grote schepen kosten die installaties al gauw zo’n vijf miljoen dollar, maar met zo’n prijsvoordeel is die meerprijs snel terugverdiend.

Volgens waarnemers zijn de rederijen met scrubbers uitgegaan van een gemiddeld van honderdvijftig dollar als veilige marge om hun investering terug te kunnen verdienen. Met een prijsverschil van zestig dollar begint die veilige marge in hoog tempo te verdampen.