Volgens die organisatie komen ministens veertien landen hun scheepvaartsector op de een of andere manier te hulp. In sommige gevallen gaat het om directe liquiditeitssteun, zoals in Korea, in andere landen om garanties, belastingverlaging of innovatiesteun. Het ITF toont zich kritisch omdat er niet of nauwelijks voorwaarden aan de steun worden verbonden en ook omdat het in de meeste gevallen ad hoc maatregelen zijn: ‘Een herbezinning is nodig’.

Frankrijk en Zuid-Korea tasten het diepst in de portemonnee. Het eerste land heeft zich voor ruim een miljard euro garant gesteld voor doorbetaling van de lonen bij CMA CGM. Ook heeft Frankrijk de herfinanciering van MSC Cruise ter waarde van 2,6 miljard euro geregeld. Korea trekt 1,6 miljard euro aan directe liquiditeitssteun uit voor zijn rederijen, waaronder 600 miljoen voor HMM.

Duitsland heeft een miljard euro gebudgetteerd voor ondermeer onderzoek, vlootvernieuwing, lng-bunkerschepen, walstroom en schonere schepen. Finland heeft zich voor 600 miljoen garant gesteld voor de loondoorbetaling bij ‘cruciale rederijen’. Taiwan steunt Yang Ming met een pakket garanties en subsidies ter waarde van 850 miljoen. Zes Europe landen plus Hongkong trekken gezamenlijk ruim 200 miljoen euro uit om hun ferrysector te ondersteunen.

Voorwaarden

Volgens het ITF kennen de steunregelingen nauwelijks voorwaarden om bepaalde doelen te bereiken anders dan het beperken van verliezen als gevolg van de coronacrisis. ‘Net als in de luchtvaart, omvatten de meeste steunmaatregelen voor de scheepvaart geen voorwaarden om economische, sociale of milieudoelstellingen te bereiken. De meeste landen rapporteren niet eens over de gevolgen van hun maritieme steunregelingen’, aldus de organisatie.