De bunkerolie werd in Panama geleverd aan de ‘Maersk Sofia’ en de ‘Maersk Aras’, meldt het Deense ShippingWatch op basis van de dagvaarding aan het adres van Glencore. Kort nadat de schepen waren gebunkerd kregen ze motorproblemen en moesten ze uitwijken naar een veilige haven.

Brandstof vervuild

Daar werd de bunkerolie getest en volgens Maersk bleek uit de resultaten dat de brandstof vervuild was met onder meer kunststof, vezels, resten van rubber, paraffine en vetzuren. De reparatie van de motoren en de vertragingskosten bezorgden de rederij een schadepost van zes miljoen dollar. Glencore weigert commentaar te geven op de beschuldigingen.

Het incident staat niet op zichzelf. In 2018 werd een reeks schepen getroffen door motorstoringen, waarschijnlijk door het gebruik van vervuilde stookolie. Die brandstof staat in een kwade reuk en zou in het verleden regelmatig gebruikt zijn om er allerlei afvalstoffen in ‘weg te mengen.’ Zo verdient een malafide bunkerleverancier dubbel; een keer voor het in ontvangst nemen van de afvalstoffen, de tweede keer wanneer die als stookolie worden verkocht.

Golf van conflicten

Het fenomeen stak in januari 2018 weer de kop in Houston en verspreidde zich naar Panama, Singapore, Hong Kong en en een aantal Chinese havens. De ‘epidemie’ leidde tot een golf van conflicten waarin rederijen, huurders, bunkerbedrijven en brandstofhandelaren met elkaar in de clinch liggen over de vraag wie voor de schade opdraait. Veruit de meeste conflicten zijn achter gesloten deuren afgehandeld, maar enkele zaken bereiken Amerikaanse rechtbanken.

De  bekendste geval zaak is die van de ‘Thorco Lineage’, die na motorproblemen strandde op het atol Raroia in de Stille Oceaan. Mogelijk was dat het gevolg van vervuilde brandstof. Partijen ruziën nog steeds over de vraag wie er aansprakelijk is voor de schade van naar schatting tien miljoen dollar.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding