Milieuorganisatie Transport & Environment noemt de gemaakte afspraken, die de uitstoot met 1,5% per jaar zouden moeten verlagen, ‘hopeloos zwak’ en beschuldigt de IMO van ‘groenwassen’. De doelstellingen van de IMO lijken volgens de milieu-organisatie veel op een ‘business as usual’-scenario en ‘blijven ver verwijderd van de 7% jaarlijkse reductie die vereist is om de doelen van het Parijs-akkoord te halen’.

De IMO wil schepen gaan onderverdelen in vijf klassen, ‘A’ tot en met ‘E’, waarbij schepen die het schoonst zijn een ‘A’ scoren en de ergste klimaatbedervers een ‘E’ krijgen opgespeld. Het systeem gaat ervan uit dat vaartuigen minimaal een ‘C’ moeten scoren. Voor ‘E’-schepen en voor vaartuigen die drie jaar achtereen een ‘D’-beoordeling krijgen, moet een ‘corrigerend actieplan’ worden opgesteld. De IMO dreigt voor hardnekkige ‘E’-tjes niet met sancties, maar roept havenautoriteiten en overheden wel op om de groenere schepen te bevoordelen, ‘om daarmee een sterk signaal af te geven richting de markt en de financiële sector’.

Effectief

De eerste scheepsbeoordelingsrapporten zullen in 2023 worden opgesteld, waarna in 2024 de eerste ‘A’s tot en met ‘E’s worden uitgedeeld. Uiterlijk op 1 januari 2026 wil de IMO de balans opmaken of het systeem effectief is.

De Deense redersvereniging Danish Shipping deed onlangs bij de IMO het voorstel om niet elk schip afzonderlijk te beoordelen, maar om alleen complete rederijvloten te beoordelen. Volgens onderzoek van het Nederlandse instituut CE Delft zou dat per salo beter zijn voor het klimaatbeleid in de scheepvaart. Voor dat idee was de IMO deze week dus niet te porren.

Wat betreft een mogelijke CO2-belasting op scheepsbrandstof, heeft de IMO laten weten dat er deze week is gesproken over een voorstel om een heffing van 100 dollar per ton CO2 in rekening te gaan brengen. Dat is het bedrag dat de Marshall Eilanden, een belangrijke maritieme vlagstaat, dit voorjaar in een voorstel aan de IMO hadden geopperd. Maersk opperde in de aanloop naar de IMO-commissievergadering een bedrag van 50 dollar per ton in 2025, oplopend naar 150 dollar op de langere termijn. Grondstoffenhandelaar Trafigura suggereerde eerder een veel hoger bedrag, van 300 dollar per ton CO2.

Knoop doorhakken

Wanneer de IMO de heffing in zou willen voeren, is nog onbekend. Voorlopig zit de organisatie nog in de fase waarin alle voorstellen voor een heffing verzameld worden. Van lente 2022 tot lente 2023 wil de IMO die voorstellen vervolgens ‘verder ontwikkelen’, waarna op een later moment de knoop wordt doorgehakt. De heffing is, kort samengevat, ‘future work’. IMO-secretaris-generaal Kitack Lim zegt in elk geval blij te zijn dat het gelukt is om voor dit onderwerp een gestructureerd werkplan op te stellen ‘dat onze leden bijeen zal houden’.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding