Daarnaast leverde hij jarenlang juridische bijdragen aan Mainport News (inmiddels Mainport), dat werd uitgegeven door een van de voorgangers van NT-uitgever ProMedia. Noordam vindt het mooi geweest en is sinds 1 juli met pensioen, maar gaat nog door als arbiter in maritieme zaken. Dat lijkt mooi aan te sluiten op misschien de belangrijkste les uit zijn lange carrière: ‘Langdurig oorlog met elkaar maken heeft geen zin’.

Heeft u altijd een maritieme advocaat willen worden?

Nee hoor, ik wilde eigenlijk scheepsbouwer worden, maar wiskunde was niet mijn forte dus dat zat er niet in. Ik ben rechten in Leiden gaan studeren, vooral omdat mijn vader, die directeur was van een Rotterdamse melkfabriek, dat eigenlijk graag zelf gewild had. Zo ben ik via het vak zeerecht onder professor Schadee via een omweg toch bij de bootjes terecht gekomen. Vervolgens werd ik stagiair bij het Rotterdamse kantoor Nauta, Lambert, Blussé, waar hij ook aan verbonden was, en daarna medewerker en partner.

Hoe belangrijk is de beroepsgroep geweest voor de ontwikkeling van de Rotterdamse haven?

Nou, Schadee heeft bijna in zijn eentje het deel transport van het Burgerlijk Wetboek geschreven en had goed geluisterd naar marktpartijen als de cargadoors en de expediteurs. Daar mochten wij als advocaten mee aan de gang. Ik denk dat de gemiddelde Rotterdamse havenondernemer ons liever kwijt dan rijk is, want we kosten geld.

Maar ik denk ook dat we een belangrijke rol spelen in het kanaliseren van de emoties. De meesten hebben het hart op de tong liggen en dan is het soms wel even goed als een geschil via advocaten loopt. Dus we zijn vaak bliksemafleider, maar af en toe kunnen we ook heel hard slaan, door bijvoorbeeld alles aan de ketting te laten leggen.

Klopt het dat er niet veel gespecialiseerde natte kantoren meer over zijn?

Dat klopt natuurlijk wel. Het aantal zaken is minder geworden, want er gaat gewoon minder kapot. Lading zit nu in containers en komt meestal wel heel aan. Ook zijn er zijn veel minder aanvaringen doordat het op zee veel veiliger is geworden. Daardoor is het aantal maritieme advocaten een stuk minder geworden. Ik schat dat het er ruim tweehonderd waren toen ik in 1980 begon, en dat het er nu nog tussen de 75 en honderd zijn.

Maar als er nu wel iets mis gaat, is het meteen ook een grote klap. Wat we nu veel zien, is dat verladers spullen per container versturen zonder te vertellen dat ze gevaarlijk zijn. Dat is veel goedkoper en gemakkelijker, want voor gevaarlijke lading moet meer betaald worden en moet de rederij allerlei veiligheidsmaatregelen nemen. Maar als een container met chemicaliën of vuurwerk op een verwarmde bunkertank wordt geladen zonder dat de reder het weet, ontploft die gewoon.

De beroepsgroep heeft jarenlang geprobeerd zijn positie internationaal te versterken, met name ten opzichte van Londen. Ik heb niet de indruk dat dit heel veel heeft opgeleverd.

We hebben jarenlang met Emily Dérogée een goede voorvechter gehad om onze positie in de maritieme arbitrage te versterken, met de argumenten dat we even goed, sneller en een stuk goedkoper zijn dan Londense advocaten. Maar de scheepvaartwereld zelf is toch erg op Londen gericht en ik moet mijn Engelse beroepsbroeders nageven dat ze hun marketing heel goed op orde hebben en dat ze hun klanten weten te binden, ook al rekenen ze heel hoge tarieven.

Op de een of andere manier heerst toch de overtuiging dat je in Londen moet zijn als het echt spannend wordt. Dus ik vrees dat het succes om meer interna­tionale zaken naar Nederland te halen beperkt is gebleven. Wel zijn we er grotendeels in geslaagd om veel Nederlandse rederijen en andere bedrijven te overtuigen om arbitrage voortaan in Nederland te voeren.

Hoe verwacht u dat de afhandeling van de schade rond de stranding en de vertraging van de ‘Ever Given’ zal verlopen?

Dat wordt toch wel gezien als een lawyer’s paradise, vooral voor Londense advocaten. Ik schat dat de afwikkeling van alle zaken tussen de vijf en tien jaar gaat duren. Wij hebben als Ten Holter Noordam de advisering over de toelating van het schip in Rotterdam mogen doen. In terminalcontracten staat standaard dat de reder aansprakelijk is als zijn schip schade aanricht. Maar als zo’n rampenboot, zoals wij dat noemen, binnenkomt, wil je extra garanties. De reder wordt dan gevraagd de terminal te vrijwaren voor alle gevolgen, mocht er iets mis gaan. Dat is ook gebeurd.

U heeft jarenlang juridische columns geschreven voor Mainport News, later Mainport, die in twee boekjes zijn gebundeld en door Transportuitgaven zijn uitgegeven. Hoe belangrijk was dit schrijverschap voor u?

Dat heb ik altijd vreselijk leuk gevonden. Die stukjes zijn niet aan mijn fantasie ontsproten, maar komen allemaal uit zaken die ik heb mogen behandelen. Ik had de situaties waarin partijen soms terecht komen ook niet kunnen bedenken. Het lastige was wel dat ik mijn beroepsgeheim heb.

Maar sommige cliënten vonden het niet erg dat hun naam genoemd werd. In andere zaken heb ik verzonnen namen gebruikt, en dan was er nog de derde categorie waarin meester Waterman en meester Kaalslag ten tonele verschenen. Ook hun avonturen berustten goeddeels op waarheid, maar daarin waren partijen niet herkenbaar.

Later heb ik daar nog een vierde categorie aan toegevoegd, met magisch realistische elementen, zoals het kort geding tussen Sinterklaas en de Kerstman.

Zou u zonder Mainport News ook stukken zijn gaan schrijven?

Ja, dat denk ik wel. Dat is ook zo ongeveer de kern van het vak van advocaat. Ik ben ervan overtuigd dat je als advocaat talent moet hebben om dingen helder op de schrijven en ook om ze smakelijk op te dienen. Het moet geen dor hout zijn, want je moet het ook nog in de rechtszaal kunnen brengen. En je moet ook een beetje ijdel zijn, al hebben sommigen daar misschien iets te veel van.

In hoeverre bent u schatplichtig aan Bordewijk en zijn roman Karakter over de Rotterdamse advocaat Katadreuffe?

Jaah, dat zit er wel een beetje in. Bordewijk is een van mijn favoriete schrijvers, samen met Hubert Lampo met zijn magisch realisme. Ik hou van dat strakke Nederlands en Bordewijk is een van de weinige advocaten die zijn romans wel gepubliceerd heeft.

Je wilt niet weten hoeveel advocaten een half afgemaakte roman in hun bureaulade hebben liggen.

Wat geeft meer voldoening, een geslaagde column of een succesvolle zaak?

Ik heb nooit veel reacties op die columns gekregen en die bundeltjes zijn niet bepaald als warme broodjes over de toonbank gegaan. Ik vond het vooral leuk voor mezelf en om mijn kinderen te laten zien wat ik nu eigenlijk op kantoor zat te doen. Maar ik ben ijdel genoeg om te zeggen dat ik mijn boekjes liever niet in de ramsj zie liggen.

Nee, een goede zaak gewonnen is belangrijker. Dan heb je een blije cliënt en dat is goed voor jezelf en je kantoorgenoten. Maar ik ben alleen tot het gaatje gegaan als het echt niet anders kon en heb relatief veel geschikt, omdat het belangrijk is relaties goed te houden. Dat geldt zeker in de Rotterdamse haven, waar partijen elkaar steeds weer tegenkomen. Het heeft geen zin langdurig oorlog te maken, je moet met elkaar verder.

Over verder gaan gesproken, u gaat zelf nog even verder als maritiem arbiter.

Ja, dat is leuk om te doen, omdat ik mijn veertigjarige ervaring daarbij nog kan inzetten zonder aan een bepaalde partij gebonden te zijn. Ik denk dat het goed is dat we voor de transportwereld een arbitrage hebben met arbiters die daarin gespecialiseerd zijn. Dus ja, daarvoor blijf ik beschikbaar.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af

Bekijk de aanbieding