De nieuw te vormen megaverzekeraar, die naar verluidt ‘The North Standard P&I Club’ moet gaan heten, zou 400 miljoen gross tonnage aan schepen gaan verzekeren. De twee verzekeraars denken samen sterker te staan om ‘te profiteren van de kansen en om te gaan met de uitdagingen van digitalisering, werving, regelgeving en duurzaamheid’.

Rode cijfers

De fusie moet de verzekeraars bovendien financieel een sterkere positie geven. De beoogde fusiepartners schreven, net als concurrerende P&I Clubs, de afgelopen tijd rode cijfers. Ze bijten hun tanden stuk op scheepvaartongelukken die door de enorme grootte van de hedendaagse container- en andere vrachtschepen tegenwoordig dito schadeclaims met zich meebrengen.

North P&I was bijvoorbeeld verzekeraar van de Zuid-Koreaanse car carrier ‘Golden Ray’, die in september 2019 kapseisde voor de kust van de Amerikaanse staat Georgia (foto). De lading van ruim vierduizend nieuwe auto’s en de moeilijke bergingsoperatie, waarbij rekening moest worden gehouden met 24 bomvolle brandstoftanks, maakten het tot een van de duurste maritieme ongevallen uit de geschiedenis. Een verzekeringsmagazine meldde afgelopen herfst dat de berging van de ‘Golden Ray’ uiteindelijk 842 miljoen dollar kostte, twee keer zoveel als de 400 miljoen waarvoor vlak na de ramp al was gewaarschuwd.

De besturen van de twee P&I Clubs denken nu een fusieplan te hebben gemaakt dat zal zorgen voor ‘betere financiële weerstand, efficiency en zelfs een diepere talentenpool’, maar ze moeten nog wel even de wachtkamer in. Zowel de leden van beide clubs als de diverse mededingingsautoriteiten moeten nog hun toestemming geven voor de plannen. Mocht dat allemaal in orde komen, dan kan de fusie volgens de twee verzekeraars op 20 februari 2023 worden afgerond.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Sluit nu een abonnement af

Start abonnement